Overheden en bedrijven verspillen miljoenen aan re-integratietrajecten die in 60 % van de gevallen mislukken. Ons starre herstelbeleid en onze verouderde werkvloeren jagen te veel werknemers rechtstreeks de ziektestatistieken in.
Nu de economie sputtert en de overheidsfinanciën ontsporen, is de nood aan een doeltreffend preventie- en re-integratiebeleid groter dan ooit. De cijfers van het RIZIV liegen er niet om: eind 2025 was 38,3 procent van de bijna 600.000 langdurig zieken in België uitgevallen met een psychisch probleem. Neurodivergente werknemers zijn oververtegenwoordigd in die groep. We weten uit onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en Australië dat een ruime meerderheid kampt met mentale klachten en een extra hoog risico loopt op burn-out.
Wie één keer uitvalt, geraakt moeizaam weer opgestart. Re-integratietrajecten waar de overheid en de werkgevers samen miljoenen in steken, leveren te weinig resultaten op. Zo’n 40 procent van de langdurig zieken in ons land gaat binnen de twee jaar weer aan de slag. Bij 60 procent lukt dat niet.
Eén van de belangrijkste oorzaken is het achterhaald medisch model uit de vorige eeuw. Arbeidsartsen zitten gevangen in een systeem van controle en starre regels. Ze zijn geschoold om fysieke belastbaarheid te meten en daar hun alles-of-niets-oordeel op te baseren. Maar wat betekent belastbaarheid in dit kennistijdperk voor iemand met ADHD, autisme of een burn-out? Hoe meet je de impact van voortdurende prikkels, concentratieverlies of cognitieve overbelasting?
Het is dringend tijd om de opleiding en de bevoegdheden van de arbeidsartsen te moderniseren. Zonder aandacht voor het psychische aspect van langdurige arbeidsongeschiktheid blijven we veel te veel mensen kwijtspelen. Het wettelijk mandaat van de arbeidsarts is verouderd, en één van de grootste bedreigingen voor retentie in onze kenniseconomie.
Het ‘geen-speciallekes-syndroom’
Niet alleen de arbeidsartsen worstelen met neurodiversiteit. In bedrijven vallen neurodivergente medewerkers vaak ten prooi aan wat wij het ‘geen-speciallekes-syndroom’ noemen. Werkgevers beschouwen maatwerk nog vaak als een gunst. Ze willen geen aanpassingen doen voor één werknemer, “want dan gaat iedereen uitzonderingen vragen”.
Dus moeten mensen re-integreren in exact dezelfde werkomgeving die hen ziek heeft gemaakt. Dat is natuurlijk het beste recept voor een terugval en een mislukt re-integratietraject.
Het antwoord ligt bij universal design. Het principe is eenvoudig: ontwerp een werkomgeving vanaf het begin voor zoveel mogelijk verschillende mensen, in plaats van achteraf uitzonderingen te bedenken voor wie niet in de standaardmal past.
Stiltezones, regelbare verlichting, ruimtes om prikkels te vermijden, heldere afspraken over bereikbaarheid en autonomie in werkuren zijn geen privileges voor een kleine groep. Wat goed is voor neurodivergente medewerkers is goed voor alle medewerkers.
Langdurige arbeidsongeschiktheid kost bedrijven handenvol geld. Gewaarborgd loon, bijdragen aan re-integratietrajecten, tijdelijke vervanging, verlies aan ervaring en expertise en, in het slechtste geval, een nieuwe aanwerving met inlooptijd: voor één werknemer die uitvalt, kan de rekening oplopen van 20.000 tot zelfs 70.000 euro. Tegenover dat prijskaartje is de investering in universal design peanuts.
We kunnen miljoenen blijven pompen in re-integratietrajecten die weinig opleveren. Maar wie de kosten van langdurige uitval echt wil terugdringen, moet vooral voorkomen dat mensen (opnieuw) uitvallen. De goedkoopste re-integratie is uiteindelijk degene die niet nodig is.
