Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Werkgelegenheid: je oogst wat je meet

Sinds januari zijn bijna 100.000 mensen uit de werkloosheidsverzekering gestroomd. Een maand later had ongeveer één op de zeven een baan in loondienst. Acht op de tien vielen onder de categorie “andere”. Denemarken meet wie een jaar later van zijn werk leeft. Zwitserland telt wie opnieuw bij een overheidsloket aanklopt. België beschikt over de gegevens om hetzelfde te doen.

Sinds januari stopt de werkloosheidsuitkering na een wettelijk vastgelegde periode. De RVA heeft bekendgemaakt wat er met de eerste uitstromers gebeurde. 13,5% had de maand nadien een baan in loondienst. De RVA koppelde zijn bestanden aan die van de zelfstandigen en de ziekteverzekering. Ook de pensioengegevens werden geraadpleegd. 78,1% van de uitstromers komt in geen van deze databanken voor. Zij vallen onder de categorie “andere”, waarin volgens de RVA onder meer mensen terechtkomen die naar het OCMW zijn gestapt of door hun naasten worden ondersteund.

Decennialang kende de werkloosheidsuitkering geen einddatum. Een werkloze bleef in de bestanden van de RVA staan zolang die een uitkering ontving. Het aantal uitkeringen tellen, kwam dus neer op het aantal werklozen tellen. Wie betaalt, telt. Sinds januari verdwijnt iemand na de laatste betaling uit het bestand. Het verdere traject is terug te vinden in de bestanden van andere overheidsdiensten.

Sinds de zesde staatshervorming betaalt de federale overheid de uitkeringen, terwijl de Gewesten werkzoekenden begeleiden. Opleiding valt onder de bevoegdheid van de Gewesten en de Gemeenschappen. Het leefloon wordt toegekend via het OCMW van elke gemeente. Eenzelfde persoon kan in één jaar met drie bestuursniveaus te maken krijgen. Daardoor raakt de overheid het overzicht kwijt. Ook de federale ziekteverzekering registreert een deel van die uitstroom: in december 2025 lag de overstap van werkloosheid naar arbeidsongeschiktheid 45% hoger dan een jaar eerder.

Een verkoper die op volume wordt betaald, verkoopt anders dan een verkoper die wordt beloond voor klantenbinding. Het cijfer dat bovenaan het dashboard staat, stuurt het hele team. Bepalen wat wordt geteld, is ook bepalen welk resultaat wordt nagestreefd. Arbeidsmarktbeleid heeft emancipatie als doel: iemand die van zijn werk kan leven en zelf het vervolg van zijn traject kiest.

Een opleiding is als een zaadje. De economen David Card, Jochen Kluve en Andrea Weber namen meer dan tweehonderd evaluaties van arbeidsmarktbeleid wereldwijd onder de loep. Een opleiding heeft in het eerste jaar weinig effect. Pas twee tot drie jaar later plukt men er de vruchten van. Een indicator die na drie maanden wordt gemeten, beoordeelt het veld dus de dag na het zaaien.

Drie indicatoren zouden de oogst kunnen beoordelen aan de hand van gegevens waarover België al beschikt. De eerste zou die emancipatie meten: het aandeel mensen dat twaalf maanden na het einde van hun rechten van hun werk leeft. Denemarken publiceert dat cijfer voor elk van zijn gemeenten. Volgens hetzelfde principe beoordeelt een bedrijf een aanwerving aan het einde van de proefperiode. Die indicator zou ook de categorie “andere” verkleinen, omdat elke persoon moet worden teruggevonden.

De tweede zou tellen hoeveel mensen in het jaar na een aanwerving opnieuw bij een overheidsloket aankloppen. Volgens de internationale definitie van de werkgelegenheidsgraad volstaat één uur betaald werk per week om als werkend te worden beschouwd. Wie opnieuw bij het loket aanklopt, maakt het verschil zichtbaar tussen een baan die standhoudt en werk voor één dag. Zwitserland volgt deze indicator in elk van zijn kantons.

De derde zou de opleiding opvolgen naarmate die vordert, aan de hand van behaalde modules en afgeronde alternerende opleidingen. Een financiële directie volgt op dezelfde manier een onderzoeksproject lang voordat het op de markt komt. Het resultaat zou vervolgens blijken uit de baan die iemand één jaar na de opleiding heeft. Een tweede opleiding zou als een succes gelden wanneer die tot een hoger kwalificatieniveau leidt.

De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid koppelt de sociale bestanden van elke burger nu al via het rijksregisternummer. Voor het koppelen van die gegevens is toestemming nodig van het comité dat de sociale gegevens beschermt. De Gewesten zouden deze indicatoren vanaf volgend jaar bij hun eigen doelgroepen kunnen testen. Daarna zou de federale overheid over een gemeenschappelijke basis beschikken om de hervorming te evalueren.

In het dorp beoordeelt men een veld bij de oogst. Voor arbeidsmarktbeleid geldt dezelfde timing.

Salma Haouach
Salma Haouach
Salma Haouach is econoom en strategisch adviseur. Ze studeerde handelsingenieur aan Solvay en deed internationale ervaring op in Spanje, Marokko, Frankrijk en Canada. Ze richtte twee strategische adviesbureaus op voordat ze woordvoerder werd van de Mouvement Réformateur (MR) en vervolgens adviseur voor economische transitie en toekomstverkenning. Daarna was ze adjunct-directeur-generaal bij Wallonie-Bruxelles Enseignement. Vandaag is ze actief als economisch analist en schrijft ze voor Forbes België over overheidsfinanciën, lifestyle en inspirerende persoonlijkheden die de spelregels in hun sector herschrijven. Daarnaast is ze curator van de reeks rond economie en politiek bij The Merode in Brussel.

Latest article