Op woensdag 14 oktober laat Erard de Becker, een bevlogen kunstverzamelaar, een deel van zijn werken veilen bij Zouave, het nieuwste veilinghuis van Brussel.
Als voorzitter van de Vrienden van het Museum van Elsene en de Espace Européen pour la Sculpture, voorzitter en oprichter van de Galerie Le L’Œil in Tanlay (in het Franse departement Yonne) en van de Association Il Giardellino, die barokmuziek promoot in de historische Franse streek Tonnerrois, belichaamt Erard de Becker de bevlogen kunstverzamelaar.
De collectie wordt in Ukkel geveild onder de titel Het oog van een iconofiel, onder de hamer van de jonge Victor-Julius Everard de Harzir, oprichter van het nieuwste Brusselse veilinghuis, gevestigd aan de Waterloosesteenweg.
De collectie, die in ruim veertig jaar werd opgebouwd en focust op avant-gardistische abstractie, omvat onder meer een opmerkelijk werk van Jean-Pierre Pincemin uit 1969. Het monumentale werk bestaat uit een herhaling van abstracte blauwe motieven op een “los doek”, dat niet op een spieraam is bevestigd. Het Centre Pompidou bezit een sterk vergelijkbaar werk. Andere opmerkelijke namen in deze veiling zijn de Belgen Pol Bury en Hugo Claus, de Fransen Gérard Titus-Carmel, César en Jacques Villeglé, de bijzonder zeldzame Finse fotograaf Arno Rafael Minkkinen en de al even opmerkelijke Portugees Jorge Queiroz, wiens werk regelmatig op Brafa wordt getoond.

De vruchten van zijn ontmoetingen
“Er komt een moment waarop je niet langer kiest. De tijd dringt, de jaren gaan voorbij, gebreken en verplichtingen duiken opnieuw op… Dat alles zet je ertoe aan een deel van je collectie te verkopen”, vertelt Erard de Becker. “Bij die gelegenheid kijk ik terug op ruim veertig jaar atelierbezoeken, veilingzalen, ontmoetingen met kunstenaars uit alle continenten en speurtochten op de meest onverwachte markten.”
Volgens hem kiest de verzamelaar een werk uit de catalogus, tenzij het werk hem kiest, zoals een huis zijn eigenaar kiest (“daar geloof ik in”, zegt hij). De verzamelaar vindt er wat hij “de vruchten van mijn ontmoetingen” noemt: werken die worden doorgegeven en dateren van 1945 tot vandaag, zonder onderscheid tussen abstractie en figuratie, met het expressionisme als epicentrum.
“Ik werd vaak geraakt door de periodes waarin een kunstenaar opnieuw aan het werk gaat, na een tijd van twijfel, uitputting of zelfs depressie. Ik voelde me ook aangetrokken tot veelzijdige kunstenaars: de Belg Serge Vandercam, fotograaf, beeldhouwer en schilder van de man van Tollund, die ooit werd vertolkt door mijn vriendin en choreografe Michèle Noiret, dochter van Joseph Noiret, een van de oprichters van de Cobra-beweging. Of de tekeningen van de Franse beeldhouwer Eugène Dodeigne en de vriendschap die hem met René-Edgar Gillet verbond. Nog een Fransman: Raoul Ubac en zijn schaduwen. Wat sommigen een collectie noemen, is in mijn ogen eerder een samenzijn van vrienden en medestanders, die mij veel geluk hebben geschonken, ademruimte, traagheid bij het kijken en verbondenheid.”
