Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

WAT: hoe Thibaud Elzière van Brussel de volgende tech-hub van Europa wil maken

Medeoprichter van Fotolia en bouwer van de Hexa studio, vestigt de Frans-Belgische ondernemer in Elsene een incubator van 10.000 m² gewijd aan de Europese technologische soevereiniteit. Met een budget van ongeveer 25 miljoen euro is het doel van WAT om 200 startups te verzamelen in een oude elektriciteitscentrale, halverwege tussen de campussen van de ULB en de VUB. Een ambitieus plan, op een moment dat Europa nog steeds zijn model zoekt tegenover de Amerikaanse en Chinese giganten.

Vijftien jaar geleden zag een jonge Franse ondernemer onlangs gevestigd in Brussel vol ongeloof een evenement dat niets leek op wat hij kende uit San Francisco, Berlijn of Parijs. Elke donderdag kwamen er achthonderd mensen, in een aula van de ULB: Nederlandstaligen en Franstaligen samen, ontwikkelaars en ontwerpers die hun projecten voor een volle zaal pitchten. Het evenement heette Betagroup. Het bestaat niet meer. Maar de droom die het bij Thibaud Elzière deed ontstaan, is nooit verdwenen. Vanuit die oprichtende herinnering werd WAT geboren, het meest ambitieuze tech-incubatorproject dat België ooit had gezien.

Van Fotolia naar Hexa, het parcours van een seriebouwer

Geboren in 1979 in Aix-en-Provence, heeft Thibaud Elzière niet het gladde profiel van een startup-oprichter uit een elite school voor ingenieurs. Opgeleid aan Centrale Lyon, ontdekt hij al snel dat hij meer aangetrokken wordt tot zaken dan tot techniek en volgt hij stiekem lessen aan de naburige EM Lyon. Een Erasmus in Berlijn, waar hij een bachelor economie behaalt, voltooit een opzettelijk hybride carrièrepad. Een stage bij de hoster Amen.fr leert hem coderen: zonder persoonlijke computer leert hij zichzelf PHP. In 2002 lanceert hij monsosie.com, een site die 28.000 inschrijvingen aantrekt. De ondernemersdrift zou hem nooit meer verlaten.

Maar in Brussel versnelt alles. Gevestigd in de Belgische hoofdstad om zijn toekomstige vrouw te volgen, richt hij in 2004 samen met Oleg Tscheltzoff en Patrick Chassany Fotolia op. Het concept is eenvoudig: een collaboratieve beeldbank waar iedereen zijn digitale foto’s kan verkopen, in directe concurrentie met Getty Images.

Tien jaar later koopt Adobe Fotolia voor 800 miljoen euro en doopt het om tot Adobe Stock. Deze operatie katapulteert Elzière naar een andere dimensie. In de nasleep daarvan lanceert hij Zilok, een platform voor huur tussen particulieren, dat later wordt verkocht aan OuiCar/SNCF.

© DR

Met deze verworvenheden richt hij in 2011 samen met de Belg Quentin Nickmans het startup studio eFounders op. Het concept was toen zeldzaam in Europa: het gaat niet om een incubator, maar om een fabriek voor startups. Ideeën, startkapitaal en strategische ondersteuning worden geboden aan gerekruteerde ondernemers, die achttien maanden de tijd hebben om een product, een team en een gebruikersbasis op te bouwen.

De resultaten spreken voor zich: Aircall, Front en Spendesk, alle drie uitgegroeid tot unicorns, behoren tot de meest opmerkelijke successen. In 2022 verandert eFounders in Hexa, een metastudio georganiseerd in thematische verticals (AI, gezondheid, Web3, fintech), met de ambitie om dertig startups per jaar te lanceren tegen 2030. In totaal hebben de startups voortgekomen uit Hexa zo’n 2.800 banen gecreëerd en 700 miljoen euro opgehaald. Parallel daaraan heeft Thibaud Elzière persoonlijk geïnvesteerd in bijna 300 startups, waaronder de eerste rondes van Algolia, Notion en Hugging Face. Genaturaliseerd tot Belg in 2010, wordt hij sinds 2020 vermeld in de ranglijst van de 500 grootste fortuinen van Frankrijk, gepubliceerd door Challenges.

Een elektriciteitscentrale om het ecosysteem van stroom te voorzien

Het WAT-project is ontstaan uit een vijftien jaar oude obsessie en een verliefdheid op vastgoed. “Als ik gewoon een geschikt gebouw had gevonden, zou dat niet volstaan. Er is een beetje magische plek voor nodig“, bekent de serie-ondernemer. Die plek is een voormalige kolengestookte elektriciteitscentrale op nummer 6A, rue Volta, in Elsene, in de studentenwijk, tussen de campussen van de ULB en de VUB. Een gebouw van 10.000 m² dat de ondernemer ongeveer achttien maanden geleden ontdekte en als katalysator fungeerde.

Het concept is niet gebaseerd op co-working of een traditionele incubator. WAT biedt geen gestructureerde begeleiding en neemt geen aandelen in de startups die het herbergt. Het model baseert zich op drie inkomstenbronnen: de bewoners, namelijk zo’n honderd geselecteerde startups; de gemeenschap, geschat op 2.000 of 2.500 mensen (investeerders, grote bedrijven, media, instellingen), die flexibele toegang krijgen; en evenementen, mogelijk gemaakt door auditoria en grote, speciale ruimtes. Thibaud Elzière sluit de oprichting van een investeringsfonds voor de resident-startups in de toekomst niet uit, maar verduidelijkt dat dit geen voorwaarde zou zijn voor toelating.

De doelmarkten weerspiegelen de strategische prioriteiten van de Europese Unie: artificiële intelligentie, energie en klimaat, gezondheid en biotechnologieën, defensie, mobiliteit, landbouw en foodtech. “We zullen geen project in de mode accepteren. Cosmetica, mode, dat zijn niet de onderwerpen die in onze verticals passen“, benadrukt de oprichter van WAT. Gezochte startups zijn jong, zes tot twaalf maanden oud, met een full-time toegewijd team en een product in ontwikkeling, software of hardware, maar geen diensten. Het doel is om ze een tot twee jaar op te vangen, totdat ze tien tot vijftien mensen bereiken, waarna ze worden aangemoedigd zich in de omgeving te vestigen om een ​​echt technologiecluster rond de begraafplaats van Elsene te vormen.

Een strak schema

Het project vordert volgens een strakke planning. Openbaar aangekondigd in juni 2025, opende WAT een bètaversie op 15 september 2025 in het zogenaamde Imprimeria-gebouw, het toekomstige restaurant van de locatie, dat nog niet gerenoveerd is. Deze eerste iteratie bracht ongeveer dertig tot veertig startups samen, ongeveer honderd ondernemers, geselecteerd uit ongeveer 500 aanmeldingen. De werkzaamheden aan de Hallen, het hart van het project, werden officieel in maart 2026 gestart voor een periode van achttien maanden. Als het schema wordt gerespecteerd, zou WAT in 2027-2028 moeten openen. Het totale budget bedraagt ongeveer 25 miljoen euro, waarvan een kwart door Thibaud Elzière zelf wordt ingebracht, de rest wordt gegarandeerd door Belfius en Finance & Investments Brussels. De commercialisering van gemeenschapslidmaatschappen voor grote bedrijven begint naar verwachting op 1 januari 2027.

Brussel, een strategische en emotionele keuze

De Brusselse locatie van het project is geen toeval. Thibaud Elzière woont al twintig jaar in de Belgische hoofdstad. Zijn vrouw komt er vandaan, zijn drie kinderen zijn er geboren. Maar naast de persoonlijke gehechtheid, zijn er strategische argumenten die het bekijken waard zijn. Brussel, de institutionele hoofdstad van Europa, biedt een geografische centraliteit die noch Berlijn noch Lissabon kan claimen: Londen, Amsterdam, Keulen en Parijs zijn binnen twee uur met de trein bereikbaar. De kosten van levensonderhoud, aanzienlijk lager dan die in Parijs of Londen, vormen een concreet voordeel voor jonge oprichters zonder kapitaal. En volgens hem is het Zoniënwoud, met zijn 5.000 hectare, een toenemend aantrekkingskracht voor profielen die waarde hechten aan de levenskwaliteit.

Digitale soevereiniteit: het politieke argument

Thibaud Elzière plaatst expliciet WAT in de discussie over Europese technologische soevereiniteit. De observatie is bekend: Europa heeft geen equivalenten voor de Amerikaanse (Google, Apple) of Chinese giganten die vandaag de mondiale digitale soevereiniteit structureren. Voor de ondernemer heeft dit concrete gevolgen voor het beheer van persoonsgegevens, de bescherming van auteursrechten of het democratisch functioneren. Hij noemde de AVG en het Europese systeem van auteursrechten (vermogens- en morele rechten) als voorbeelden van onderscheidende waarden die essentieel zijn om te behouden. “Of je laat de trein passeren en ondergaat de gevolgen, of je stapt in de trein en bestuurt die zelf“, vat hij samen over artificiële intelligentie.

© Robin De Nys

De speech is aantrekkelijk, maar de operationele vertaling moet nog bewezen worden. Een incubator, zelfs gevestigd in het hart van Brussel, is niet genoeg om technologische soevereiniteit te creëren. Europa heeft een geavanceerd regelgevingskader, maar lijdt aan een chronisch tekort aan groeirisicokapitaal, gefragmenteerde markten en een nog ongelijk verdeelde ondernemerscultuur. WAT kan bijdragen aan het vergroten van de zichtbaarheid en de dichtheid van het Brusselse ecosysteem, maar het zou te vroeg zijn om dit te zien als de structurele oplossing voor trans-Atlantische onevenwichtigheden.

WAT tegenover de grote Europese hubs

Op continentale schaal vindt WAT zijn plaats in een al bezet landschap. Station F, het expliciet genoemde model als inspiratiebron, heeft in Parijs 34.000 m², herbergt meer dan 1.000 startups uit 40 nationaliteiten en heeft een toelatingspercentage onder 10%. EuraTechnologies, in Lille, beslaat 135.000 m² op vijf campussen en staat in de Europese top 30 volgens de Financial Times. De geografische ligging, op een uur van Parijs, Londen en Brussel, maakt het tot een directe concurrent. In België zelf heeft de Gentse Wintercircus, beheerd door een consortium van imec, UGent, KULeuven en de stad, zich gevestigd als een hub gespecialiseerd in artificiële intelligentie met 36 early-stage startups. In Berlijn voltooien Factory Berlin (16.000 m², 3.000 leden, 70 nationaliteiten) en Silicon Allee, aangesloten bij het Fraunhofer HHI Instituut, het plaatje.

Met zijn 10.000 m² speelt WAT niet in dezelfde categorie als het gaat om oppervlakte. Thibaud Elzière staat achter deze keuze: “Hoe meer je de ruimte verkleint, hoe groter de kans dat ondernemers elkaar tegenkomen en die kruisbestuiving creëren.” Het belangrijkste onderscheidende argument is geopolitiek: waar Station F in de eerste plaats Frans is en het Wintercircus in de eerste plaats Belgisch en Vlaams, wil WAT expliciet pan-Europees zijn in de selectie van startups en zijn investeerdersnetwerk, door te kapitaliseren op de institutionele dimensie van Brussel.

De uitdagingen van een te bewijzen model

Het risico is niet onbelangrijk. Het bedrijfsmodel van WAT, dat gebaseerd is op bescheiden huurprijzen en gemeenschapsbijdragen, moet aantonen dat het op lange termijn financieel haalbaar is. De afwezigheid van participaties in de startups berooft het project van de waarderingsmechanismen die zoals Hexa sterk maken. Aantrekkelijkheid van de locatie zal ook afhankelijk zijn van het vermogen van het team van Thibaud Elzière om een veeleisende selectiviteit te handhaven terwijl de vereiste bezettingsgraden worden bereikt. Ten slotte, hoewel Brussel onmiskenbare voordelen biedt, is de stad in vergelijking met Parijs, Londen of Berlijn nog steeds relatief onbekend binnen het Europese tech-ecosysteem.

Thibaud Elzière is zich hiervan bewust. “De bedrijven die we willen huisvesten, zijn bedrijven die nog niet bestaan. Het idee is om de voedingsbodem te creëren voor hun ontstaan.” De leus, zonder enige twijfel, is in een enkele zin samengevat: “Geloven dat het mogelijk is, is het begin.” De uitdaging blijft echter om die overtuiging om te zetten in meetbare resultaten.

Martin Boonen
Martin Boonen
Martin Boonen is een gediplomeerd journalist van het Institut de Journalisme de Bruxelles (2012). Hij heeft samengewerkt met tal van redacties, in uiteenlopende functies gaande van journalist en rubriekshoofd tot eindredacteur en hoofdredacteur – zowel voor digitale media als de geschreven pers. Met een uitgesproken expertise in startups en sociaal geëngageerd ondernemerschap, werd hij in 2025 benoemd tot hoofdredacteur van de Belgische website van Forbes. Sinds 2011 is hij aangesloten bij de Organisation de la Presse Périodique (OMPP).

Latest article