In een halve eeuw had zijn vader een hotelimperium opgebouwd. In de jaren 90 raakte hij dat binnen enkele maanden kwijt door een vijandige overname van een Brits conglomeraat. Rocco Forte bouwde het imperium echter stap voor stap weer op door het ene na het andere luxehotel in heel Europa op te kopen, waaronder het Amigo in Brussel. Dertig jaar lang. Ontmoeting met een icoon uit de internationale hotelwereld.
Zodra hij verschijnt, valt er een stilte op het terras. Alleen een eerbiedige, nauwelijks waarneembare spanning. De ober, die al perfect is, schakelt over naar een nog perfectere modus zodra hij hem ziet. De baas heeft zijn intrede gedaan, gestreeld door een zacht zonnetje. In een muisgrijs pak, bijpassende stropdas en smetteloos overhemd werpt de tachtigjarige een blik op de planten die de heuvel van de Pincio beklimmen. Daarachter, aan het oog onttrokken, verschuilt zich midden in het park de Villa Borghese. Rocco Forte gaat aan een wit gedekte tafel zitten, terwijl zijn gezicht weerspiegelt in de ramen van de wintertuin. Het Hotel de Russie ademt de sereniteit van discrete luxe. Het palace, zijn palace, troont tussen de Piazza del Popolo en de Piazza di Spagna. In het hart van het eeuwige Rome. Hij bestelt een filet van zeebaars en begint zijn verhaal. Dat van een legende in de internationale hotelwereld.

“Mijn grootvader van vaderskant vertrok in 1911 vanuit Italië naar Schotland. Mijn vader was toen drie jaar oud.” Wat hij er, bescheiden, niet bij vertelt is dat het dorp dat zijn grootvader aan het begin van de vorige eeuw verliet, Mortale heette. Een klein dorpje op zo’n honderd kilometer ten zuidoosten van Rome. Een dorp dat niet meer op de kaart staat. En met reden: het is omgedoopt tot Monforte, ter ere van de familie die er vandaan komt. “Aan moederskant kwamen ze ook uit Italië, uit Venetië, na de Eerste Wereldoorlog. Mijn grootmoeder van moederskant had een delicatessenwinkel in Soho, de Italiaanse wijk van Londen. Mijn vader kwam de winkel binnen om ham te kopen en mijn moeder stond achter de toonbank. Zo hebben ze elkaar ontmoet.” De vader is Charles. Hij die, beginnend met een eenvoudige ‘milk-bar’ in Regent Street, in zijn leven een imperium heeft opgebouwd dat hij binnen enkele maanden zou verliezen… Maar dat zou meer dan een halve eeuw later zijn. “Ik ben geboren in Bournemouth. Mijn grootvader was uit Schotland vertrokken naar Brighton en mijn vader was uiteindelijk in Londen beland”, gaat Rocco Forte verder, terwijl de meer-dan-perfecte ober zijn glas water bijvult. “Het was op het einde van de oorlog. Mijn vader had mijn moeder naar Bournemouth gestuurd vanwege de bombardementen. Ik ben de eerstgeborene. Mijn ouders zijn blijven proberen om nog jongens te krijgen, maar daarna kwamen er alleen nog meisjes, vijf dochters”, glimlacht hij. “Ik heb in de kleuterklas gezeten bij nonnen. Dat heeft mijn karakter gevormd: ze wilden me aan het naaien zetten, maar het kind dat ik was heeft hen gezegd dat mannen dat niet doen.”
Rocco studeert moderne talen in Oxford en volgt daarna een opleiding bij een accountantskantoor. “Drie jaar lang. Het is wellicht de saaiste periode van mijn leven geweest. Wat ik niet leuk vind aan boekhouders, is dat ze altijd achteruit kijken in plaats van vooruit. Het grote voordeel dat ik eraan heb overgehouden, is dat ik het vak ken: boekhouders kunnen mij niet vertellen wat ik moet doen.” Daarna stapt hij in het familiebedrijf, dat al lang niet meer op die oorspronkelijke milk bar lijkt. Wanneer Rocco zich bij Charles voegt, is de zaak uitgegroeid tot een groep die actief is in restaurants en hotels. In de jaren zeventig en tachtig groeit die zelfs uit tot een van de giganten in de sector, wat alle mogelijke hebzucht wekt… In 1993, net nadat Rocco de fakkel van Charles heeft overgenomen aan het hoofd van de groep, lanceert Granada, een Brits conglomeraat (de voorloper van het huidige ITV), actief in media, catering en hotellerie, een overnamebod op Forte. “Begin jaren 90 was er een recessie. De hotelsector kwam daar later uit dan andere sectoren. Granada moest absoluut groter worden om zijn beurskoers op peil te houden. Ik denk dat er een soort samenwerking was tussen Mercury Asset Management, dat aandelen in Forte én in Granada had. Naar mijn gevoel is het bod in zekere mate daar bedacht, ook al zou iedereen dat ontkennen.” Na een lange strijd haalt Granada uiteindelijk de bovenhand. De Fortes zijn rijk, maar het familiebedrijf is niet langer van hen. “Voor mijn vader was dat triester dan voor mij. Toen ik terugkwam op het kantoor in High Holborn, stond daar een massa journalisten die me vroegen wat ik ging doen. Ik heb gewoon gezegd: ‘I’ll be back’ en ik ben vertrokken. Ik had ambitie voor onze onderneming. En ik was er enorm in betrokken. Zaken doen is mijn voornaamste interesse in het leven.”

Rocco begint opnieuw van nul. En dat nieuwe verhaal gaat de oudste van de familie schrijven op de plek waar zijn grootvader ooit voet aan wal zette: Schotland. The Balmoral, een echte Victoriaanse instituut in het hart van Edinburgh en vroeger eigendom van de groep Forte, wordt door de nieuwe eigenaar Granada te koop gezet. Rocco kan maar 20 miljoen pond op tafel leggen. Er is 50 miljoen nodig. De hele familie zal hem steunen. “Mijn vader heeft me geholpen. Mijn zus Olga, die nog altijd aan mijn zijde staat, en mijn andere zussen ook. Het was een buitenkans, want we hadden dat hotel al uitgebaat, we kenden het goed.” Naast het familiebedrijf raakt Rocco ook zijn naam kwijt. “We waren de rechten op de naam verloren. Toen ik de nieuwe onderneming oprichtte, gebruikte ik alleen de initialen RF. Pas later hebben we de naam kunnen terugkrijgen, toen Granada hem niet meer gebruikte. Toen heb ik de groep Rocco Forte Hotels genoemd.”
Drie decennia later baten Rocco en zijn zus Olga een vijftiental hotels in Europa uit. Meestal iconische luxehotels. Zoals het Astoria in Sint-Petersburg, het Charles in München of het Amigo in Brussel, verscholen op enkele meters van de Grote Markt. En uiteraard Hotel de Russie, dat de tachtiger met één blik omvat. “Dat is het hotel dat ons op de kaart heeft gezet”, vertrouwt hij toe. “Het was het hoofdkwartier van de Italiaanse televisie geworden. Tot de oorlog was het een hotel. In feite twee hotels die samengevoegd waren: Hotel de Russie en des Îles Britanniques. Maar dat was wat lang als naam… Ik ben in 1997 beginnen te onderhandelen over de aankoop. Uiteindelijk is het in 2000 heropend.”
In december 2023 verwierf het Saoedische staatsinvesteringsfonds 49% van het kapitaal van Rocco Forte Hotels. De waarde van de groep werd op dat moment op 1,4 miljard euro geschat. “Ik had gezien dat transacties in de luxehotellerie aan heel hoge multiples gebeurden. Vier van mijn zussen waren niet betrokken bij het bedrijf; zij hadden het deel van mijn vader geërfd en wilden eruit stappen. Het was het juiste moment om de markt te testen. Het Saoedische fonds toonde zich het meest geïnteresseerd en we hebben exclusief met hen onderhandeld. En in plaats van over mij te klagen, zien mijn vier zussen me nu graag.”
“En in plaats van over mij te klagen, zien mijn vier zussen me nu graag”
Rocco Forte heeft nog meer dan één project in zijn hoofd, maar zijn gedachten keren terug naar de essentie van zijn vak, naar wat het waarde en inhoud geeft. “Wat ik leuk vind, is mensen plezier doen. Dat is vanzelf gegaan, vanaf het moment dat ik begon te werken, al tijdens de schoolvakanties toen ik veertien was. Het leven beter maken voor de klanten. Ja, dat doe ik graag… Het is een filosofie: de klant heeft altijd gelijk. Ook als hij soms ongelijk heeft, moet je hem behandelen alsof hij altijd gelijk heeft. Ik hou ook van de kameraadschap die in een team ontstaat. Van de mensen die dingen in beweging zetten.” En voor Rocco Forte zijn die mensen vandaag het hart van luxe. “Er duiken nieuwe trends op, maar het is meer een evolutie dan iets anders. De luxesector draait om het leveren van service. Dat betekent dat je mensen nodig hebt. Het is een domein dat minder getroffen zal worden door alle technologische veranderingen dan vele andere. In goedkope hotels zie je nu bijna niemand meer: je betaalt met je kredietkaart, je neemt je sleutel en de volgende dag ben je weer weg. Luxe staat daar volledig haaks op. Luxehotels zullen een toevluchtsoord worden, ver weg van die buitenwereld die zo snel verandert.”
De ober neemt het leeggegeten bord mee. Rocco Forte bedankt hem met een blik, staat op en laat zijn heldere ogen nog één keer dwalen over de aanzet van de Pincio, over de kamers die Picasso en Audrey Hepburn hebben ontvangen, over dat hotel, zijn Hotel de Russie, dat Jean Cocteau tijdens een verblijf in 1917 “het paradijs op aarde” noemde. En het is in deze stad dat, degene die door koningin Elizabeth II tot “sir” is gemaakt, vandaag leeft. Of beter: werkt. “Dat is wat me plezier geeft en me motiveert”.






