Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Patrick Habirora, 30u30: “Beschouw je project als een marathon, niet als een sprint”

Op 25-jarige leeftijd geldt Patrick Habirora als een van de grote MMA-talenten wereldwijd. Als wereldkampioen bij de amateurs in 2023, die nog altijd ongeslagen is bij de profs, schreef hij in 2025 geschiedenis door voor het eerst een internationale MMA-organisatie naar België te halen. Vorige zomer slaagde hij erin die prestatie te herhalen. Buiten de bekende kooi die kenmerkend is voor de sport, is deze geboren Namenaar een maatschappelijk fenomeen dat de codes van zijn generatie beheerst en jongeren weet samen te brengen. Als boegbeeld van een cultuur van hard werken en discipline wil hij de grenzen van de vechtsport overstijgen en waarden als veerkracht, ambitie en zelfoverstijging doorgeven aan toekomstige generaties. Een gesprek met deze Forbes 30 Under 30.

— Forbes.be: Hoe bent u bij MMA terechtgekomen?
— Patrick Habirora: Ik begon al heel jong met sporten, rond mijn zesde of zevende, met voetbal. Omdat ik als kind hyperactief en onstuimig was en heel veel energie kwijt moest, moest die in goede banen worden geleid. Ik heb meerdere jaren op een heel goed niveau gevoetbald. Ik zag mijn toekomst duidelijk in het voetbal en we hadden voorstellen om in eerste klasse te tekenen. Door mijn temperament vonden mijn ouders het echter moeilijk om mij op mijn dertiende naar een opleidingscentrum te laten vertrekken. Terwijl ik bij mijn ploeg bleef en mijn ploegmaats naar eerste klasse zag vertrekken, verloor ik wat mijn zin in de sport. Omdat ik erg competitief ben, stopte ik liever. Als je als tiener niets omhanden hebt, ga je uiteindelijk wat rondhangen in de buurt. Enkele jaren doelloos rondlopen is het gevaarlijkste wat een jongere met een overvloed aan energie kan overkomen.

— Hoe oud was u toen u in die doelloze periode terechtkwam?
— Tussen mijn veertiende en zestiende deed ik buiten school niets bijzonders. Toch was ik heel sterk op school: ik zat op het Institut Saint-Louis in Namen, een onderwijsinstelling van hoog niveau. Van mijn vrienden met een stedelijke migratieachtergrond was ik de enige die daar studeerde. Ik volgde de richtingen met veel wiskunde en wetenschappen en speelde zelfs in het schaakteam van mijn school. ’s Avonds hing ik met mijn vrienden in de buurt rond en haalden we allerlei kattenkwaad uit, terwijl ik overdag schaaktoernooien speelde. Het contrast was groot. Vervolgens nam een vriend me tijdens een opendeurdag mee naar een MMA-les. Ik wilde gewoon een activiteit uitproberen en me beter leren verdedigen, omdat ik als onstuimige jongen buiten weleens in aanvaringen kon belanden. Ik was opgegroeid met de films van Jackie Chan en Chuck Norris, en mijn vader had me die cultuur van kracht en zelfverdediging meegegeven. Ik begon een of twee keer per week met een groep vrienden te trainen. De coach zag onze motivatie en stelde hun voor om aan een wedstrijd deel te nemen. Ik was zestien en te jong om mee te doen, maar hen samen zien vertrekken en als winnaars zien terugkeren, wakkerde iets in mij opnieuw aan. Het was de behoefte aan erkenning en de trots van een overwinning die ik na mijn afscheid van het voetbal was kwijtgeraakt.

— Bent u zo aan MMA-wedstrijden begonnen?
— Precies. Mijn eerste wedstrijd verliep heel goed, net als de tweede. Toen ik zeventien was, kwam een UFC-vechter (Ultimate Fighting Championship, de grootste competitie, waarin aanvankelijk verschillende vechtsporten tegenover elkaar werden geplaatst om te bepalen welke het doeltreffendst was, voordat MMA uitgroeide tot een volwaardige discipline, nvdr.) een stage geven in Namen. Hij observeerde me en zei: “Je leert snel. Als je je serieus op MMA zou toeleggen, zou je iets groots kunnen bereiken.” Ik had niet echt toekomstperspectieven. Hoewel ik het goed deed op school, spraken hogere studies me niet aan. Ik heb altijd nood gehad aan een innerlijke passie die me richting gaf. Toen die persoon dat tegen me zei, leek er precies op het juiste moment iets op zijn plaats te vallen. Wat me in MMA aansprak in vergelijking met teamsporten, was dat ik als enige verantwoordelijk ben voor mijn overwinning of nederlaag. Ik kan de schuld niet op een ploegmaat afschuiven. In Namen waren er echter geen geschikte faciliteiten en was er geen professionele staf.

— Toen bent u naar Brussel vertrokken…
— Mijn oudere zus vond vervolgens via Facebook een professionele club in Brussel en raadde die aan. Toen ik zeventien was, trok ik tijdens de zomer een maand bij mijn peter in de hoofdstad in en bezocht ik alle zalen in de stad. Uiteindelijk ontmoette ik in Woluwe mijn huidige coach, Tarek Bensaidane. In zijn zaal trainden tien professionele vechters, van wie er vier bij Cage Warriors uitkwamen, destijds de toonaangevende competitie in Europa. Voor mij was dat alsof ik in het opleidingscentrum van FC Barcelona terechtkwam! Ik overtuigde mijn ouders en begon elke dag met de trein heen en weer te reizen. Toen ik me in Brussel mat met sporters van mijn leeftijd, besefte ik dat ik 2 tot 4 jaar achterstand had omdat ik pas heel laat met MMA was begonnen. Om die achterstand in te halen, schreef ik me in voor fysieke voorbereiding aan het Centre Adeps in Jambes. Ik ging er om 7 uur naartoe, vóór de lessen. De school eindigde om 16.15 uur en daarna haastte ik me naar de trein richting Brussel om te trainen. Ik werkte nog een uur aan de bokszak voordat ik rond 23 uur of middernacht de trein terug nam. Tijdens mijn laatste twee jaren van het middelbaar hield ik dat strenge ritme vol.

— Hebt u in die periode enorme persoonlijke offers moeten brengen?
— Van mijn zeventiende tot mijn tweeëntwintigste offerde ik een groot deel van mijn jeugd op: geen feestjes, geen verjaardagen, geen vakanties en geen bioscoopbezoeken. Mijn enige sociale contacten waren mijn trainingspartners. Mijn trainer begreep hoe vastberaden ik was toen hij zag dat ik elke dag drie uur onderweg was zonder ooit op te geven. Tijdens de lockdown door Covid-19, toen alles gesloten was, werd ik geselecteerd voor het nationale jiujitsuteam. Daardoor kreeg ik een uitzondering van Adeps om legaal te kunnen trainen. Ik huurde voor €100 een ingerichte garage in Anderlecht en we trainden er de hele winter twee keer per dag, in de kou. Terwijl de meeste sporters stopten, kon ik in die periode mijn achterstand definitief wegwerken. Toen mijn coach me na een jaar lockdown opnieuw beoordeelde, deed ik tien ronden sparring tegen een professionele vechter en domineerde ik hem. Hij stond versteld. Ik heb een obstakel nooit als iets onvermijdelijks beschouwd, maar altijd als een kans.

— Wat gebeurde er met uw studies toen uw MMA-carrière begon?
— Ik had mijn CESS behaald in een richting met veel wiskunde, maar voor mijn ouders was het ondenkbaar dat ik niet verder zou studeren. Voor mijn moeder bleef sport gewoon een hobby. Daarom schreef ik me aan de ULB in voor psychologie en slaagde ik voor mijn eerste jaar. Omdat ik de opleiding te theoretisch vond, stapte ik over naar e-business aan Ephec. De verplichte aanwezigheid bij groepswerken viel echter niet te combineren met mijn trainingsschema. Toen ik 21 was, bracht ik mijn ouders rond de tafel samen en vroeg ik hun toestemming om me er volledig op toe te leggen. Sinds mijn negentiende woonde ik zelfstandig in Brussel en bekostigde ik mijn dagelijkse leven met allerlei tijdelijke baantjes, als nachtreceptionist, op bouwwerven, in de horeca, als animator en in de schoonmaak. Toen mijn moeder zag hoe volwassen ik dit aanpakte, ging ze uiteindelijk akkoord en mijn vader steunde me. Dat was een enorme opluchting.

— Welk toernooi betekende een keerpunt in uw carrière?
— De Levels Fight League in Nederland, die ik won. De hoofdprijs was een volledig betaalde trainingsstage in Canada onder leiding van Firas Zahabi, de coach van Georges St-Pierre. Op mijn tweeëntwintigste ging ik er trainen met UFC-vechters. Ik ontmoette Georges daar toevallig, dat was dus niet vooraf gepland. Hij en zijn trainer waren onder de indruk van mijn niveau en Georges nam me onder zijn vleugels. Die stage betekende een belangrijk keerpunt. Nadat ik vice-Europees kampioen was geworden en in 2022 de kwartfinales van het WK had bereikt, nam ik in 2023 deel aan het wereldkampioenschap voor amateurs. Mijn coach stelde me een strikt ultimatum: “Dit is je laatste amateurwedstrijd. Ofwel word je wereldkampioen, ofwel stop ik met je te trainen.” Mijn trainers, Damien Broothaerts en Tarek Bensaidane, hadden me vanwege mijn moeilijke financiële situatie altijd gratis begeleid. Ik had alles aan hen te danken. Ik begon aan het WK met een totale focus. Ik won mijn vijf gevechten zonder ook maar één overwinning te vieren vóór de finale. Zo werd ik de eerste Franstalige amateurwereldkampioen in de geschiedenis van MMA, nadat ik de beste atleten ter wereld had verslagen. Na die titel in november 2023 stapte ik in januari 2024 over naar de profs.

— Met de status van wonderkind naar de profs overstappen brengt veel druk met zich mee. Hoe houdt u stand tegen ervaren vechters?
— De amateur- en de profwereld zijn twee totaal verschillende werelden. Bij de profs neem je het op tegen gevestigde mannen die hun gezin onderhouden en soms tien jaar ervaring hebben. Alle organisaties wilden me contracteren. Voor mijn debuut tekende ik eerst bij AEC MMA. Daarna ontstond de enorme hype rond het gevecht Baki tegen Doumbé bij PFL, in de Accor Arena voor 20.000 mensen. Hoewel ik nog maar één profgevecht achter de rug had, terwijl de fightcard voorbehouden is aan gevestigde vechters, benaderde ik de organisator. Ik benutte de invloed van sociale media. We creëerden online zoveel enthousiasme dat de organisatie me aan de fightcard toevoegde. Toen ik op de dag van het gevecht opkwam, zat de zaal al voor 70% vol. Ik verscheen met een strohoed geïnspireerd op One Piece en vocht een oorlog van 15 minuten, waarin ik al mijn vastberadenheid toonde voordat ik won. In één dag kreeg ik er 100.000 volgers bij en kreeg ik enorme media-aandacht! Van de ene dag op de andere herkennen mensen je in de metro of de supermarkt. Toch was mijn materiële leven nog niet veranderd: ik reed in een oude Polo uit 2006 waarvan de ruitenwissers niet meer werkten en woonde in een kleine studio. Er was een groot contrast tussen mijn bekendheid op sociale media en mijn dagelijkse realiteit.

— Hoe verklaart u dat succes op sociale media?
— Die band met het publiek ontstond omdat de meeste profvechters in de dertig zijn en op een traditionele manier communiceren. Op mijn tweeëntwintigste bracht ik de codes van mijn generatie mee. Jongeren herkenden zich meteen in mijn parcours. Daarna kreeg ik mijn eerste grote cheque in MMA. Ik ging naar huis om het contract en de cheque aan mijn moeder te laten zien. Op dat moment besefte ze dat sport op een legitieme manier echte inkomsten kon opleveren. Dat bevestigde voor mij dat ik de juiste carrièrekeuze had gemaakt.

— Kon u dankzij die dynamiek als hoofdact van PFL in België grote zalen vullen?
— Absoluut. Ik overtuigde de Amerikaanse leiding van de Professional Fighters League (PFL), een grote MMA-organisatie, ervan dat er in België een aanzienlijk publiek voor deze discipline bestond. Ze twijfelden omdat de traditionele Belgische media vooral aandacht besteedden aan voetbal en tennis. Bij mensen jonger dan 30 is MMA echter uitgegroeid tot een vaste waarde. Ik garandeerde hun dat we de ING Arena, toch de grootste overdekte zaal van België, zouden vullen als ik het hoofdgevecht mocht doen. Op 5 juli 2025 was de ING Arena uitverkocht. Ik won mijn gevecht met een knock-out voor een volle zaal. We herhaalden het evenement met een tweede editie, die eveneens uitverkocht was. Geen enkele individuele sporter had dat eerder in België gepresteerd.

— Zijn de Belgische media dat enthousiasme uiteindelijk gevolgd, of vonden ze MMA te gewelddadig?
— De jongste editie werd in België op televisie uitgezonden. In het begin moesten we zelf aankloppen, maar de omvang van het evenement viel uiteindelijk niet meer te negeren. Sportfiguren zoals de broers Hazard en leden van de koninklijke familie woonden mijn gevechten bij. Sommige media hebben misschien geaarzeld omdat ze de discipline te gewelddadig vonden. Maar als grote Franse zenders zulke evenementen voor een groot publiek uitzenden, is er geen reden waarom België een uitzondering zou zijn. Ik bekijk dat intussen met wat meer afstand. Het Belgische publiek steunt me enorm en de internationale media berichten uitgebreid over mijn prestaties. Omdat ik verbonden ben aan een wereldwijde Amerikaanse organisatie, reiken mijn doelstellingen verder dan de landsgrenzen.

— Waar staat MMA eigenlijk voor en zou de sport binnenkort olympisch kunnen worden?
— MMA staat voor Mixed Martial Arts, gemengde vechtkunsten. Het is een combinatie van verschillende disciplines: Engels boksen voor de vuistslagen, kickboksen voor trappen en stoten, worstelen voor worpen en Braziliaans jiujitsu voor grondwerk en submissies. De internationale instanties werken aan de opname ervan in de Olympische Spelen. Dat zal waarschijnlijk niet in 2028 gebeuren, maar eerder tegen 2032. Als ik de kans zou krijgen om mijn land op de Olympische Spelen te vertegenwoordigen, zou dat een geweldige belevenis zijn. Het hoogste niveau binnen onze discipline blijft echter de UFC, die nu al wereldwijd media-aandacht krijgt.

— Wat zijn uw ambities voor het vervolg van uw carrière?
— Mijn volgende gevecht vindt plaats in Dubai. Mijn carrière speelt zich voortaan internationaal af, in de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. Ik zal altijd naar België terugkeren om voor mijn publiek te vechten, maar ik mik op de grootste podia ter wereld. Nadat we met twee edities in de ING Arena bijna 20.000 toeschouwers hebben samengebracht, wil ik in België een evenement in een voetbalstadion organiseren. Ik heb in Rennes al voor 10.000 mensen in een stadion gevochten. In België 15.000 tot 20.000 mensen in een stadion samenbrengen, zou een historische mijlpaal zijn.

— Kunt u na al die offers meer genieten van het leven en van uw naasten?
— Dat is de positieve keerzijde. Wie succesvol is in de topsport, krijgt financiële vrijheid en zelfstandigheid, waardoor je bijzondere momenten kunt beleven. Dit jaar heb ik 17 keer het vliegtuig genomen en vier continenten bezocht. Ik kon mijn droom waarmaken om naar Japan te reizen, en ook naar Marokko en Canada. Ik heb het geluk dat ik elke dag met mijn passie bezig ben: MMA is mijn beroep en mijn levensdoel. Je elke dag kunnen wijden aan wat je het liefst doet, is een voorrecht van onschatbare waarde.

— Welke waarde hecht u aan uw plaats in de Forbes 30 Under 30?
— Ik voelde me erg vereerd omdat ik het niet had verwacht. Ik kom uit een volks milieu en Forbes was geen magazine dat we gewoonlijk lazen. Toch had deze nominatie een grote impact bij bedrijfsleiders, beleidsmakers en het brede publiek. Forbes is een wereldwijd erkend instituut. Door een dergelijke publicatie te worden onderscheiden, krijg je echte institutionele legitimiteit.

— Welke boodschap wilt u jongeren meegeven?
— Of het nu om sport, ondernemerschap of kunst gaat, je moet je project als een marathon beschouwen en niet als een sprint. Er is een eenvoudige regel: als je je minstens vijf jaar lang, dag na dag en met constante discipline aan een doel wijdt, kun je het bereiken. Maar als je niet bereid bent om minstens vijf jaar van je leven te investeren, heeft het geen zin om eraan te beginnen. Dat parcours zal bezaaid zijn met mislukkingen en obstakels. Falen is een noodzakelijke stap om te leren en vooruitgang te boeken. Niets is vooraf gegarandeerd, het is een weddenschap op jezelf. Maar als je gedisciplineerd blijft en het beste van jezelf geeft, hoef je nergens spijt van te hebben.

 

 

Latest article