Wie vroeger de kantoren van Proximus binnenstapte, kon zomaar oog in oog staan met een werk van Roy Lichtenstein, Rineke Dijkstra, Hiroshi Sugimoto of Bieke Depoorter. Voor medewerkers was kunst een dagelijkse metgezel, voor bezoekers een onverwachte ontmoeting. Die filosofie, al dertig jaar ingebakken in de cultuur van het telecombedrijf, staat op een kantelpunt. Met de verhuis naar de site van Tour & Taxis krijgt de collectie een nieuw hoofdstuk.
Photos: Melanie De Vrieze, RV
De Proximus Art Collection ontstond begin jaren negentig vanuit een duidelijke overtuiging: kunst integreren in de werkomgeving. Het doel was niet louter decoratief. “We wilden de manier waarop kunstenaars naar de wereld kijken, laten doordringen op de werkvloer”, zegt afscheidnemend voorzitter Stefaan De Clerck. In de Proximus Towers aan het Brusselse Noordstation, met een overvloed aan licht en ruimte, kreeg dat idee concreet vorm. Medewerkers zaten aan hun bureau met een Paolini of Boetti aan de muur.
De collectie focust voornamelijk op de jaren tachtig en negentig, met kunst die in die periode internationaal toonaangevend was in galeries en op kunstbeurzen. Minimalisme en fotografie zijn sterk vertegenwoordigd. “Wat toen topkunst was, vind je hier terug”, zegt De Clerck. “Het is geen bric-à-brac, maar een coherent geheel van hoge kwaliteit. Er zitten geen lelijke werken in deze collectie.”
Een sleutelfiguur in de opbouw van de collectie was Boudewijn Michiels, jarenlang voorzitter van de selectiecommissie. Ook Jef Cornelis speelde een bepalende rol, vaak met uitgesproken overtuigingen. Later werd de commissie vernieuwd met onder meer Chris Dercon (Belgisch kunsthistoricus en museumdirecteur, red.) en Dirk Snauwaert (stichtend en artistiek directeur van WIELS in Brussel, red.).
Het resultaat is een collectie die, in de woorden van De Clerck, “niet zou misstaan in musea of een belangrijke privéverzameling”. Dat vertaalt zich ook in de waarde. “Veel werken zijn vandaag onbetaalbaar geworden.” Als voorbeeld noemt hij de werken van Hiroshi Sugimoto, die hij als zijn absolute favoriet beschouwt. “De werken zijn ongelooflijk verfijnd, technisch sterk en tegelijk poëtisch.”
“Het is geen bric-à-brac, maar een coherent geheel van hoge kwaliteit. Er zitten geen lelijke werken in deze collectie.”
De verhuis naar Tour & Taxis heeft grote gevolgen. Proximus verruilt zijn torens voor een veel compactere site, van ruim honderdduizend naar ongeveer veertigduizend vierkante meter. De collectie moest meekrimpen. Na een eerste selectie, in overleg met specialisten, werden een aantal werken verkocht via veilinghuis Christie’s. Het ging om stukken die minder goed pasten binnen het geheel, of minder geschikt waren voor de nieuwe context. Van de ongeveer 600 werken blijven er 405 over. Die inkrimping leverde financiële ademruimte op. Naast het jaarlijkse budget is er nu een extra reserve voor nieuwe, gerichte aankopen.
De presentatie verandert eveneens. Waar werken vroeger dicht op elkaar hingen in een drukke kantooromgeving, ontstaat nu meer ruimte. De Clerck wijst naar zijn lievelingswerk, de veertig zwart-witfoto’s van Giulio Paolini. “In de Proximus Towers hingen ze gedrongen door de lagere plafonds, maar nu zullen ze beter tot hun recht komen.”

Voor de nieuwe kantoren op Tour & Taxis, waarvoor de bouwvergunning intussen is afgeleverd, geldt een omgekeerde logica. Niet eerst bouwen en dan kunst ophangen, maar de kunst als vertrekpunt nemen voor de inrichting. “Binnenhuisarchitecten buigen zich nu al over de vraag welk werk waar het best tot zijn recht komt, welke technieken nodig zijn om grote werken in trappenhallen te hangen, en hoe ruimtes gebouwd kunnen worden rond wat ze straks herbergen”, zegt De Clerck.
De collectie wordt beheerd door een vzw, die jaarlijks 248.000 euro ontvangt van de moedervennootschap. Dat budget dekt niet alleen aankopen, maar ook huur, restauratie, verzekering, transport en administratie. Met de jubileumtentoonstelling Conversation Poem in Hôtel des Douanes (Tour & Taxis) is het budget voor dit jaar nagenoeg volledig opgesoupeerd. Er blijft weinig over voor nieuwe aankopen, maar De Clerck heeft er vrede mee. “Ik denk dat er veel mensen verrast zullen zijn als ze hier binnenkomen en de kunst in die ruimtes zien.”
De restauratiekosten wegen zwaar. Omdat een groot deel van de collectie uit fotografie bestaat, duiken na verloop van tijd problemen op zoals verkleuring van papier. “Een aanzienlijk deel van het budget gaat vandaag naar stockage en restauratie, waardoor er minder overblijft voor nieuwe aankopen.” Elke ingreep gebeurt in overleg met de kunstenaar of diens stichting, met het grootste respect voor de integriteit van het werk.
De dagelijkse werking rust grotendeels op één persoon: Hans Bart Van Impe, een voormalig radio-ingenieur die de coördinatie van de collectie op zich nam. Externe expertise voor tentoonstellingen, restauraties en transport wordt ingehuurd. Dat de verzekeringspolis in dertig jaar nooit verhoogd werd, is mede te danken aan een doordacht conservatieprogramma en een eigen depot.
Een treffend voorbeeld van die zorgzaamheid is de reeks van de Nederlandse fotografe Rineke Dijkstra, die inmiddels achttien exemplaren telt. Proximus is de enige instelling ter wereld die de reeks blijft aanvullen. “We handelen als een goede huisvader. We vervolledigen, restaureren, verzekeren, bewaken en bewaren goed.” Opvallend is dat de collectie volledig via aankopen is opgebouwd, zonder schenkingen. “Maar die zijn wel welkom”, lacht De Clerck. “We zullen er goed voor zorgen.”
De laatste jaren is de strategie geëvolueerd. Naast het aankopen van bestaande werken participeert Proximus steeds vaker in de productie van nieuw werk. Zo steunde het bedrijf onder meer Francis Alÿs en Miet Warlop voor de Biënnale van Venetië. In ruil komen delen van die productie in de collectie terecht. “We helpen kunstenaars vooruit en krijgen tegelijk werk terug voor de collectie. Dat wordt door hen sterk geapprecieerd”, zegt De Clerck.
Daarnaast engageert Proximus zich in initiatieven zoals de Belgian Art Prize, een tweejaarlijkse prijs voor beeldende kunsten. De focus verschuift daarmee van verzamelen naar het mogelijk maken van creatie, en van internationale iconen naar Belgische kunstenaars met internationale uitstraling.
“We handelen als een goede huisvader. We vervolledigen, restaureren, verzekeren, bewaken en bewaren goed.”
De verhuis had de collectie zomaar in depots kunnen doen verdwijnen, wachtend op betere tijden. Dat scenario wou Proximus bewust vermijden. In plaats daarvan greep het bedrijf de transitie aan om werken vervroegd uit de depots te halen en een jubileumtentoonstelling aan te kondigen. Van 14 mei tot 24 juli 2026 wordt de collectie voor de derde keer aan het brede publiek getoond. Een eerste keer was in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle, een tweede keer in de leegstaande Proximus Towers tijdens de covidperiode.

De keuze voor Hôtel des Douanes op Tour & Taxis is geen toeval. De historische site wordt in de komende jaren de nieuwe thuisbasis van Proximus. Door de tentoonstelling nu al in dat gebouw te organiseren, krijgen medewerkers voor het eerst een glimp van wat hun toekomstige werkplek zal worden, met kunst als welkomstgebaar. “Kunst inspireert en nodigt uit”, zegt De Clerck. “We geven het signaal dat er verandering is.”
Onder de titel Conversation Poem brengen curatoren Catherine de Zegher en Isabelle De Jaegere zo’n 120 kernwerken samen in een parcours dat draait om één centrale vraag: hoe kunnen we in een tijd van voortdurende communicatie opnieuw echte gesprekken voeren? Onder de blikvangers bevinden zich werken van Alighiero Boetti en Giulio Paolini, naast topwerken van Günther Förg, Rosemary Laing, Lee Friedlander, Lili Dujourie en David Claerbout.
De expo opent met een subtiele knipoog: werken waarin telefoons voorkomen. Opmerkelijk, want dat thema werd dertig jaar lang bewust vermeden. “We hebben nooit het voorwerp van onze eigen sector – telecom – verzameld”, zegt De Clerck. Aan het einde van zijn mandaat vindt hij die zelfrelativering wel gepast. “Een tikkeltje humor kan geen kwaad.”
De toekomst van de collectie roept nieuwe vragen op. Een daarvan is digitale kunst. “Bijna alle kunst heeft vandaag een digitale component, dus het is moeilijk om dat als afzonderlijk criterium te nemen”, zegt De Clerck. Daarnaast wordt gekeken naar de publieke ruimte. Op de site van Tour & Taxis, waar Proximus samen met andere bedrijven een soort dorp in de stad zal vormen, liggen er plannen op tafel voor een beeldenpark, ontwikkeld door landschapsarchitect Bas Smets. “Dat zou de stap betekenen van kunst in kantoren naar kunst in de publieke ruimte.” Er zijn ook gesprekken over bruikleen aan andere bedrijven op de site. Het precedent is er al: een werk van Panamarenko hangt al geruime tijd in de inkomhal van de Vlaamse Gemeenschap. “Niks belet ons om ook andere oplossingen te zoeken, zolang het duurzaam en veilig is.”
Tot slot is er een bredere ambitie: een volwaardig museum voor hedendaagse kunst in Brussel. “Er zijn sterke collecties, ook bij instellingen zoals de Nationale Bank en Belfius. De juiste coalitie ontbreekt nog. Maar als het er komt, moet het meteen van wereldniveau zijn.”
30 jaar Proximus Art Collection. Jubileumexpo Conversation Poem van 14 mei tot 24 juli in Hôtel des Douanes op Tour & Taxis.


