Bier, familie en tijd. Ziedaar de hoofdingrediënten van het succesverhaal van de brouwerij Duvel Moortgat. Al anderhalve eeuw lang rijpt in Breendonk niet alleen bier, maar ook een verhaal. Een verhaal van een familie die haar leven in dienst stelde van haar brouwerij. Altijd met hetzelfde doel: een bier brouwen dat standhoudt in de tijd.
Lang voor er een Duvel werd gebrouwen, was er al een Moortgat die bier maakte. Volgens oude documenten stond er in 1637 in Sint-Amands een brouwer met die naam aan de kuip. Maar de echte stamvader van de brouwerij zoals we die vandaag kennen, was Jan Leonard Moortgat. Geboren in 1841 in Steenhuffel, in een brouwersfamilie. Als oudste zoon was hij voorbestemd om zijn vader op te volgen in de voorouderlijke brouwerij in Steenhuffel. Toen zijn vader stierf was Jan Leonard nauwelijks zestien jaar. Tot zijn dertigste bleef hij zijn moeder helpen bij het uitbaten van de brouwerij. Dan besloot hij zijn vleugels uit te slaan en liet hij het familiebedrijf over aan zijn jongere broer Louis. Hijzelf trok naar het naburige Breendonk, waar hij in 1871 samen met zijn vrouw Maria De Block zijn eigen brouwerij stichtte.

De eerste druppel
Hun onderneming was er één van eenvoud en nijverheid. In een tijd zonder koelkasten brouwden ze niet alleen bier, maar ook azijn — toen een onmisbaar product voor het bewaren van voedsel. Voor een brouwer echter ook een handig alternatief bij mislukte bierbrouwsels. Vooral in de zomer gebeurde het immers geregeld dat het bier verzuurde en dan kon de brouwer van de nood een deugd maken door het slechte bier te verwerken tot azijn. De eerste jaren waren moeilijk, maar de familie hield vol. Stap voor stap bouwden ze een klantenkring op, vooral in Brussel, waar het Moortgat-bier gewaardeerd werd door de plaatselijke burgerij. Het echtpaar zette tien kinderen op de wereld, van wie de eerstgeborene jong overleden is. Bij de andere negen waren er zes jongens. Drie van hen zouden een belangrijke rol spelen in de brouwerij: Jozef (1875 – 1914), Victor (1882 – 1974) en Albert (1890-1983). Als oudste was Jozef de gedoodverfde opvolger, en na zijn studies aan de brouwerschool nam hij ook meer en meer het voortouw in de brouwerij.
De andere zonen, Albert en Victor, groeiden op tussen de vaten en de dampende ketels. Albert werd brouwer, Victor transporteur. Met paard en kar trokken ze naar Brussel, de houten vaten stevig vastgesjord, het schuimende bier wiegend mee op de kasseien. Bij het opflakkeren van de Eerste Wereldoorlog in 1914 overleed Jozef, amper 39 jaar. Hij was niet alleen brouwer, maar ook de officieuze bedrijfsleider.
De sprong naar de toekomst
Albert Moortgat in 1914, pas 24 jaar oud, nam noodgedwongen het roer over. Hij begon een nieuw hoofdstuk. De wereld stond in brand, maar Albert dacht vooruit. Terwijl de Duitsers overal in het land de koperen brouwketels opeisten om er munitie van te maken, liet hij die van hem vervangen door gietijzeren exemplaren. Zo hield hij zijn brouwerij draaiende in een tijd waarin velen de deuren moesten sluiten. Het zou hem later het verwijt van collaborateur opleveren.
Tijdens de oorlog ontdekte België de Engelse ales, bieren met karakter en finesse. Albert zag daarin een mogelijkheid. Hij reisde naar Groot-Brittannië en keerde terug met een klein, maar kostbaar geschenk: een staal van een Schotse giststam. Terug in Breendonk begon hij te experimenteren, met geduld en precisie.
Na de oorlog bracht hij een nieuw bier uit, de Victory Ale, een ode aan de vrede. Maar het was pas in 1923 dat het bier zijn ware gedaante vond. Volgens de overlevering riep de lokale schoenmaker tijdens een proeverij uit dat het “nen echten Duvel” was. Duvel was geboren.
Een nieuwe ster aan het Belgische bierfirmament, gebrouwen met dezelfde Schotse gist die nog steeds het hart vormt van het recept.
Tussen traditie en vooruitgang
De decennia die volgden, werden gedragen door Victor en zijn zonen Emile en Leon. Onder hun leiding groeide de brouwerij gestaag verder, maar ze bleef tegelijk trouw aan haar wortels. Breendonk bleef de thuisbasis, en het bier werd nog steeds gebrouwen met de zorg van een ambachtelijke brouwer, al was de schaal ondertussen groter.
De familie kende haar vak, maar ook haar tempo. Terwijl elders in België brouwerijen fuseerden of verdwenen, bleef Moortgat rustig verder bouwen. Het bedrijf groeide niet met grote sprongen, maar door de generaties heen, met de trage zekerheid van een bier dat rijpt in stilte.
De bekende slogan uit de jaren zeventig — “Ssst… Hier rijpt den Duvel” — was dan ook meer dan een reclameregel. Hij vatte de hele geest van de brouwerij samen: geduld, respect voor traditie, en vertrouwen in tijd.
In 1963 begint Moortgat onder licentie van de paters van Maredsous het gelijknamige abdijbier te brouwen. Voor de Deense biergigant Tuborg mag Moortgat het gelijknamige populaire bier bottelen en verdelen in België. Een tijdje worden er zelfs limonades en water gemaakt onder de merknaam Eura Drinks.

De vierde generatie: Michel en de wereld
Toen Emile en Leon begin jaren negentig kort na elkaar en onverwachts overleden, kwam een jonge generatie noodgedwongen aan zet. Michel Moortgat, toen nog werkzaam op de boekhouding, kreeg op zijn 25e een zitje in de raad van bestuur. Vijf jaar later werd hij CEO.
Het was geen makkelijke start. De overgang tussen de derde en vierde generatie kwam er plots, na het overlijden van twee boegbeelden, en niemand was echt voorbereid. Michel en zijn broers Bernard en Philippe werden op jonge leeftijd verantwoordelijk voor de toekomst van het familiebedrijf. Maar ze bleken meer dan klaar voor die uitdaging.
Michel toonde zich een strateeg met visie. Onder zijn leiding groeide Duvel Moortgat uit tot een internationale groep. Nieuwe merken werden toegevoegd, nieuwe markten veroverd. Van België tot de Verenigde Staten, van de Ardennen tot Azië: overal vond men het bier uit Breendonk. Toch bleef de familie trouw aan haar waarden. In 1999 trok Moortgat met veel succes naar de beurs en werd Moortgat NV omgedoopt tot Duvel Moortgat.
In 2013 haalde de familie de brouwerij weer van de beurs. De beslissing was symbolisch: de Moortgats wilden hun onafhankelijkheid bewaren, en hun bedrijf veilig stellen voor toekomstige generaties. Niet de beurs, maar de familie moest het tempo bepalen.
Een familie die blijft rijpen
De broers zetten in op een toenemende internationalisering van het bedrijf en een aantal overnames. In 2001 kocht Duvel Moortgat 50% van de aandelen van de Tsjechische brouwerij Bernard. Later nam Duvel Moortgat de New Yorkse Brewery Ommegang (Cooperstown) over. In 2006 volgde de overname van de Brasserie d’Achouffe, gevolgd door de overname van de failliete brouwerij Liefmans. In 2010 kreeg Duvel Moortgat ook brouwerij De Koninck in handen, wereldbekend in Antwerpen omwille van het “Bolleke”.
Ondanks de groei en de internationalisering is Duvel Moortgat in wezen een familiebedrijf gebleven. Medewerkers spreken over “Meneer Michel” met genegenheid. Hij kent zijn mensen, ontvangt elke nieuwe werknemer persoonlijk, en maakt graag een praatje op de werkvloer.
De drie broers Moortgat — Michel, Bernard en Philippe — leiden elk een deel van het familie-imperium. Ze werken nauw samen, maar ook met oog op de toekomst. De overgang naar de vijfde generatie wordt zorgvuldig voorbereid, met een herschikking van het patrimonium en een familiecharter dat duidelijke regels oplegt. Zo wil de familie vermijden dat haar succes ooit ten koste zou gaan van haar samenhang.

De vijfde generatie: erfgenamen van een traditie
De vijfde generatie staat intussen klaar. Twaalf jonge Moortgats, elk met hun eigen talent en pad. Sommigen kozen voor de bedrijfswereld, anderen voor kunst of mode. Sommigen liepen stage in de brouwerij, anderen volgden studies aan universiteiten van Lausanne tot Rotterdam. De bekendste onder hen is wellicht Emma Moortgat, dochter van Michel, actrice in televisiereeksen als Knokke-Off en Dertigers.
In de brouwerij in Breendonk rijpt nog steeds den Duvel — in stilte, met hetzelfde respect voor tijd en traditie als 150 jaar geleden.
De vijfde generatie is zich stilaan aan het warmlopen en erft een groep met tientallen merken, honderden werknemers en een omzet van meer dan zeshonderd miljoen euro. Toch blijft de brouwerij in Breendonk de ziel van het bedrijf. Daar rijpt nog steeds den Duvel — in stilte, met hetzelfde respect voor tijd en traditie als 150 jaar geleden.


