Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

België: het defensie-ecosysteem ontwaakt

Vandaag opent Brussels Expo de BEDEX — Brussels European Defense Exhibition, precies op het moment dat de Belgische defensie-industrie de ‘vrede-dividenden‘ achter zich laat om opnieuw een belangrijke economische factor te worden. In het voorjaar van 2026 is de vraag van een andere aard geworden. Het gaat niet langer om de beslissing of er geïnvesteerd moet worden, maar om te begrijpen hoe een sterke publieke vraag kan worden omgezet in daadwerkelijke industriële capaciteiten: banen, technologieën en knowhow in een markt waar de eindkoper altijd een staat blijft.

34 miljard: wanneer de vraag opschaalt

België heeft een Defensie-investeringsplan van 34 miljard euro voor de periode 2026–2034 goedgekeurd, gericht op het bereiken van de NAVO-drempel van 2% van het BBP. In een economie die door overheidsopdrachten wordt gestructureerd, heeft een dergelijke aankondiging een schokeffect op het hele industriële weefsel, van productie tot engineering, van onderzoek tot logistiek. De cijfers verzameld door Agoria, de federatie van de technologiesector, beschrijven bijna 900 bedrijven en 16.300 directe banen. In het hart bevinden zich 80 directe leveranciers van Defensie, die goed zijn voor 2 miljard euro en 5.000 banen. De voorspellingen wijzen op een verdubbeling tegen 2033, met mogelijk 8.000 nieuwe banen. De defensie-economie is echter resistent tegen rekenkundige redeneringen. Een toename van de vraag leidt niet automatisch tot een aanbodstijging: het opleiden, rekruteren, certificeren en beveiligen van productielijnen kost tijd. Nicolas Bas, van Agoria-BSDI, formuleert het zonder omwegen: “De verwachte 8.000 nieuwe banen zijn niet beperkt tot ingenieurs. Het gaat om alles: van business development tot gekwalificeerde monteurs, en gespecialiseerde arbeiders. De sector heeft mensen nodig in zowel fabrieken als vergaderzalen.

De Belgische premier Bart De Wever
De Belgische premier Bart De Wever

Een nichesector: waarde boven volume

België beschikt niet over industriële giganten zoals Frankrijk of Duitsland. Het ecosysteem is opgebouwd rondom een dicht netwerk van KMO’s, vaak onzichtbaar voor het grote publiek maar onmisbaar vanwege hun beheersing van kritieke segmenten: precisie-onderdelen, ingebouwde sensoren, commandosoftware. Het Ministerie van Defensie onderschrijft deze logica. “FN Herstal is een uitzondering vanwege zijn grootte; verder is het overheidsbeleid gericht op het onmisbaar maken van deze KMO’s in wereldwijde waardeketens, zodat industriële voordelen worden benut uit internationale contracten. Het doel is veranderd: het gaat niet meer om alles in België te produceren, maar om het land in te bedden in de Europese en trans-Atlantische netwerken die de markt structureren.” In deze vergelijking speelt de BEDEX de rol van marktinfrastructuur: het aanbod en de vraag samenbrengen. “Door het een podium te geven, helpen we het minder geheimzinnig te maken. We moeten uitleggen wat we doen, met wie we samenwerken en hoe we aan de nieuwe uitdagingen voldoen”, legt Yassine Rafik uit. “Europese giganten en Belgische KMO’s delen dezelfde ruimte. Het doel is om samenwerkingen te creëren. Het Belgische ecosysteem moet zich als een geheel beschouwen, niet als losse blokken.” We horen over een tijd die de jongeren niet kennen: als er een bijeenkomst met militairen was en bedrijven de kamer binnenkwamen, gingen de militairen eruit … Een andere cultuur.

© Salma Haouach
© Salma Haouach

De bottleneck: snel kopen zonder slecht te kopen

De belangrijkste uitdaging voor de defensie-economie blijft snelheid. De publieke aanbesteding wil versnellen; veiligheids-, conformiteits- en exportcontrolegeboden lange cycli opdringen. Het bekende risico: een innovatie wordt als verouderd verklaard voordat deze zelfs gekocht is. “Er is een kloof ontstaan tussen door onderzoek gefinancierde projecten tot een bepaald volwassenheidsniveau en de acquisitiecontracten van DGMR”, erkent het Ministerie van Defensie. Om deze kloof te overbruggen, zijn er opschalingsinstrumenten geïntroduceerd, zoals de “startup challenges” gepresenteerd op de BEDEX, ontworpen om concepten direct met het leger te testen. “De inspiratie kwam uit Oekraïne, waar de ontwikkelingscyclus van een drone tot zes weken werd teruggebracht.Jeroen Poesen, veiligheids- en defensieadviseur bij Luciad (Hexagon-groep) verwoordt deze spanning precies: “Grote bedrijven kennen de aankoopprocessen. Startups brengen de flexibiliteit. Afzonderlijk gaan ze niet snel genoeg. Samen, in consortia, kunnen ze innoveren op de “speed of relevance“.

© Salma Haouach
© Salma Haouach

Noord/Zuid: een ecosysteem met twee snelheden

De Belgische defensie-industrie vertoont een historisch economisch geografisch karakter: een traditionele en exporterende Wallonië (FN Herstal, Cockerill, zware productie) tegenover een inhaalslag doende Vlaanderen (dual-use technologieën, software, systemen). In België vallen de exportvergunningen voor wapens en aan defensie gerelateerde goederen sinds de regionalisering van de wapenhandelcontrole (Vlaanderen, Wallonië, Brussel-Hoofdstad) grotendeels onder de Gewesten, elk met hun eigen teksten en administratieve praktijken binnen het kader van de Europese regels. In Vlaanderen valt de controle binnen een sterk gestructureerd en door het Vlaams Vredesinstituut gevolgd systeem, dat de wetgeving en exportbeleid analyseert en het Vlaamse Parlement informeert via rapporten en adviezen. Deze governance-architectuur, meer ‘parlementair’ en blootgesteld aan het publieke debat, draagt bij aan een aanpak die door bedrijven vaak als voorzichtiger wordt ervaren, terwijl Wallonië vertrouwt op een traditioneel industrieel netwerk dat verbonden is met wapens en export, met politiek die kan variëren naargelang de periode. Het resultaat is dat wanneer de budgetten stijgen en het ecosysteem zichzelf internationaal probeert te positioneren, de kwestie van licenties een onderwerp van concurrentievermogen wordt, omdat het de commerciële snelheid, de zichtbaarheid van de orderboeken en uiteindelijk de investeringscapaciteit van KMO’s kan beïnvloeden. Een coördinatieprotocol wordt besproken tussen de Federale overheid en de Gewesten om deze benaderingen te harmoniseren zonder de culturele specificiteiten op te geven. Maar deze historische ongelijkheid vervaagt. De Vlaamse regering heeft onlangs het Impulse Programma Defensie (20 miljoen euro) vrijgemaakt om het gat te dichten. Nicolas Bas (Agoria-BSDI) merkt op: “In aantal actieve bedrijven is het nu gelijk tussen Noord en Zuid. Maar in dynamiek, met de nieuwe Vlaamse regering, is verdediging een echte investeringsfocus. In Vlaanderen is er vandaag meer dynamiek dan in het Zuiden juist omdat er veel inhaalwerk moet plaatsvinden.” Om verder te gaan dan deze regionale spanningen, Yassine Rafik (BEDEX) herinnert aan de verbindende aard van de beurs: “BEDEX brengt iedereen samen: Vlaamse startups en Waalse industriëlen op hetzelfde podium, zonder grenzen. Het Belgische ecosysteem moet gedacht worden in termen van Noord en Zuid, niet Noord tegen Zuid.” Om dit ecosysteem te begrijpen, is het ook nodig om afstand te nemen van het traditionele beeld van de zware industrie. Moderne defensie gaat ook over data, cartografie en real-time visualisatie. Luciad (Hexagon-groep) belichaamt dit technologische België, verankerd in ‘dual-use’: technologieën geboren in het militaire domein en uitgegroeid tot civiele toepassingen. Hun software draait geruisloos in de systemen van de NAVO, maar ook in het hart van het Frans-Belgische CaMo-programma: dit partnerschap, dat pantservoertuigen en landmacht-eenheden moderniseert zodat Frankrijk en België samen kunnen opereren, leunt op Luciad om in real-time de posities en bewegingen van troepen op het terrein weer te geven. Hun vertegenwoordiger vat samen wat veel spelers van dit type ervaren: “Geen logo op een tank. Maar onze software is het hart van commandosystemen. Ook dat is defensie.” bevestigt Jeroen Poels. Deze toename in techniciteit stelt een verontrustende concurrentie uitdaging: de zoektocht naar talent. Nicolas Bas benadrukt: “de ernstigste schaarste treft niet altijd de studiebureaus, maar de werkplaatsen, daar waar industriële herhaalbaarheid moet worden gegarandeerd.” In dit gefragmenteerde landschap fungeert FN Browning Group als stabilisator door zijn productiecapaciteit, exportvolumes en zijn Europese strategie, die zich concreet toont door de overname van het Franse Sofisport. Head of communications Henry de Harenne wijst op het gewicht van de groep in de reële economie: “67% van onze leveranciers zijn Belgische bedrijven — Walen en Vlamingen onder één noemer. 90% komt uit de Benelux, 97% uit Europa. Dit is geen toeval: het is een weloverwogen inbeddingsstrategie.” De groep heeft ook een strategisch partnerschap van twintig jaar veiliggesteld met de Belgische defensie voor lichte wapens en munitie, open naar andere Europese landen. “Dit type partnerschap is fundamenteel omdat het ons twintig jaar zichtbaarheid geeft […] we kunnen investeren in nieuwe productielijnen.” legt Henry de Harenne uit.

© Salma Haouach
© Salma Haouach

Het kapitaal: de markt openen voor nieuwe toetreders

Toetreden tot een markt die zo genormeerd en kapitaalintensief is, blijft een uitdaging. Lang bleef Europees durfkapitaal op afstand van defensie, wat de opkomst van jonge bedrijven belemmerde. Thibaut Claes, bij FNX Ventures, een fonds van 20 miljoen euro verbonden aan Wallonië Onderneemt en FN, stelt een directe diagnose: “In België is de VC-markt voor defensie zeer zwak. Dat verandert, maar langzaam.” Zijn analyse biedt echter een bredere perspectief: “ 80% van de financiering gaat naar drones. De volgende golf is software, energie, logistiek, ruimte.” De Belgische uitdaging is dan ook om de budgetten te richten naar deze kritieke technologieën waarin een competitieve voorsprong nog moet worden opgebouwd én verdedigd.

Europa: een waardeketen die nog moet worden samengesteld

Dit Belgische ontwaken maakt deel uit van een bredere dynamiek, zoals verwoord in het Draghi-rapport: de Europese defensie-industrie lijdt onder een kostbare versnippering. Gezien de proliferatie van concurrerende wapensystemen op het oude continent, wordt integratie net zozeer een economische als strategische noodzaak. Deze integratie kan niet vanuit het niets worden opgelegd: het wordt opgebouwd contract na contract, consortium na consortium, grensoverschrijdend partnerschap na partnerschap. Hierin vindt de Brusselse dynamiek van het voorjaar 2026 zijn volledige betekenis: “Brussel is het hart van de NAVO en de Europese Unie” herinnert medeoprichter Yassine Rafik. “De Europese vraag is de afgelopen 3 jaar geëxplodeerd. Sommige van onze spelers hebben hun omzet verviervoudigd. Het wordt tijd om het Belgische aanbod te structureren.” De culturele verandering is misschien wel de meest welsprekende aanwijzing. Jeroen Poels van Luciad gaf het best de vinger aan de pols: “Drie jaar geleden werden defensiesamenkomsten in kleine zaaltjes gehouden. Vandaag vullen dezelfde evenementen grote hotels. Het feit dat de BEDEX in Brussel heeft plaatsgevonden, was drie jaar geleden ondenkbaar.” Zal het Belgische ecosysteem zich internationaal ontwikkelen? Dat moet de komende jaren zeker worden gevolgd.

© Salma Haouach
© Salma Haouach

Latest article