Het Global Risks Report 2026 van het World Economic Forum wekt een gevoel van déjà-vu op. Wederom domineren natuurgebonden risico’s het langetermijnlandschap. Extreme weersomstandigheden, verlies van biodiversiteit en ineenstorting van ecosystemen, evenals kritische veranderingen in aardsystemen behoren tot de drie grootste bedreigingen waarmee de wereld het komende decennium wordt geconfronteerd, vóór andere grote risico’s zoals desinformatie, ongewenste effecten van AI-technologieën, ongelijkheden, cyberonveiligheid en sociale polarisatie.
De publicatie komt op een bijzonder relevant moment. In Brussel zijn onderhandelingen gestart over het volgende meerjarig financieel kader van de Europese Unie voor de periode 2028-2034. Er staan bijna 2.000 miljard euro op het spel. Hoe deze begroting wordt gestructureerd, zal de stempel van de EU zetten voor de komende jaren, zowel binnen haar grenzen als internationaal, met name via haar beleid inzake internationale samenwerking, partnerschappen, handel en investeringen.
Echter, de natuur wordt nog te vaak gezien als een extraatje, of op de achtergrond geplaatst achter prioriteiten die als dringender worden beschouwd. Dit is een strategische vergissing. Gezonde ecosystemen van hoge integriteit vormen de basis voor voedselveiligheid, toegang tot water, landbouw, visserij, volksgezondheid en klimaatresistentie. Natuurlijke oplossingen behoren ook tot de meest efficiënte middelen die we tot onze beschikking hebben, die tegelijkertijd klimaat-, economische en sociale voordelen opleveren.
Toch heeft deze erkenning zich niet vertaald in politieke en budgettaire acties die deze waard zijn. In 2021 heeft de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, zich ertoe verbonden de internationale financiering voor biodiversiteit te verdubbelen tot 7 miljard euro tegen 2027. Een sterk signaal, maar nog steeds zeer onvoldoende gezien de behoeften. In het kader van de huidige begroting 2021-2027 heeft de EU zich tot doel gesteld 10% van haar jaarlijkse uitgaven aan biodiversiteit te wijden tegen 2026-2027, een doel dat weinig kans heeft om bereikt te worden.
Nu de onderhandelingen over de post-2027 begroting aan de gang zijn, zou de vraag niet langer moeten zijn of natuur en biodiversiteit ertoe doen, maar of de EU deze erkenning zal omzetten in bindende verplichtingen en duurzame investeringen. Dit impliceert een duidelijk en ambitieus uitgavenbeleid voor biodiversiteit, een versterkte integratie in sleutelsectoren zoals landbouw, infrastructuur of klimaatactie, evenals een overstijging van de eenvoudige logica van “niet schaden” ten gunste van een benadering die actief de veerkracht wil versterken. De sociaal-economische veiligheid en het concurrentievermogen van Europa zijn uiteindelijk afhankelijk van een gezonde omgeving, zowel op eigen bodem als internationaal.
Het rapport van het World Economic Forum fungeert als een waarschuwing. Het gaat niet om groen idealisme, maar om risicobeheer in een steeds onstabielere wereld. De Europese begroting is een van de weinige hefbomen die op grote schaal kan optreden. Of ze aan de uitdagingen voldoet — of ze negeert — zal onthullen in hoeverre de EU de risico’s met betrekking tot de natuur serieus neemt, die inmiddels onmogelijk te negeren zijn.
