Op 14 augustus 2026 brak brand uit in het natuurreservaat van de Hoge Venen, in de provincie Luik. Het werd de grootste bosbrand die ooit in België werd geregistreerd: meer dan 3.000 hectare ging in vlammen op, dorpen werden geëvacueerd en een landschap van eeuwenoude heidevelden en veengebieden werd in de as gelegd. Het herstel van deze bijzonder kwetsbare natuurlijke habitats kan tientallen jaren duren.
Toch stond deze zomer niet op zichzelf. Precies daar ligt het probleem. Recordhittegolven troffen opnieuw België en de rest van Europa. In Frankrijk, Spanje, Griekenland en elders in Europa verwoestten de vlammen bossen, heidevelden, veengebieden en andere natuurgebieden. Door de klimaatverandering worden de branden elk jaar verder aangewakkerd, waardoor het verlies aan biodiversiteit en de bodemaantasting versnellen.
2026 is een bijzonder belangrijk jaar voor de milieudiplomatie: het Triple COP Year, waarin de drie Rio-verdragen — over klimaat, biodiversiteit en woestijnvorming, allemaal verbonden aan de Earth Summit van 1992 in Rio de Janeiro — bijeenkomen. De COP17 over woestijnvorming vond in augustus plaats in Mongolië, de COP17 over biodiversiteit vindt volgende week plaats in Armenië, gevolgd door de COP31 over het klimaat volgende maand in Turkije.
Los van de symboliek en de huidige milieucrisis zijn de economische en maatschappelijke belangen aanzienlijk: klimaatontregeling, bodemaantasting en biodiversiteitsverlies wegen nu al op gezondheidszorgsystemen, toeleveringsketens en de wereldwijde financiële stabiliteit. Voor deze drie bijeenkomsten, waar landen over hun engagementen onderhandelen, staat één boodschap centraal: klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en woestijnvorming zijn geen afzonderlijke crises, maar symptomen van hetzelfde mondiale onevenwicht, dat dringende en gecoördineerde actie vereist.
De wereld heeft het multilateralisme harder nodig dan ooit. Onze collectieve veiligheid hangt ervan af. Deze crises kunnen niet in silo’s worden aangepakt en vereisen lokale, regionale en wereldwijde coördinatie. De Europese solidariteit die deze zomer bij de bestrijding van de bosbranden werd getoond, met het gezamenlijk inzetten van blusvliegtuigen en het sturen van versterking tussen landen, bewijst dat gecoördineerde actie werkt.
Regeringen krijgen nu de kans om diezelfde ambitie internationaal uit te dragen tijdens de komende COP’s in Erevan en Antalya. Een van de dringendste opdrachten is om de synergieën tussen de drie Rio-verdragen verder uit te bouwen. Sinds hun ontstaan zijn die immers grotendeels van elkaar gescheiden gebleven. België en de Europese Unie beschikken zowel over de geloofwaardigheid als over het diplomatieke gewicht om deze synergieën vooruit te helpen door coalities van bereidwillige landen te vormen.
Daarnaast moeten er specifieke trajecten komen om andere sectoren en ministeries erbij te betrekken — landbouw, energie, ruimtelijke ordening, handel, financiën en andere — zodat “perverse prikkels” kunnen worden bijgestuurd: subsidies of overheidsbeleid die onbedoeld praktijken stimuleren die schadelijk zijn voor het milieu, zoals ontbossing en de overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen.
Het is tijd om af te stappen van reactief crisisbeheer en te investeren in preventie: de bescherming en het herstel van ecosystemen met een hoge ecologische integriteit, duurzaam water- en bodembeheer en de ontwikkeling van ambitieuze strategieën voor aanpassing aan de klimaatverandering, voordat deze crises onbeheersbaar worden.
De meest veerkrachtige economieën van morgen zijn de economieën die vandaag al voor investeringen in preventie kiezen. Door op deze crises te anticiperen, kunnen de menselijke, economische en ecologische kosten ervan op lange termijn worden beperkt. 2026 moet het jaar worden waarin nietsdoen eindelijk wordt erkend als de riskantste keuze.
