In het jongste boek van Alain Zenner, De Belgische kust van Knokke tot De Panne, trok het hoofdstuk over domein Raversyde mijn belangstelling. Dit voormalige koninklijke domein ging de Belgische geschiedenis in als laatste verblijfplaats van prins Karel, de man die het koninkrijk door de woelige naoorlogse periode en de Koningskwestie loodste.
“Tussen 20 september 1944 en 20 juli 1950, tijdens de afwezigheid van Leopold III, nam prins Karel het regentschap van het koninkrijk België waar, met een perfecte staat van dienst”

De voorliefde van Leopold II voor Oostende en omstreken is alom bekend. Het was dan ook geen toeval dat hij in 1902 grote stukken grond kocht in de buurt van de plaats Raversijde. Hij liet er drie Noorse chalets, een bakstenen huis en stallen optrekken en legde ook een natuurpark met vijvers aan. Na het overlijden van Leopold II in 1909 (dus voor de Eerste Wereldoorlog) bezocht zijn neef Albert I regelmatig het domein met zijn vrouw, koningin Elisabeth, en hun drie kinderen. Zo maakte de jonge Karel (1903-1983), die twee jaar jonger was dan zijn broer Leopold (1901-1983), kennis met het landgoed en hij raakte er meteen aan gehecht. Toen hij in 1926 terugkeerde van zijn opleiding bij de Britse marine, werd prins Karel persoonlijk eigenaar van een aantal percelen rond het koninklijk domein Raversyde. In 1955, op 52-jarige leeftijd, trok hij zich terug in een bescheiden mandenvlechterswoning, (waar hij tot zijn dood in 1983 verbleef. Sinds 1988 wordt het domein beheerd door de provincie West-Vlaanderen. Vandaag kun je er de archeologische site, het Atlantikwallmuseum, het recreatiepark, het natuurpark, het revalidatiecentrum voor wilde dieren en de prinselijke woning bezoeken…

Kortom, provinciedomein Raversyde verdient ongetwijfeld een bezoek, niet alleen om zijn natuurschoon, maar ook om zijn betekenis voor onze nationale geschiedenis. Prins Karel nam tussen 20 september 1944 en 20 juli 1950, in afwezigheid van Leopold III, het regentschap van het Koninkrijk België waar en had een onberispelijke staat van dienst. In zijn boek wijst Alain Zenner op de ingrijpende veranderingen die tijdens dat regentschap plaatsvonden: de sanering van de overheidsfinanciën, het economische herstel, de invoering van de sociale zekerheid, de oprichting van de Benelux, de opmaat naar de Europese instellingen en vooral de invoering van het stemrecht voor vrouwen. De tweede zoon van Albert I maakte door zijn bescheiden opstelling de monarchie ook toegankelijker voor het volk. Aan het einde van zijn regentschap brachten vooraanstaande staatshoofden zoals Winston Churchill en Charles de Gaulle, hem hulde. In eigen land bleef de verdiende erkenning helaas uit, zowel van Leopold III als van Boudewijn I. Toch kreeg hij op 7 juni 1983 een staatsbegrafenis in de Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk, in aanwezigheid van de koninklijke familie. Eindelijk…
