Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Hoe de rampenspecialist van private credit een fortuin van 800 miljoen dollar vergaarde

Leonard Tannenbaums nieuwste onderneming leek een zekerheid. Nadat hij in 2020 zijn vorige bedrijf, Fifth Street, had verkocht te midden van rechtszaken met investeerders en een schikking met de SEC, profileerde de ervaren financier zich opnieuw als pionier in de kredietverlening aan cannabisbedrijven met beperkte toegang tot bankdiensten. De cannabismarkt floreerde terwijl Amerikanen tijdens de pandemie gestrest en verveeld thuiszaten. Maar marihuana bleef op federaal niveau illegaal, waardoor de meeste cannabisbedrijven geen toegang hadden tot traditionele bankfinanciering.

Tannenbaum had de perfecte pitch voor Wall Street: de dominante institutionele kredietverstrekker worden in deze snelgroeiende sector van 19 miljard dollar, met hoge rendementen voor aandeelhouders.

Begin 2021 brachten Tannenbaum en zijn derde vrouw, Robyn, het in West Palm Beach, Florida, gevestigde AFC Gamma — later omgedoopt tot Advanced Flower Capital — naar de Nasdaq als een hypotheek-REIT. De beursgang bracht 124 miljoen dollar op. Dankzij opeenvolgende aandelenuitgiften steeg de beurswaarde van AFC binnen twee jaar tot bijna 400 miljoen dollar. De kredietportefeuille groeide tot een vergelijkbaar bedrag.

“Wat me verbaasde, was dat er in deze sector geen enkele institutionele of gerenommeerde kredietverstrekker actief was”, zei Tannenbaum in 2022 in de podcast From Pot to Popular, als onderdeel van een mediacampagne rond zijn intrede in de sector. “Dit was een kans om nummer één in de sector te worden.”

Vijf jaar later is Tannenbaums cannabisfinanciering in rook opgegaan. Vorig jaar boekte Advanced Flower Capital een verlies van 21 miljoen dollar op een netto-omzet van 25 miljoen dollar. Rekening houdend met een latere afsplitsing ten gunste van de aandeelhouders is de beurswaarde gedaald tot ongeveer 120 miljoen dollar. Het kwartaaldividend, dat een jaarlijks rendement van meer dan 10% opleverde, werd verlaagd van 56 cent naar 5 cent per aandeel. Erger nog: de grootste kredietnemer, de in Chicago gevestigde cannabisteler en -verkoper Justice Grown, is in gebreke gebleven. Beide partijen zijn nu verwikkeld in een juridische strijd met beschuldigingen van fraude, laster en bedrijfssabotage. Een andere grote kredietnemer, Devi Holdings uit Arizona, een cannabisverkoper die in meerdere staten actief is, kwam na operationele tekortkomingen en onbetaalde belastingen onder gerechtelijk beheer te staan.

Ondanks de verliezen en rechtszaken doet Tannenbaum het uitstekend. Sinds de oprichting van AFC hebben hij en zijn vermogensbeheerder meer dan 80 miljoen dollar verdiend aan dividenden en beheervergoedingen. In 2024 bracht AFC zijn vastgoedleningen buiten de cannabissector onder in een afzonderlijk investeringsvehikel. Alles wijst erop dat Tannenbaum zich nu van marihuana afkeert. Hij ging niet in op herhaalde verzoeken om een interview voor dit artikel.

Tannenbaum is actief in de weinig transparante wereld van business development companies (BDC’s), beursgenoteerde privatekredietfondsen die leningen verstrekken aan kleine en middelgrote ondernemingen. Net als REIT’s moeten ze 90% van hun inkomsten als dividend uitkeren aan aandeelhouders. Hun aandelen zijn populair bij particuliere beleggers die op zoek zijn naar rendement. Wie Tannenbaums loopbaan heeft gevolgd, is vertrouwd met de pijnlijke financiële drama’s die hem lijken te achtervolgen. Eén ding staat vast: de 54-jarige dealmaker is een meester in het verrijken van zichzelf, terwijl zijn aandeelhouders met de verliezen achterblijven. Forbes schat dat Tannenbaum en de entiteiten waarover hij de controle heeft sinds 2008 meer dan 670 miljoen dollar hebben verdiend aan vergoedingen, dividenden en opbrengsten uit beursgangen van zijn vijf beursgenoteerde bedrijven. Zijn vermogen bedraagt inmiddels meer dan 800 miljoen dollar. Zijn ondernemingen verloren ondertussen ongeveer 1,1 miljard dollar aan beurswaarde (zie onderstaande tabel).

“De prestaties van elke entiteit hangen grotendeels af van uiteenlopende sector- en marktfactoren, evenals van de specifieke beleggingsperiode”, aldus een woordvoerder van Tannenbaum. Die voegde eraan toe dat Fifth Street Finance, Tannenbaums grootste BDC, tussen zijn beursgang in 2008 en oktober 2017 een totaalrendement van 8% boekte. In die maand kocht Oaktree, een investeerder in probleemactiva, de beheerrechten. In dezelfde periode — waarin de S&P 500 een totaalrendement van 130% opleverde, zestien keer zoveel als Fifth Street Finance — betaalde de BDC 457 miljoen dollar aan beheers- en prestatievergoedingen aan Tannenbaums adviesbedrijf.

“Tannenbaum was eropuit zichzelf rijk te maken”, herinnert William Craig zich, financieel directeur van Fifth Street van 2007 tot Tannenbaum hem in 2011 ontsloeg. “Hij wilde miljardair worden vóór zijn veertigste. Daar maakte hij geen geheim van.”


Tannenbaum werd geboren in 1971 en groeide op in Great Neck, een welgestelde buitenwijk van New York City aan de noordkust van Long Island. Zijn vader was managing partner van een klein advocatenkantoor. Zijn moeder, een Cubaanse immigrante, werkte als administrateur voor het lokale schooldistrict. Na een Bachelor of Science en een MBA aan Wharton en banen bij enkele Wall Street-bedrijven, waaronder Merrill Lynch, trouwde Tannenbaum in 1997 met Elizabeth Toll, de dochter van de medeoprichter van luxewoningbouwer Toll Brothers.

Tannenbaums nieuwe schoonvader, Bruce Toll, was zijn eerste grote geldschieter. In 1998 verstrekte hij het startkapitaal voor Tannenbaums eerste hedgefonds. Volgens de oorspronkelijke overeenkomst zou Toll 90% van de winst behouden en kreeg Tannenbaum als beheerder 10%. “Sommige mensen kunnen zichzelf bijzonder goed verkopen, en hij kan goed praten”, zegt Toll, inmiddels 83. “Hij kan ideeën overtuigend aan de man brengen.”

De financiële steun van Toll, die uiteindelijk opliep tot meer dan 100 miljoen dollar, gaf Tannenbaums carrière een vliegende start. Maar zijn toenadering tot hedgefondsbeheerder David Einhorn veranderde het speelveld. Ze ontmoetten elkaar in 1998 via een gezamenlijke investering in de keten Einstein Noah Bagels. De oprichter van Greenlight Capital werd een pokervriend en introduceerde Tannenbaum in de wereld van business development companies — en in de kunst om rijk te worden met andermans geld.

De belangrijkste les: de structuur deed ertoe. Bij een extern beheerde BDC is de beursgenoteerde vennootschap eigenaar van de leningen, maar ontvangt de externe beheerder terugkerende vergoedingen. In het geval van Tannenbaum waren die opgezet zoals bij een hedgefonds: 2% van het beheerde vermogen en 20% van de winst. Dat creëert een krachtige prikkel om de activa te vergroten, zelfs met bedenkelijke leningen. De aandeelhouders dragen het marktrisico, terwijl de beheerder terugkerende vergoedingen blijft innen, ook als het aandeel daalt en leningen problematisch worden.

In 2004, toen hij 32 was, lanceerde Tannenbaum een tweede fonds met een investering van 20 miljoen dollar van Toll. Ditmaal was er geen winstdelingsovereenkomst en liep alles via een nieuwe vermogensbeheerder waarlangs Tannenbaum vergoedingen kon innen. Toen hij drie jaar later een derde fonds lanceerde, investeerde Toll 25 miljoen dollar en stond hij garant voor een kredietlijn van 50 miljoen dollar en voor 15 miljoen dollar aan persoonlijke leningen voor Tannenbaum. Toen enkele van die leningen vervielen, zo stelde Toll later in een rechtszaak, overtuigde Tannenbaum zijn schoonvader ervan garant te staan voor een nieuwe lening. In ruil zou Tannenbaum mondeling hebben toegezegd de winst van zijn fonds met Elizabeth te delen. Tannenbaum ontkent dat die afspraak ooit heeft bestaan. Hoe dan ook vormde hij zijn derde fonds om tot een BDC onder de naam Fifth Street Finance en bracht hij die in juni 2008 naar de beurs. Daarbij haalde hij 141 miljoen dollar op, inclusief een investering van 30 miljoen dollar van zijn vriend en hedgefondsbeheerder Einhorn.

Rond diezelfde tijd liep Tannenbaums huwelijk met Elizabeth, met wie hij drie kinderen had, op de klippen. De belangrijkste oorzaak was zijn affaire met zijn voormalige secretaresse Stacey Thorne, een werkneemster van Fifth Street die zes jaar jonger was en op dat moment eveneens getrouwd was. Tannenbaum en Elizabeth scheidden in 2010. Zij deed afstand van haar aanspraken op de winst van Fifth Street, waarna haar vader Tannenbaum zonder succes aanklaagde om zijn aandeel in de opbrengsten op te eisen.

“Hij bedroog mijn dochter met Stacey, dus is mijn dochter van hem gescheiden”, zegt Toll. “Ze heeft geen cent gekregen.”


Nu zijn huwelijk en zijn eerste geldschieter achter hem lagen en de markten herstelden van de financiële crisis van 2008, begon Tannenbaum als BDC-beheerder echt op kruissnelheid te komen. Fifth Street Finance beschikte bij zijn beursgang in juni 2008 over een beleggingsportefeuille van 274 miljoen dollar. In de zes daaropvolgende jaren trok het bedrijf veertien keer naar de aandelenmarkt en haalde het ongeveer 1,4 miljard dollar op bij beleggers. “Het was een machine, en zijn grootste talent was geld ophalen”, zegt een voormalige bestuurder van Fifth Street. “Hij kon de telefoon opnemen, Morgan Stanley bellen en met één gesprek 100 miljoen dollar ophalen bij particuliere beleggers.”

Die instroom transformeerde zowel Fifth Street als Tannenbaum. Hij verruilde Armonk, New York, voor Greenwich, Connecticut, waar hij een villa kocht met zeven slaapkamers en elf badkamers. Het domein van ruim 1,2 hectare grensde aan beschermd bosgebied. Hij waagde zich ook aan de politiek. In 2012 organiseerde hij op zijn landgoed een politieke benefietavond waarvoor gasten 1.000 dollar per couvert betaalden, en richtte hij een partijoverschrijdend politiek actiecomité op om bedrijfsvriendelijke kandidaten te steunen. Hij opperde zelfs dat hij zich ooit namens Connecticut kandidaat zou kunnen stellen voor de Amerikaanse Senaat. Tegenover The Wall Street Journal zei hij dat hij de Verenigde Staten kon helpen “concurrerender te worden ten opzichte van China”.

Tegen 2013 was de beurswaarde van Fifth Street Finance opgelopen tot meer dan 1,4 miljard dollar. Datzelfde jaar trouwde Tannenbaum met Stacey, die hoofd investor relations was geworden. In 2014 verhuisde Fifth Street van White Plains naar een hoofdkantoor van 44.000 vierkante voet, of circa 4.100 vierkante meter, in Greenwich. De onderneming was uitgegroeid van een kleine verstrekker van mezzaninefinanciering tot een kredietplatform van bijna 6 miljard dollar, met twee beursgenoteerde business development companies (BDC’s) en private fondsen onder de Fifth Street-paraplu. De oorspronkelijke BDC, Fifth Street Finance, beheerde een beleggingsportefeuille van 2,5 miljard dollar. Het was een lucratieve vergoedingenmachine: volgens documenten ingediend bij de SEC incasseerde Tannenbaums vermogensbeheerder tussen 2008 en 2017 in totaal 489 miljoen dollar aan beheer- en prestatievergoedingen van de twee BDC’s van Fifth Street. “Alles draaide om die vergoedingen”, herinnert Craig zich. “Hij bleef dat geld gewoon innen.”

In 2014 bracht Tannenbaum zijn lucratieve vermogensbeheerder Fifth Street Asset Management naar de beurs. Hij verkocht 12% van het bedrijf aan investeerders en deed daarbij persoonlijk voor 88 miljoen dollar aan aandelen van de hand. Einhorn werd een van de grootste externe investeerders van de onderneming.

Maar de fundamenten onder Tannenbaums succes waren minder solide dan ze leken. Veel van de vroege leningen van Fifth Street Finance — waaronder achtergestelde leningen en leningen met een tweede pandrecht en een participatiecomponent aan obscure bedrijven zoals de New Yorkse producent van speciale chemicaliën CPAC en telecombedrijf O’Currance uit Draper, Utah — liepen later spaak, werden geherstructureerd of onder hun nominale waarde verkocht.

De problemen binnen zijn BDC-portefeuilles wierpen een schaduw over zijn pas beursgenoteerde beheermaatschappij. Binnen een jaar kelderde het aandeel Fifth Street Asset Management met 80% ten opzichte van de introductieprijs van 17 dollar. Dat kostte Tannenbaums vriend Einhorn ongeveer 8 miljoen dollar. Misschien kleingeld voor iemand die toen bijna 2 miljard dollar waard was, maar wel een pijnlijke misser voor een waardebelegger die naam had gemaakt door boekhoudfraude bij de BDC Allied Capital aan het licht te brengen. Einhorn wilde geen commentaar geven; volgens een bron in zijn omgeving heeft hij “enkele jaren geleden het contact met Leonard verloren”. Terwijl het aandeel Fifth Street Finance instortte, begon activistische investeerder RiverNorth aan te dringen op hervormingen van het ondernemingsbestuur. Om RiverNorth het zwijgen op te leggen, stemde Tannenbaum ermee in 9,2 miljoen aandelen van de BDC terug te kopen van de activist en gelieerde verkopers, voor 58 miljoen dollar.

Tegen 2015 ontstond binnen Fifth Street een ander mogelijk belangenconflict. Tannenbaum, toen 43, had een relatie gekregen met Robyn Friedman, een 30-jarige voormalige zakenbankier die een jaar eerder bij Fifth Street in dienst was getreden en hoofd investor relations was geworden. Tannenbaums echtgenote Stacey, die in 2012 haar functie bij investor relations had neergelegd, was met zwangerschapsverlof. “Ik herinner me dat de general counsel me op kantoor riep en zei: ‘We hebben een probleem’”, aldus een voormalige bestuurder van Fifth Street, verwijzend naar Tannenbaums affaire. “Het was vrij duidelijk”, voegt een andere voormalige bestuurder toe. “Persoonlijk heeft hij geen moeite met dat soort gedrag.” Een woordvoerder van Tannenbaum reageert: “Onbevestigde, sensationeel voorgestelde beschuldigingen over het privéleven van de heer Tannenbaum van jaren geleden, of andere kwesties waarover betwiste en nog lopende rechtszaken worden gevoerd, hebben geen enkele relevantie voor zijn beheer van de beleggingen.”

Tannenbaum verhuisde begin 2016 naar Miami Beach en vroeg in mei van dat jaar de scheiding van Stacey aan. Stacey verzocht onmiddellijk om het exclusieve gebruik van hun landgoed in Greenwich voor zichzelf en hun peuterzoon, en kreeg dat ook toegewezen. Ze stelde dat Tannenbaum “zwaar depressief, onvoorspelbaar en stressveroorzakend” was geweest, zonder uitleg over zijn verblijfplaats kwam en ging, haar “intimideerde” en “een giftige sfeer in huis” creëerde. Tannenbaum verzocht later om Stacey uit de woning te laten zetten. De rechtbank willigde dat verzoek in omdat het pand juridisch zijn eigendom was en beschermd werd door een huwelijkscontract.

Terwijl hij in de echtscheidingsrechtbank tegenover zijn vrouw stond, bouwde Tannenbaum ook het noodlijdende Fifth Street af. In oktober 2017 nam Oaktree Capital, een specialist in probleemactiva uit Los Angeles, de beheerrechten over voor twee beursgenoteerde BDC’s van Fifth Street. Het betaalde 320 miljoen dollar voor het beheer van meer dan 2 miljard dollar aan leningen. Veel aandeelhouders bleven ondertussen met zware verliezen achter: de beurswaarde van Fifth Street Finance was gedaald van ongeveer 1,3 miljard dollar in 2013 tot circa 770 miljoen dollar. De intrinsieke waarde zakte van 9,85 dollar per aandeel naar ongeveer 6 dollar en de jaarlijkse dividenduitkering kromp van 1,15 dollar per aandeel tot 47 cent. In het kader van de verkoop aan Oaktree liet Tannenbaum zijn beursgenoteerde beheermaatschappij Fifth Street Asset Management ontbinden, nadat hij meerdere rechtszaken van beleggers had geschikt voor 23 miljoen dollar. Die betalingen werden door verzekeringen gedekt.

Overzicht van de beursgenoteerde ondernemingen van Leonard Tannenbaum

In 2017 kwam ook Tannenbaum v. Tannenbaum ten einde. Volgens hun huwelijkse voorwaarden moest Tannenbaum Stacey 5 miljoen dollar betalen, naast maandelijks 12.000 dollar aan kinderalimentatie en kosten voor onder meer een ziektekostenverzekering, privéschool en zomerkampen. Uit rechtbankdocumenten bleek destijds dat Tannenbaum wekelijks tussen 330.000 en 380.000 dollar aan netto-inkomsten opstreek.

In december 2018 berispte de SEC uiteindelijk Fifth Street Management. De toezichthouder legde bijna 4 miljoen dollar aan terugbetalingen, rente en boetes op, nadat hij had vastgesteld dat het bedrijf 1,3 miljoen dollar aan kosten verkeerd had toegerekend en waarderingsmodellen onvoldoende had gecontroleerd. Daardoor overschatte een van zijn BDC’s de nettowinst en gaf die aandelen uit tegen een te hoge waardering. Fifth Street Management schikte de zaak zonder de bevindingen te erkennen of te ontkennen.


Als een feniks die uit de as herrijst, kwam Tannenbaum rijker dan ooit uit het Fifth Street-debacle. In 2019 verhuisde hij met Robyn, inmiddels zijn derde echtgenote, naar Manalapan in Florida, net ten zuiden van Palm Beach. Ze betaalden 14 miljoen dollar voor een strandvilla met zeven slaapkamers, elf badkamers en een op maat gebouwd rifaquarium. Vervolgens richtte hij Tannenbaum Capital Group op, een nieuwe kredietgerichte onderneming die zijn eigen vermogen en dat van anderen moest beheren. Robyn werd benoemd tot partner en tot voorzitter van zowel zijn op cannabis gerichte kredietverstrekker Advanced Flower Capital als zijn vastgoedfonds Sunrise Realty Trust. Ook Tannenbaums drie zonen uit zijn eerste huwelijk — Stephen, Adam en Maxwell, alle drie afgestudeerd aan Wharton — traden toe tot het bedrijf.

Tannenbaum presenteerde kredietverlening aan de cannabissector als zijn volgende grote idee. De lancering ging gepaard met een gestage publiciteitscampagne: aankondigingen, interviews met vakmedia uit de cannabissector en optredens op conferenties. “Ik rook cannabis, in tegenstelling tot de meeste mensen die aan deze sector lenen”, zei Tannenbaum in 2022 op de Cannabis Expo. “Ik begrijp en waardeer het product.”

Hij mag dan verstand hebben van goede cannabis, zijn nieuwe BDC had moeite om goede leningen te selecteren. Vanaf 2020 leende AFC 62,5 miljoen dollar aan Devi Holdings, een exploitant uit Arizona achter Nature’s Medicines, dat cannabiskwekerijen en verkooppunten in zes staten beheerde. Tannenbaum was zo overtuigd van het bedrijf dat hij persoonlijk meer dan 25 miljoen dollar betaalde voor een aandelenbelang. Binnen twee jaar kwam Devi onder gerechtelijk bewind te staan. Tannenbaum klaagde oprichter Jigar Patel aan omdat die onbetaalde belastingen zou hebben verzwegen; de zaak werd uiteindelijk geschikt. Op 31 maart 2026 stond bij AFC nog 40,6 miljoen dollar van de hoofdsom van de Devi-lening uit. De lening was in gebreke en bracht geen rente meer op.

AFC’s op een na grootste lening, aan het in Chicago gevestigde Justice Grown, is uitgegroeid tot een nog grotere nachtmerrie. De start-up werd in 2014 opgericht als nevenproject van de neven Jon Loevy en Michael Kanovitz, aan Ivy League-universiteiten opgeleide advocaten die Loevy & Loevy leiden, een vooraanstaand advocatenkantoor voor burgerrechten in Chicago. Ze presenteerden Justice Grown als een cannabisbedrijf met een sociale missie, dat teeltlocaties en verkooppunten wilde uitbouwen en mensen wilde aanwerven uit gemeenschappen die door de war on drugs waren getroffen. Het enige wat nog ontbrak, was kapitaal om dat plan te financieren.

In 2021 kwam AFC in beeld. Het stemde ermee in de expansie van Justice Grown te financieren via een kredietfaciliteit die uiteindelijk opliep tot ongeveer 80 miljoen dollar. Maar het bedrijf raakte in moeilijkheden door aanhoudende bouwvertragingen, oplopende kosten en aanslepende vergunningsprocedures. Justice Grown miste herhaaldelijk rentebetalingen en de relatie verslechterde. Het breekpunt kwam in 2024, toen AFC van Tannenbaum Justice Grown onder druk zette om Tim Bossidy, een voormalig bankier bij Goldman Sachs en herstructureringsconsultant, de activiteiten in New Jersey te laten leiden. Volgens Justice Grown handelde Bossidy in opdracht van AFC, zette hij de eigen directie van Justice Grown buitenspel en liet hij honderden ponden geoogste marihuana onverkocht in een magazijn liggen, terwijl de kaspositie van het bedrijf verder verslechterde.

Begin 2025 verklaarde AFC dat Justice Grown in gebreke was en eiste het naar verluidt dat Loevy en Kanovitz 10 miljoen dollar betaalden. Toen zij weigerden, haalde AFC ongeveer 1,8 miljoen dollar van de bankrekeningen van Justice Grown en probeerde het beslag te leggen op de activa van het bedrijf. De advocaten stapten met spoed naar de federale rechtbank in New Jersey. Na een hoorzitting kende een rechter een voorlopige voorziening toe en oordeelde hij dat de kredietnemers niet in gebreke waren. AFC ging in beroep.

David Einhorn links en Bruce Toll rechts
Miljardairs die zich verbrandden | Hedgefondsgoeroe David Einhorn (links) speelde vroeger poker met Tannenbaum in het Mohegan Sun Casino en liet hem kennismaken met BDC’s. Woningbouwer Bruce Toll (rechts) betreurt nog altijd zijn zaken met zijn voormalige schoonzoon: “Ik vertrouwde hem.” Michael Nagle/Bloomberg ; Sean Zanni/PMC/Getty Images

De rechtszaken en tegenvorderingen stapelden zich snel op. In een opmerkelijke wending klaagde AFC Loevy en Kanovitz ook persoonlijk aan bij de federale rechtbank voor het Southern District of New York. Het beschuldigde hen er op basis van de federale wetgeving tegen georganiseerde misdaad van Justice Grown te hebben gebruikt om “hun eigen zakken te vullen”. AFC liet de RICO-aanklachten later vallen, waarna een federale rechter een groot deel van de resterende vorderingen verwierp. In februari 2026 sloegen Loevy en Kanovitz terug met een smaadzaak. Ze eisen honderden miljoenen dollars en beschuldigen AFC-bestuurders, onder wie Tannenbaum, ervan de beschuldiging van georganiseerde misdaad als reputatiewapen te hebben ingezet in een poging 10 miljoen dollar “af te persen”. Tannenbaum en de andere betrokkenen betwisten de beschuldigingen.

“De leningen die AFC aan de kredietnemers van Justice Grown heeft verstrekt, zijn vervallen en nog altijd niet terugbetaald. AFC zal al zijn rechten doen gelden”, aldus een woordvoerder van AFC. Loevy en Kanovitz wilden niet reageren.

Uiteindelijk legt het juridische gevecht een groter probleem voor AFC bloot: te veel van zijn kapitaal zit vast in een handvol problematische investeringen. In mei waren Devi en Justice Grown samen goed voor bijna een derde van AFC’s totale uitstaande leningen. Justice Grown alleen vertegenwoordigde bijna 20%.

Zoals gebruikelijk bij de bedrijven van Tannenbaum dragen de aandeelhouders van AFC de zwaarste lasten. Na de beursgang van 124 miljoen dollar in maart 2021 steeg het aandeel van AFC tot 19 dollar, goed voor een beurswaarde van 390 miljoen dollar in november van dat jaar. Vandaag noteert het aandeel onder 3 dollar en bedraagt de beurswaarde ongeveer 120 miljoen dollar, inclusief de afgesplitste aandelen van Sunrise.

Terwijl de aandeelhouders hun wonden likken en de advocatenkosten AFC verder uitputten, heeft Tannenbaum opnieuw zijn eigen zakken gevuld. Tussen 2021 en het eerste kwartaal van 2026 betaalde AFC ongeveer 53 miljoen dollar aan beheers- en prestatievergoedingen aan zijn externe beheerder AFC Management, LLC, waarvan het moederbedrijf voor 92% in handen is van de familie Tannenbaum. Als grootste aandeelhouder van AFC heeft Tannenbaum sinds 2020 persoonlijk minstens 30 miljoen dollar aan dividenden geïnd.

Intussen is het stof rond zijn cannabisavonturen nog niet gaan liggen, maar Tannenbaum lijkt alweer verder te trekken. In 2024 bracht AFC zijn niet-cannabisactiviteiten onder in het afgesplitste Sunrise Realty Trust en trad Tannenbaum terug als chief investment officer en CEO van AFC. Eerder dit jaar werd AFC juridisch omgevormd van een op cannabis gerichte hypotheek-REIT tot een business development company (BDC), waardoor de investeringsfocus werd verruimd. “De belangen van [Tannenbaum] lopen gelijk met die van de andere aandeelhouders en hij richt zich op langetermijnrendement voor investeerders”, benadrukt een woordvoerder. Toch vertelde Tannenbaum onlangs aan Bloomberg dat hij een nieuw fonds opricht, waarin hij 50 miljoen dollar eigen kapitaal investeert. Zijn nieuwe voorstel: tegen een forse korting leningen opkopen die anderen verstrekten aan ondernemingen voor bedrijfssoftware, die nu onder druk staan door de opmars van AI in de zogenoemde “SaaSpocalypse”.

Tannenbaum zal ongetwijfeld goed boeren met deze nieuwe activiteit. Maar zijn investeerders? Die dreigen opnieuw met lege handen achter te blijven.


Dit artikel werd op 28 juli 2026 bijgewerkt om de verkoop van Fifth Street aan Oaktree te verduidelijken en de afsplitsing van Sunrise Realty Trust te verwerken.


Dit artikel is geschreven door John Hyatt en uit het Engels vertaald door Forbes.be.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op Forbes.com.

Latest article