Elke maand biedt Forbes.be u een selectie van tentoonstellingen die u in Belgische musea en kunstgalerijen kunt ontdekken. Tussen belangrijke figuren van de abstractie, nieuwe technologische schrijfstijlen en ongepolijste openbaringen, verkent deze rubriek de meest unieke voorstellen van het moment. Deze maand op het programma: de zeldzame werken uit de jaren ’60 van de Britse schilder Albert Irvin bij Nino Mier, visuele en sonore experimenten van Pierre Gaignard en Eva L’Hoest bij Eric Mouchet, en het compulsieve, intense en ontroerende schilderwerk van Philippe Jaccard in de galerie Modesti-Perdriolle.
Nino Mier Gallery

De Londense schilder Albert Irvin overleed in 2015. De plaatsen die hij bezocht, gaven hun namen aan zijn werken, die een “actieve ruimte” vormen, een “analogon van leven”. In 1956 ontdekte hij de tentoonstelling Modern Art in the United States in de Tate Gallery (het huidige Tate Britain). Jackson Pollock, Mark Rothko, Willem de Kooning overtuigden hem: de realiteit schilderen zonder objecten weer te geven: « uitdrukken wat je voelt. […] Het abstracte kan een lijn nemen, deze isoleren of anders herhalen om zijn kracht te onthullen, zoals Beethoven enkele noten van zijn 5e Symfonie. » Early Work from the ’60s toont zelden geziene werken uit deze cruciale periode.
Eric Mouchet
Pierre Gaignard onderzoekt materie, taal en geheugen, de relatie tussen verleden en heden, met ambachtelijke gebaren en digitale hulpmiddelen. Met behulp van kunstmatige intelligentie reconstrueert hij verborgen vormen die hij onthult door middel van licht, geluid of materie. De titel van zijn tentoonstelling, Griza:j Hypermat’, ontstond uit de muzikaliteit van de taal, zijn experimenteergebied, waaraan hij een plastische en sonore dimensie geeft.

Sinds haar debuut heeft Eva L’Hoest geëxposeerd in België en daarbuiten, bij KANAL – Centre Pompidou, op de Biënnale van Sydney (2022), bij WIELS (Brussel, 2021), op de Triënnale Okayama Art Summit (Japan, 2019). Inkstand – Fragments of Intents, Ne pas réveiller les chiens qui dorment en The Inmost Cell presenteren drie ensembles rond de technologieën die onze gebaren, ons gedrag, onze verbeelding vormgeven. Door de techniek van verloren was in het digitaal tijdperk te herinterpreteren, laat ze vuur en code, metaal- en datafusie, resten van een archeologie van de toekomst in dialoog treden.
Modesti-Perdriolle

Philippe Jaccard is een outsider. Politieagent in Genève, depressief, permanent arbeidsongeschikt, in 45 jaar schilderde hij meer dan duizend doeken en duizenden olieverfschilderijen op papier, bijna nooit tentoongesteld. « Ik weet nooit wat ik ga schilderen. » Zijn enige leidraad: de emotie van het moment. Philippe Descola, antropoloog gesponsord door Lévi-Strauss, heeft het beeld van etnografische objecten binnen de klassieke, moderne en hedendaagse schilderkunst hergedefinieerd: het beeld is niet alleen representatie, het handelt (zoals amuletten, talismannen of iconen die zouden genezen of beschermen). Teruggrijpend op Paul Klee of Bill Traylor, de brutekunst zoals de kunst van de gekken, is elk schilderij van Philippe Jaccard een verlossende openbaring.
