Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Fiscale uitgaven: liefde maakt blind

‘Anne, zuster Anne, zie je nog iets komen?’ Veertien miljard euro moet tegen eind 2028 gevonden worden, volgens de Nationale Bank. Het cijfer dook op een donderdag in juni op en spleet het Belgische debat in tweeën, zoals een mes met vaste hand door een oude lap stof snijdt. Aan de ene kant fluistert het begrotingstraject dat het inkomstendossier heropend moet worden. Aan de andere kant preekt de soberheidsleer: minder overheid, minder uitgaven, minder belastingen. In het midden ligt een vermogensheffing, als een bescheiden offer op een tafel die al bol staat van de beloften. Iedereen speelt zijn rol en wacht op het signaal dat hem gelijk geeft. En de blinde vlek die ze allemaal delen, blijft naamloos.

Het debat verdient een betere omkadering. Het berust op een tweedeling die Stanley Surrey, adjunct-secretaris van de Amerikaanse Schatkist, al in 1967 blootlegde: elke vrijstelling, elke aftrek in de belastingwetgeving is in wezen een overheidsuitgave. Honderd euro voordeel, vermomd als gederfde inkomsten, weegt precies even zwaar als honderd euro die per cheque wordt uitbetaald. Over een directe uitgave wordt gestemd, ze wordt verantwoord en, in principe, ooit stopgezet. Een fiscale uitgave sluimert in een wetsartikel, verlengd door de kracht van de gewoonte, voorgoed ontslagen van de plicht om te bewijzen dat ze haar prijs nog waard is.

Zo gaat het nu eenmaal met wat we liefhebben: we stoppen met tellen. We herhalen de handeling uit liefde voor de gewoonte en vergeten na te gaan of ze haar belofte nog waarmaakt. België publiceert trouwens een overzicht van zijn fiscale uitgaven, dat jaarlijks bij de begroting wordt gevoegd als een boek dat op een hoge plank belandt. Het document bestaat, maar de verplichting om het te openen laat nog op zich wachten. Volgens de OESO hebben intussen bijna alle lidstaten spending reviews gebruikt, en de meest gedisciplineerde onder hen bouwen ze in hun jaarlijkse begrotingscyclus in. België is nog maar net het stadium van de intentie voorbij, maar de aanpak blijft te beperkt, te versnipperd en te weinig verweven met de begrotingsbeslissingen. Terwijl het Federaal Planbureau een catalogus met meer dan 260 nieuwe maatregelen aanreikt om de financiën op orde te krijgen, blijven de oude maatregelen de ene regeerperiode na de andere doorlopen zonder ooit opnieuw te worden beoordeeld. Aan de ene kant stapelen de nieuwe plannen zich op, aan de andere kant blijven de verworven voordelen ongemoeid.

Dezelfde blindheid heerst aan de andere kant. Wanneer wordt aangekondigd dat een belasting zoveel zal opbrengen, gaat men ervan uit dat de belastbare grondslag stilzit en dat de belastingplichtige geduldig wacht, klaar om geplukt te worden. Maar hij staat op, hij komt in beweging, hij herschikt zich. Hoeveel zal de vermogensheffing waarover we vandaag discussiëren echt opbrengen? Het antwoord hangt minder af van het vastgestelde tarief dan van het gedrag dat het uitlokt, en dat gedrag wordt zelden becijferd voordat de opbrengst wordt aangekondigd. De recente fiscale geschiedenis ligt bezaaid met beloofde inkomsten die de realiteit heeft teruggeschroefd, omdat niemand de reactie had voorzien van wie men wilde belasten. Van een maatregel houden zou, ook hier, betekenen dat je ze becijfert voordat je ervan houdt.

Dat is precies wat onze wachter in de gaten houdt. Jaar na jaar voegt het Rekenhof aan zijn begrotingscontrole ook de toetsing van het federale overzicht van de fiscale uitgaven toe. Jaar na jaar wordt het boek geschreven, verzonden, neergelegd. En jaar na jaar wachten de regels erin tot een hand ze openslaat om er een beslissing uit te halen. De wachter kijkt, de wachter schrijft, en de toren blijft naar de horizon turen.

‘Anne, zuster Anne, zie je nog iets komen?’ Ik zie alleen de zon die stuift en het gras dat groent. De soberheid wacht op groei, het traject wacht op inkomsten, de solidariteit wacht op haar miljarden, en allen turen naar de horizon vanaf dezelfde toren. Maar in het sprookje, terwijl Anne de weg afspeurt, komt het echte gevaar de trap op. Hier klimt de rentelast op de schuld trede voor trede naar boven en drijft hij het begrotingstekort tegen 2028 op tot 5,7 % van het bruto binnenlands product.

De vernieuwing die het debat ontbeert, is een discipline. Onderwerp elke fiscale uitgave aan dezelfde periodieke evaluatie als de directe uitgaven, en doof rustig die uit waarvan het effect niet langer aantoonbaar is. Becijfer elke nieuwe inkomstenbron mét het gedrag dat ze uitlokt, niet alleen het tarief, en herzie ze drie jaar later om de belofte met de opbrengst te vergelijken. De Belgische begroting zou een lerend organisme worden in plaats van een liturgie die zichzelf herhaalt.

En u die dit leest: sla uw eigen aangifte open. De bedrijfswagen, het pensioensparen, de auteursrechten: verschillende regels uit het overzicht sluimeren erin, voordelen die deel van het landschap zijn geworden. We houden van die regels, zoals we houden van alles wat vanzelfsprekend is geworden. De vraag is niet of we eraan gehecht zijn, maar hoeveel ze ons kosten, en hoeveel datgene wat we in hun plaats dromen echt zou opbrengen. Liefhebben zou, budgettair, in de eerste plaats tellen betekenen. Anne zou van haar toren afdalen op de dag dat iedereen zou aanvaarden eerst te meten wat aan de voet van zijn eigen toren sluimert, in plaats van af te wachten wat er van de horizon komt.

Latest article