Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Intelligente kunstgrepen

In Phaedrus van Plato vertelt Socrates het verhaal van de Egyptische god Theuth, die farao Thamus enkele van zijn uitvindingen kwam tonen. Theuth presenteert hem het schrift en prijst een wetenschap die “de Egyptenaren geleerder zal maken en hun geheugen zal ontlasten”. De koning antwoordt dat het “alleen maar vergetelheid zal veroorzaken in de geest van degenen die het leren, waardoor ze hun geheugen zullen verwaarlozen”.

De millennia gaan voorbij en de controverses blijven bestaan. Wat zouden Theuth en Thamus zeggen over kunstmatige intelligentie? Waarschijnlijk soortgelijke voorspellingen, behalve dat de eeuwen in dit geval de goddelijke overwinning hebben bezegeld: elke mens is vandaag verrijkt met het geheugen van alle anderen. Is het debat daarmee gesloten? Als een onstuimige rivier stort de technologie al eeuwenlang, en met een zekere versnelling, haar stroom van vooruitgang over de mensheid uit, waardoor haar levensomstandigheden worden verbeterd, haar bestaan wordt verlengd en de economie van het leven op zijn kop wordt gezet. Artificiële intelligentie maakt deel uit van deze revolutionaire ontwikkeling die geen weerstand duldt en het spectrum van mogelijkheden vergroot, met name in de geneeskunde. Deze revolutie roept een hele reeks vragen op. Ten minste twee, of beter gezegd, de antwoorden die daarop worden gegeven, zullen bepalend zijn voor de toekomst van de mensheid. 

Als het schrift kan worden beschouwd als een vorm van externalisering van kennis, dan verdiept artificiële intelligentie dit concept tot het punt waarop het onderscheid tussen mens en machine vervaagt: dankzij hun cognitieve en beslissingsvaardigheden kunnen AI-systemen zich autonoom ontwikkelen en nu ook emoties integreren, die één van de bijzonderheden van de mens vormen. Hoewel artificiële empathie voortkomt uit een compilatie van gegevens, wordt deze volgens verschillende onderzoeken al als superieur beschouwd aan de empathie die een vrouw of man toont. Artificiële intelligentie raakt dus aan de fundamenten van de mensheid en doet de “Egyptische controverse” in een nieuw, scherper daglicht herleven. Is de mens, na een groot deel van zijn vaardigheden te hebben uitbesteed, nu van plan om ook zijn hersenfuncties aan machines over te dragen? Wat zijn de gevolgen daarvan voor zijn neuronen? 

Talrijke wetenschappelijke studies wijzen op het risico van algemene cognitieve atrofie en verlies van hersenplasticiteit. Het gebruik van artificiële intelligentie vermindert namelijk aanzienlijk de intellectuele inspanning die nodig is om informatie om te zetten in kennis. Dat is de eerste vraag.

De tweede heeft te maken met macht. Hier duikt opnieuw het spookbeeld op van de almacht van grote technologiebedrijven. Met het risico van een polarisatie tussen de eigenaars van de technologie en de gebruikers die eraan gebonden zijn. Daarbij komt de rol van de overheid, die afhankelijk is van het regime – variërend tussen de Verenigde Staten, China en Rusland, die er een instrument in de wereldwijde machtsstrijd van maken, en Europa, dat, dankzij haar grote koopkracht, fungeert als regulator en zich voorbereid met een regelgeving (die in 2026 in werking treedt), bedoeld om deze risico’s te voorkomen.  Geconfronteerd met deze onmiskenbare vooruitgang, namelijk de opkomst van een “exobrein”, bestaat de uitdaging voor de mens erin om dit te behouden als een aanvulling en niet als een vervanging, en om hegemonieën op het gebied van kennis te voorkomen. Hoe eenvoudig het ook lijkt, het bevorderen en beschermen van kritisch denken is één van de fundamentele sleutels, zowel op collectief als op individueel niveau. Niet te vergeten de voortdurende gymnastiek van de gedachtegang, die tot nu toe heeft geholpen om Thamus te weerleggen. Met andere woorden, blijven lezen… 

Latest article