Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Vermogensbelasting, erfbelasting, wie biedt meer?

Tijdens de verkiezingen op 9 juni, strompelden verschillende politieke partijen over elkaar heen met proefballonnetjes voor een rechtvaardige fiscaliteit. Een vermogensbelasting, meerwaardebelasting op verkoop van aandelen, tot een wijziging van de erf- en schenkingsrechten.

Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel. De Franse minister van Economie Bruno Le Maire toont zich een voorstander van een taks op de hoogste private vermogens. Dat liet hij dit voorjaar in de marge van de G20-top blijken. De redenering die gehanteerd wordt is deze die de OESO gebruikte om te pleiten voor een wereldwijde minimumbelasting van 15 procent op de winst van ondernemingen met een omzet van boven de 750 miljoen euro. Met dergelijke taks zou de concurrentiestrijd tussen de landen om grote bedrijven te lokken met fiscale gunsttarieven doodbloeden. Ook in Nederland woedt hetzelfde debat, en pleiten de liberale VVD en het centrumrechtse NSC voor zo’n particuliere vermogenstaks op internationaal niveau. Volgens beide lidstaten gebruiken de vermogenden wereldwijd fiscale sluiproutes om zo amper belastingen te moeten betalen. Met een dergelijke internationale vermogenstaks zouden die sluiproutes doodlopen. Over de haalbaarheid van dat voorstel is een debat op zichzelf te voeren.

“Theoretische projectie”

Eenzelfde discussie wordt immers ook in ons land gevoerd, en daarbij valt vooral op hoe er vrijelijk gegoocheld wordt met cijfers. Naar aanloop van de aankomende verkiezingen laten vooral de politieke partijen aan de linkerzijde in hun verkiezingsprogramma’s voorstellen optekenen voor hogere belastingen voor de meer vermogenden. Zowel PVDA/PTB, Groen/Ecolo als Vooruit en PS pakken uit met hun voorstellen voor een “vermogensbelasting”.

De groenen pleiten voor een progressieve belasting voor iedereen die een nettokapitaal heeft van meer dan 2,5 miljoen euro. Voor de PS mag zo’n progressieve belasting op vermogens al vanaf 1,25 miljoen euro. De communisten van de PVDA/PTB hebben dan weer hun vroegere ‘miljonairstaks’ wat afgezwakt en voor hen komen de nettovermogens boven de 5 miljoen euro in het vizier.

“België haalt nu al de meeste ontvangsten uit allerlei belastingen op vermogen in Europa, na Luxemburg en Noorwegen.”

Om het idee van een vermogenstaks te rechtvaardigen worden twee factoren vaak aangevoerd. Ten eerste is de vermogensongelijkheid sinds het midden van de jaren 1980 toegenomen en is de verdeling van het vermogen geconcentreerder dan die van het inkomen. In België bezitten – volgens een studie van de Nationale Bank van België (NBB) – de 10% rijkste huishoudens 55% van het totale nettovermogen. Ten tweede is er de lekkende schatkist en de hoge noden door onder meer de vergrijzing en de klimaattransitie. Het begrotingstekort vandaag bedraagt al 27 miljard euro. Alleen zouden de ontvangsten uit een vermogensbelasting aardig kunnen tegenvallen. Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van Voka, berekende dat over alle Europese landen die ooit een vermogensbelasting hadden, die vermogensbelastingen gemiddeld 0,18% van het bbp opleverden. Omgerekend naar een Belgische context zou dat percentage overeenkomen met zowat 1 miljard euro. Partijen als de PVDA rekenen op een opbrengst van 8 miljard euro. Een studie door professoren aan de ULB, in opdracht van het Federaal Planbureau, kwam uit op een cijfer van 5,4 miljard euro. Al waarschuwde de studie erop dat dit niet meer was dan een theoretische projectie.

Volgens de Europese Commissie haalt België nu al de meeste ontvangsten uit allerlei belastingen op vermogen in Europa, na Luxemburg en Noorwegen. Vermogen wordt in ons land namelijk al op veel andere manieren belast: via de roerende voorheffing op intresten en dividenden, de erfbelasting, effectentaks, registratierechten bij de aankoop van een huis, de onroerende voorheffing op een huis, enzovoort.

‘Erfbelasting’

In eenzelfde beweging wordt er ook luidop nagedacht over een hervorming van de schenkings- en erfbelasting. In een recente paper pleitten de Gentse economen, Pieter Van Rymenant, Dirk Van de Gaer en Freddy Heylen, voor een belasting op schenkingen en erfenissen op het niveau van de ontvanger. Een taxshift van lasten op arbeid naar schenkingen en erfenissen zou de welvaart van de meeste gezinnen verhogen en kan de werkgelegenheid stimuleren, luidt het in het nummer van Gentse Economische Inzichten, (Nr. 13, van 11 maart). Het totale bedrag aan ontvangen schenkingen en erfenissen zou daarbij over de levensduur worden belast. Alle vermogenscomponenten worden daarbij integraal in de belastbare basis opgenomen. In dat geval zou de belastingvrije som bijvoorbeeld 300.000 euro kunnen bedragen. Elke euro hierboven zou worden belast aan een tarief van ongeveer 40 procent. Zo zouden de tarieven in lijn liggen met de marginale aanslagpercentages op arbeidsinkomsten in de meeste OESO-landen.

Dat ons land binnen de OESO nu al op nummer twee staat van landen met de hoogste belastingdruk op schenkingen en erfenissen, lijkt een detail. Dat er een internationale tendens is om de schenk- en erfbelasting af te bouwen, ook. Binnen de EU hebben 10 van de 27 lidstaten deze al afgeschaft.

Pleidooien voor vermogensbelastingen of erfbelastingen vertrekken bijgevolg nogal snel vanuit het foutieve beeld van België als belastingparadijs voor kapitaal of vermogens. Men gaat daarbij ook nogal vlot voorbij aan het feit dat veel kapitaal als geïnvesteerd vermogen in bedrijven zit. Ondernemen is een continu trial-and-errorproces. In het beste geval leidt dit tot succes in de vorm van een nieuwe dienst, product, proces. Mislukkingen verdwijnen wegens verlieslatend. Om dat risico te kunnen lopen moeten de ondernemers uitzicht hebben op een billijke vergoeding.

Latest article