Fabien Debecq is oprichter van de internationale groep QNT, gespecialiseerd in sportvoeding en voedingssupplementen, en voorzitter-aandeelhouder van Sporting Charleroi. In drie decennia tijd groeide de rasechte Carolo uit van arbeiderszoon tot succesvol ondernemer met internationale uitstraling. Nochtans wees niets erop dat zijn levenspad die richting zou uitgaan. Het verhaal van een uitzonderlijk parcours in twaalf bedrijven.
Bedrijf I
Een moeilijke jeugd in het Zwarte Land
Fabien Debecq wordt in de zomer van 1963 geboren in Charleroi. Zijn jeugd speelt zich af in een bescheiden arbeidersgezin. “Mijn vader werkte als staalarbeider bij Hainaut-Sambre in Montignies-sur-Sambre. Mijn moeder was huisvrouw. Ze deden alles om ons niets tekort te laten komen, maar het was vaak moeilijk. Tegen het einde van de maand moest mijn moeder soms bij de bakker vragen of ze brood op krediet mocht meenemen. Mijn vader trok dan met droog brood naar het werk.”
Alsof de financiële moeilijkheden niet volstonden, wordt het gezin getroffen door een tragedie die zijn leven blijvend zal tekenen. “Mijn oudere broer deed boodschappen voor een oudere man uit de buurt om wat geld bij te verdienen. Op een dag vond er bij die man thuis een ontploffing plaats. Ze kwamen allebei om het leven. Mijn broer was zestien jaar oud. Ik was dertien.” Plots staat het gezin voor een nieuwe realiteit. Debecq blijft als oudste zoon thuis achter, terwijl zijn jongere broer amper vier jaar oud is. “Op school ging het daarna minder goed. Ik volgde les aan het Collège Pie X in Châtelineau. Ik behaalde mijn diploma secundair onderwijs, maar studeren zat er daarna niet meer in.”
Bedrijf II
Bodybuilding als reddingsboei
Waar veel jongeren uit zijn omgeving verkeerde keuzes maakten, vond Debecq een uitweg in sport. “Ik had evengoed op het verkeerde pad kunnen belanden. Maar op mijn zestiende leerde ik een iets oudere vriend kennen die aan krachttraining deed. Hij nam me mee naar de enige fitnesszaal die Charleroi toen telde. Ik was er veruit de jongste.” De sport gaf hem structuur, discipline en een doel. “Mijn lichaam ontwikkelde zich snel en iedereen moedigde me aan om aan wedstrijden deel te nemen. Vanaf dat moment besloot ik mijn leven anders aan te pakken. Ik kreeg een doel voor ogen.”
Toch moest hij een belangrijke drempel overwinnen. “Ik was erg verlegen en voelde me niet comfortabel om mijn lichaam te tonen. Ik droeg altijd oversized truien zodat niemand iets kon zien. Bovendien had bodybuilding in die tijd een twijfelachtige reputatie.”
Zijn eerste wedstrijden blijken echter een schot in de roos. “Ik won meteen mijn eerste wedstrijd. Daarna volgde een tweede overwinning, en vervolgens nog een. Op mijn twintigste werd ik geselecteerd voor het Europees kampioenschap in Boulogne-Billancourt, nabij Parijs, in de categorie tot 80 kilogram. Tot mijn eigen verbazing won ik ook daar.”
Bedrijf III
De ontmoeting die alles veranderde
De Europese titel opent onverwacht nieuwe deuren. “Tussen de wedstrijden kwam ik in contact met een vertegenwoordiger van Twinlab, destijds het grootste merk ter wereld in sportvoeding. Hij vroeg of ze mijn gezicht mochten gebruiken voor hun communicatie.” Financieel leverde de samenwerking weinig op, maar voor de jonge bodybuilder betekende ze veel. “Ik werd niet betaald, maar kreeg gratis producten. Voor mij voelde dat als een mirakel. Ik was ongelooflijk trots.”
Van sport alleen leven was echter onmogelijk. “Ik woonde nog bij mijn ouders. Tijdens de week werkte ik in de fitnessclub Fun Gym, die Jacques Spingler net in Charleroi had geopend. In het weekend werkte ik voor Mario Pongoli, de man die me had geïntroduceerd in de bodybuildingwereld. Hij had een dakwerkbedrijf en ik draaide gewoon mee als arbeider. Ik stond op daken, maakte mortel en deed wat nodig was.” Op twintigjarige leeftijd wacht hem vervolgens een nieuwe uitdaging. “Toen ik twintig en een half was, moest ik mijn legerdienst vervullen. Dat gebeurde in Florennes, bij een ondersteuningsdienst van de para’s. Eerst reed ik met vrachtwagens, later werkte ik in de keuken.”
Fabien Debecq, oprichter van de QNT groep. © Éric Herchaft
Bedrijf IV
Ondernemen vanuit de fitnesszaal
Na zijn legerdienst keert Fabien Debecq op 22-jarige leeftijd voltijds terug naar de fitnessclub in Charleroi. “Jacques zag dat ik ambitie had. Ik heb altijd geprobeerd om alles zo goed mogelijk te doen. Al snel stelde hij me voor om manager te worden.” De club was haar tijd ver vooruit. Er werkten een vijftiental mensen, er waren meer dan duizend actieve leden en naast de fitness beschikte de zaak over een bar, sauna’s, een jacuzzi en privécoaching. “Het concept sloeg enorm aan. Bovendien had ik altijd al een commerciële aanleg. Op mijn zestiende ging ik bijvoorbeeld van deur tot deur om sleutelhangers te verkopen.”
Toch keek Debecq verder dan het beheer van de club. “Een fitnesscentrum haalt zijn inkomsten meestal uit abonnementen en voedingssupplementen. Hier lag de focus uitsluitend op abonnementen. Daarom vroeg ik aan Jacques of ik de producten van mijn Amerikaanse sponsor mocht verkopen. Hij had daar geen bezwaar tegen.” Zijn aanpak was eenvoudig. “Mijn eerste doel was ervoor zorgen dat iedereen die binnenkwam ook een abonnement afsloot. Daarna gaf ik advies over voeding en supplementen. De verkoop kwam vanzelf.” De vraag groeide snel. Al vlug kocht hij de producten rechtstreeks bij de importeur om ze vervolgens zelf door te verkopen. “Dat werkte verrassend goed. Iedereen was tevreden.”
Bedrijf V
Van manager naar vertegenwoordiger
Zes maanden later dient zich een nieuwe kans aan. “Bij mij ging alles in blokken van zes maanden”, lacht Debecq. De Belgische importeur van Twinlab merkt op dat de jonge Charlerooiër zijn grootste klant is geworden. “Hij stelde voor dat ik vertegenwoordiger voor Wallonië zou worden. Die kans heb ik meteen gegrepen.” Met zijn werkgever sluit hij een akkoord. Overdag bouwt hij zijn activiteiten als vertegenwoordiger uit, terwijl hij tijdens de piekuren actief blijft in de fitnessclub.
We schrijven 1985. Overal in België openen nieuwe fitnesscentra hun deuren. “Mijn Europese titel hielp natuurlijk. Veel uitbaters kenden mij. Wanneer ik mijn producten voorstelde, waren ze vaak bereid hun bestaande gamma te vervangen.” Debecq beperkte zich daarbij niet tot verkoop alleen. “Ik ging er trainen, begeleidde wedstrijdatleten en gaf seminaries over sportvoeding. We zetten een tafel met producten klaar en ik legde uit wat ik zelf gebruikte. Vaak was alles verkocht voor ik weer vertrok.” De groei gaat zo snel dat de Brusselse importeur de vraag nauwelijks nog kan volgen.
Bedrijf VI
Op zoek naar een grotere toekomst
Ondanks zijn succes woont Debecq nog steeds bij zijn ouders. Eén keer per week trekt hij naar Brussel om te trainen. “In Charleroi waren er niet veel atleten van mijn niveau. Bodybuilding heeft me geleerd dat je alleen beter wordt als je jezelf omringt met mensen die sterker zijn dan jij.” Hij traint regelmatig in de California Gym, de fitnesszaak van Jean-Claude Van Damme. “Ik heb Jean-Claude goed gekend en heb nog altijd contact met zijn familie.” Tijdens die bezoeken bladert hij door Amerikaanse vakbladen. Het idee groeit om zelf contacten te leggen met producenten in de Verenigde Staten. “Ik wist dat ik niet mijn hele leven in dezelfde fitnessclub wilde blijven werken. Hoe succesvol die ook was, uiteindelijk dreigde het een routine te worden.”
Met wat spaargeld en veel ambitie trekt hij naar de Verenigde Staten. Alleen is er één probleem. “Ik sprak nauwelijks Engels.” Via contacten uit de fitnesswereld vindt hij een voormalige Sabena-medewerkster die hem kan begeleiden. Samen trekken ze naar Boston, Chicago, Los Angeles en San Francisco. De reis levert echter weinig op. “De Amerikanen hebben goed met ons gelachen. Achteraf bekeken was het een complete mislukking.”
Bedrijf VII
De kans van zijn leven
Net wanneer de Amerikaanse droom lijkt te eindigen, dient zich onverwacht een nieuwe mogelijkheid aan. Op de luchthaven van Boston koopt Debecq een Canadees bodybuildingmagazine. “Vooral omdat het in het Frans was.” In het tijdschrift ontdekt hij een merk dat hij nog niet kent: Nature’s Best. “Ik belde meteen naar Québec. De eigenaar vertelde me dat hij de exclusieve verdeler voor Canada was en verwees me door naar het hoofdkantoor in New York.” Terug in België vraagt Debecq een catalogus aan. “Toen die eindelijk arriveerde, bleek het gewoon een bundel fotokopieën. Toch sprak het merk me onmiddellijk aan.” Hij beseft dat hij voor een keuze staat. “Ofwel keerde ik terug naar mijn oude leven in de fitnessclub, ofwel werd ik importeur. Ook al wist ik niets van import.”
“Ik begon met een halve pallet. Daarna één pallet, twee pallets, drie pallets. Alles moest altijd dringend geleverd worden.”
Hij kiest voor het avontuur. Nature’s Best is bereid hem exclusiviteit voor België te geven, maar er is een probleem. Om een eerste bestelling te plaatsen heeft hij minstens 10.000 euro nodig. “Dat geld had ik niet.” Daarop klopt hij aan bij Mario Pongoli, de man die hem jaren eerder in contact bracht met bodybuilding. “Hij tekende mee voor een banklening. Dat gebaar ben ik nooit vergeten.” De investering blijkt een schot in de roos. “Ik begon met een halve pallet. Daarna één pallet, twee pallets, drie pallets. Alles moest altijd dringend geleverd worden.”
De groei verloopt zo snel dat eigenaar Hal Katz uit New York beslist om België persoonlijk te bezoeken. Debecq beschikt op dat moment nog over bijzonder bescheiden middelen. “Ik woonde in een appartement van zestig vierkante meter achter het stadion van Sporting Charleroi. Mijn magazijn was mijn garage. Mijn kantoor was mijn woonkamer. Mijn bestelwagen was zo versleten dat ik de passagiersdeur met een touw moest dichtbinden.” Vrienden raden hem aan een luxewagen te huren en tijdelijk een professioneel kantoor in te richten. “Maar ik wilde niet liegen. Ik dacht: ofwel werkt het, ofwel niet.” Hij kiest voor eerlijkheid. “Ik nam Hal mee naar enkele seminaries in fitnesszalen. Hij zag hoe enthousiast de klanten waren.” Het bezoek wordt een kantelpunt. “Hal kwam zelf uit een bescheiden gezin. Hij herkende veel van zichzelf in mijn verhaal. Toen hij terug naar New York vertrok, hadden we allebei tranen in de ogen.” Voor Debecq betekent die ontmoeting het echte begin van zijn ondernemersavontuur.

Bedrijf VIII
De economische doorbraak
De samenwerking met Hal Katz groeit uit tot veel meer dan een klassieke zakenrelatie. Het vertrouwen tussen beide ondernemers is groot en opent nieuwe perspectieven. “Hal zei tegen mij: ‘Ik geef je al het krediet dat je nodig hebt. Je hoeft niet langer vooraf te betalen, maar in ruil verwacht ik dat je de Europese markt verder ontwikkelt.’” Na enkele jaren wordt duidelijk dat de volgende groeifase niet in import, maar in productie ligt. “Transportkosten, invoerrechten en de verschillen tussen nationale wetgevingen wegen zwaar door. Denk maar aan regels rond vitaminedoseringen of verpakkingen. Als je die kosten kunt beperken, ontstaat er ruimte om meer te investeren in marketing en verdere groei.”
Debecq is op dat moment 29 jaar oud en voelt dat zijn onderneming een nieuwe fase ingaat. Hij verlaat definitief de fitnessclub in Charleroi en bouwt een woning in Ham-sur-Heure-Nalinnes. “Dat ik daar ooit zou wonen, had ik nooit durven dromen. Ik ben er uiteindelijk zeventien jaar gebleven.” Later verhuist hij naar Waals-Brabant, terwijl zijn zakelijke activiteiten zich steeds verder uitbreiden.
Wanneer de Amerikaanse zakenpartner van Hal Katz overlijdt, krijgt Debecq een nog belangrijkere rol binnen het bedrijf. “Ik nam zijn plaats in. Hal concentreerde zich op de Verenigde Staten, terwijl ik verantwoordelijk werd voor Europa en het Midden-Oosten.” De samenwerking werpt haar vruchten af. Vanuit België worden verschillende merken verdeeld, waaronder Amerikaanse energiedranken die door McCain Foods werden geproduceerd. “We deden uitstekende zaken en de onderneming bleef groeien.” In juni 2009 volgt een belangrijke wending. Na twintig jaar samenwerking wordt Nature’s Best overgenomen door een Amerikaans investeringsfonds. “Hal was voor mij veel meer dan een zakenpartner. Hij was de grote broer die ik nooit heb gehad.”

Bedrijf IX
De sprong naar een eigen merk
Na de overname van Nature’s Best door een Amerikaans investeringsfonds blijft Fabien Debecq nog anderhalf jaar aan boord. Al snel merkt hij echter dat de nieuwe eigenaars een andere koers willen varen. “Het investeringsfonds wilde zich sterker richten op de medische markt. Voor Europa vond ik dat veel te vroeg. Ik zei hen dat ik waarschijnlijk niet de juiste persoon was om die strategie uit te voeren.” Omdat de nieuwe aandeelhouders weinig aandacht hadden voor de bodybuildingwereld, waarin Debecq zijn netwerk had opgebouwd, kreeg hij veel vrijheid. “Ze lieten me mijn gang gaan. Ze gingen ervan uit dat het toch niet zou werken.” Twee jaar later verkoopt het fonds het bedrijf opnieuw, dit keer voor 153 miljoen dollar. “Toen dacht ik: nu is het moment gekomen om mijn eigen merk te lanceren.” Zo ontstaat in 2011 Quality Nutrition Technology, beter bekend als QNT.
De timing is niet vanzelfsprekend. In de wereld van sportvoeding geldt “Made in USA” nog steeds als de gouden standaard. “Als ik in Europa had gezegd: koop geen Amerikaanse producten meer maar Belgische, dan was ik verloren geweest.” Debecq kiest daarom voor een ongewone strategie. In plaats van vanuit Europa de thuismarkt te veroveren, trekt hij eerst naar de Verenigde Staten. “We hebben ons als Europees bedrijf op de Amerikaanse markt gevestigd. Tegelijk bleven we in Europa produceren, maar aanvankelijk op veel kleinere schaal.”
QNT wordt eerst opgericht in Los Angeles en verhuist later naar New York. “Het tijdsverschil met Europa was veel praktischer.” De internationale ambitie werpt snel vruchten af. Enkele maanden na de oprichting krijgt QNT nationale aandacht in de Verenigde Staten. “Mijn Amerikaanse CEO werd geïnterviewd op Fox Business. We waren een Europees bedrijf dat jobs creëerde in Amerika. Dat verhaal sloeg aan.” Vervolgens klopt Debecq aan bij GNC, de grootste gespecialiseerde winkelketen voor sportvoeding in de Verenigde Staten, goed voor duizenden verkooppunten. “GNC nam ons op als leverancier. In Amerika verkochten we Europese kwaliteit. In Europa positioneerden we ons als Amerikaanse technologie. Dat werkte bijzonder goed.”
Bedrijf X
De Belgische marktleider (en de top 15 wereldwijd)
Bij de oprichting van QNT telt het bedrijf een dertigtal medewerkers, van wie velen eerder al voor Nature’s Best hadden gewerkt. Vandaag is de onderneming uitgegroeid tot een internationale speler. “Buiten de productie hebben we ongeveer 250 medewerkers. Als je de productie-eenheden meetelt, komen daar nog meer dan honderd mensen bij.” QNT is actief in meer dan zestig landen en beschikt over kantoren en productievestigingen verspreid over Europa, Azië, Noord- en Zuid-Amerika en het Midden-Oosten. Ook in België is het merk sterk aanwezig, onder meer via Medi-Market, Newpharma, Farmaline, Colruyt, Decathlon en Intersport. “Vandaag hebben we ongeveer driehonderd producten in ons assortiment, van sportvoeding en voedingssupplementen tot welzijns- en gewichtscontroleproducten.” Door de jaren heen bouwt het bedrijf een stevige reputatie op. “Men noemt ons weleens de proteïnekoning.”
Waar staat QNT vandaag internationaal? “We behoren zeker tot de gerespecteerde spelers in de sector. In België zijn we marktleider en wereldwijd denk ik dat we in de top vijftien zitten.” Volgens Debecq zit de markt bovendien nog lang niet aan haar plafond. “Voeding met extra proteïnen is in veel Engelstalige landen al volledig ingeburgerd. België loopt op dat vlak nog achter. In sommige landen zie je proteïnerijke yoghurt, kaas en brood in vrijwel elke supermarkt.”
Ondanks het succes kijkt Debecq vooral naar de toekomst. Zijn zonen Romain en Alex zetelen ondertussen in de raad van bestuur van QNT International. Alex werkt ook operationeel binnen het bedrijf. “Hij heeft QNT omgevormd tot een jonger, moderner en toegankelijker merk.” Daarnaast benadrukt Debecq de rol van zijn echtgenote. “Ik kan rekenen op een uitzonderlijke vrouw. Zij houdt me met beide voeten op de grond, steunt me en moedigt me tegelijk aan om verder te denken.” Voorlopig blijft de ambitie onveranderd. “Zolang ik er plezier in heb, wil ik blijven groeien. Als we op een bepaald moment merken dat we een volgende stap niet alleen kunnen zetten, sluiten we nieuwe partners of investeerders niet uit.”
Bedrijf XI
Van ‘Dogue’ naar ‘Zèbre’ (en het voorzitterschap van Sporting Charleroi)
Ondanks zijn internationale succes blijft Debecq sterk verbonden met Charleroi. Tijdens de periode van Nature’s Best huurt het bedrijf eerst een magazijn in Gilly. Al snel blijkt de locatie te klein voor de groeiende activiteiten. Via een reconversieproject krijgt het bedrijf de kans zich te vestigen op het terrein van een voormalige suikerfabriek in Donstiennes. “De grond kostte één symbolische Belgische frank en voor de bouw kregen we financiering aan nul procent rente.” Aanvankelijk verrijst er een gebouw van duizend vierkante meter. Vandaag beslaat de site meer dan zesduizend vierkante meter en vormt ze nog steeds de Belgische uitvalsbasis van QNT.
Zijn trouw aan Charleroi vertaalt zich uiteindelijk ook in het voetbal. Als jongeman speelde Debecq bij Olympic Charleroi. Toch is het Sporting Charleroi dat later een centrale plaats in zijn leven zal innemen. “Een gemeenschappelijke vriend stelde me voor aan Mehdi Bayat. Hij was toen commercieel directeur bij Sporting en zocht sponsors.” De twee bouwen al snel een sterke band op. “Mehdi overtuigde me om de club te ondersteunen. Sindsdien zijn we onafscheidelijk.” Via Mehdi leert Debecq ook diens oom Abbas Bayat kennen, de eigenaar van Sporting Charleroi. Wanneer Abbas Bayat in 2012 beslist om de club te verkopen, dient zich een onverwachte kans aan. “Sporting verkeerde financieel in moeilijkheden. Mehdi geloofde sterk in het potentieel van de club, maar had niet de middelen om ze alleen over te nemen.” Abbas Bayat polst daarom bij Debecq. “Ik kende niets van het voetbalbestuur, maar ik ben altijd nieuwsgierig geweest.” Drie maanden later nemen Debecq en Bayat samen Sporting Charleroi over.
Aanvankelijk bezit Debecq 95 procent van de aandelen, terwijl Mehdi Bayat de resterende 5 procent in handen heeft. “Mijn rol bestond vooral uit het professionaliseren van de organisatie, zoals ik dat ook in mijn bedrijven had gedaan.” Geleidelijk groeit Mehdi Bayat uit tot het operationele gezicht van de club. Vandaag staat Sporting Charleroi er zowel sportief als financieel aanzienlijk sterker voor. In 2023 trad bovendien een Amerikaanse aandeelhouder toe. Ook de plannen voor een nieuw stadion blijven op tafel liggen. “Dat dossier is nog altijd in behandeling.”
Is voetbal uiteindelijk vergelijkbaar met ondernemen? Debecq glimlacht. “De adrenaline die je elk weekend voelt, vind je nergens anders. Een voetbalclub is emotie. Maar het is ook een wereld waarin veel clubs verlies maken of failliet gaan.” Hij pauzeert even. “Voetbal kan prachtig zijn, maar het is ook een bijzonder complexe en soms hypocriete omgeving. Je moet er altijd waakzaam blijven.”

Bedrijf XII
Discipline als levensfilosofie
Wanneer Fabien Debecq terugblikt op zijn parcours, komt hij telkens terug op dezelfde overtuiging. “Er is altijd een uitweg. Altijd.” Hij beschouwt zichzelf als het bewijs daarvan. Zonder hogere studies bouwde hij stap voor stap een internationale onderneming uit. “Ik ben een echte autodidact. Alles wat ik vandaag weet, heb ik onderweg geleerd. Maar ik heb me altijd laten begeleiden wanneer dat nodig was. Voor talen, voor financiën, voor zaken die ik nog niet beheerste. Ik heb nooit blind gewerkt.”
Doorheen zijn carrière ontwikkelde hij een aantal principes die hem vandaag nog altijd sturen. “Discipline en visie zijn belangrijker dan je vertrekpunt. Duurzame resultaten komen nooit onmiddellijk, niet in de sport en niet in het ondernemerschap. De lange termijn is wellicht het meest onderschatte wapen van een ondernemer.” Volgens Debecq heeft groei bovendien alleen waarde wanneer ze gecontroleerd verloopt. “De taak van een leider bestaat erin een duidelijke richting uit te zetten en de voorwaarden te creëren voor duurzame prestaties. Ik heb nooit zichtbaarheid gezocht om de zichtbaarheid zelf. Ik heb altijd geprobeerd iets op te bouwen voor de lange termijn.” Zelfs vandaag blijft een zekere onrust hem drijven. “Ik heb nooit het gevoel dat ik er ben. Integendeel. Ik denk vaak dat alles morgen opnieuw kan verdwijnen. Dat houdt me scherp en verplicht me om vooruit te blijven kijken.”
Eerherstel
Debecq omschrijft zichzelf als veeleisend, zowel voor zichzelf als voor de mensen rondom hem. “Ik verwacht veel van mezelf en dus ook van mijn medewerkers.” Die discipline vertaalt zich ook in zijn levensstijl. Hij drinkt nauwelijks alcohol, sport vrijwel dagelijks en blijft aandacht besteden aan zijn fysieke conditie. “Ik train bijna elke dag. Vooral cardio, aangevuld met wat krachttraining. Soms thuis in mijn eigen fitnessruimte, soms onderweg in een hotel. Gezondheid blijft belangrijk voor mij.”
Heeft hij ooit het gevoel gehad dat hij wraak heeft genomen op het lot? Debecq schudt het hoofd. “Nee, ik hou niet van het woord wraak.” Daarna vertelt hij een verhaal dat veel verklaart. Toen hij Sporting Charleroi overnam, nodigde hij zijn moeder uit voor een bezoek aan het stadion. “Mehdi Bayat en ik hebben haar meegenomen. Mijn moeder was een vrouw die ooit brood op krediet moest vragen bij de bakker om het einde van de maand te halen.” Even valt hij stil. “En plots stond ze in het stadion van Sporting Charleroi, een club waarvan haar zoon mede-eigenaar was geworden.” Voor Debecq gaat het niet om revanche. “Dat was geen wraak op het leven. Dat was eerherstel.” Nog een korte stilte. “Een manier om de naam Debecq opnieuw trots te maken, terwijl velen ooit dachten dat er voor ons geen toekomst was weggelegd.”

