Uit ervaring kan ik zeggen dat weinig werelden het moordende tempo, de intense druk en de constante stroom aan prikkels zo sterk combineren als de Formule 1. Voeg daar de uitgesproken glamoureuze en bijna circusachtige sfeer aan toe en je krijgt een omgeving die nauwelijks met iets anders te vergelijken valt. En dan heb ik het alleen nog maar over het bijwonen van races in Monaco en andere mondaine kustbestemmingen, niet over wat de coureurs zelf achter het stuur ervaren.

Zelfs nadat ik door de jaren heen met verschillende Formule 1-coureurs sprak, blijft het moeilijk te bevatten hoe intens de sport voor hen moet zijn. Een selecte groep jaagt met technologisch geavanceerde racewagens van miljoenen euro’s over smalle, bochtige circuits en haalt op de rechte stukken snelheden van meer dan 370 kilometer per uur.
Ook het seizoen 2026 is bijzonder veeleisend. Het kampioenschap ging in maart van start in Australië en eindigt pas in december in Abu Dhabi. De maandenlange opeenvolging van races, trainingen en internationale verplaatsingen maakt de kalender bijna even meedogenloos als de strijd op het circuit.

Toch krijgen de teams tijdens de zomer even de kans om het tempo te verlagen. De door de FIA opgelegde fabriekssluiting van twee weken is inmiddels begonnen. Tijdens die periode zijn onder meer windtunneltests, de ontwikkeling van de wagen en simulatorsessies verboden. Zo krijgt iedereen in de paddock de kans om even afstand te nemen van de constante druk van de Formule 1.
Elke coureur vult die zeldzame rustperiode op zijn eigen manier in. Door de jaren heen valt echter op dat steeds meer coureurs, en ook teameigenaars, aan de stress en de schijnwerpers ontsnappen op hun jacht in de Middellandse Zee. Ver weg van het circuit vinden ze er de rust en privacy die tijdens het seizoen nauwelijks bestaan.
George Russell is een van hen. Als coureur voor het Mercedes-AMG PETRONAS Formula One Team kent hij de snelheid, risico’s en nietsontziende concurrentie van de sport als geen ander. Toen ik hem sprak nadat hij op Capri zijn Pershing 6X in ontvangst had genomen, vertelde hij dat hij buiten het circuit niet alleen graag tijd op het water doorbrengt. Ook vrijduiken is uitgegroeid tot een van zijn grote passies.

Voor wie niet vertrouwd is met de sport, vrijduiken draait om zo diep mogelijk duiken zonder externe ademhalingsapparatuur. Beginners kunnen doorgaans leren om hun adem langer dan twee minuten in te houden en dieptes van meer dan twintig meter te bereiken. Professionele vrijduikers gaan zelfs voorbij honderd meter en kunnen hun adem meer dan tien minuten inhouden. Voor mij klinkt dat alvast als een behoorlijk stressvolle manier om tot rust te komen.
“Gek genoeg ben ik opgegroeid op een boerderij op het platteland”, vertelt Russell terwijl we ontspannen in het geklimatiseerde salon van zijn nieuwe Pershing op Capri. “Toen ik jonger was, kwamen varen of naar zee gaan niet eens in ons op, áls we al het geluk hadden om op vakantie te gaan. In tien of twaalf jaar tijd zijn we wellicht maar drie keer op vakantie geweest. Nooit met een boot of naar zee. Wij waren eerder landmensen”, zegt hij glimlachend.

Pas toen hij zijn vriendin Carmen Mundt leerde kennen, raakte Russell echt vertrouwd met boten en de zee. “Carmen is opgegroeid met boten en haar familie heeft altijd een sterke band met de zee gehad. Toen ik jonger was, was ik eigenlijk behoorlijk bang voor het water.”

“Maar zodra Carmen en ik samen begonnen te varen, voelde ik me meteen op mijn gemak op het water. Ik vond het heerlijk om zo afgesloten te zijn van de buitenwereld. De racerij is altijd snel en hectisch. Ik besefte dan ook al snel dat ik alleen op een boot en aan zee echt afstand kon nemen en mijn batterijen kon opladen.”
Dat Russell varen zo ontspannend vindt, hoeft niet te verbazen. Verschillende Formule 1-coureurs, onder wie zijn Ferrari-rivaal Charles Leclerc, hebben om precies dezelfde reden een boot. Maar vrijduiken als manier om tot rust te komen, lijkt op het eerste gezicht minder vanzelfsprekend. Russell maakte in Monaco kennis met de sport dankzij Mercedes-AMG PETRONAS F1-teambaas Toto Wolff.
“Heeft Toto je met vrijduiken laten beginnen om je mentale weerbaarheid te vergroten?”, vraag ik hem. “Nee, helemaal niet”, antwoordt Russell. “Hij weet hoe belangrijk het voor mij is om afstand te nemen. Vrijduiken draait niet om stoer zijn. Het gaat volledig om ademhalen en ontspannen. We trainen om ons op onze ademhaling en ontspanning te concentreren. Om écht te ontspannen.”

“Ik vind het geweldig dat je tijdens het vrijduiken aan niets anders kunt denken dan aan je ademhaling. Je wordt gedwongen om volledig in het moment te zijn. Tijd onder water doorbrengen, zeker zonder duikflessen, is bovendien ongelooflijk rustgevend en mooi”, vertelt Russell.
“Ik duik graag naar de bodem om daar gewoon even te zitten en mijn omgeving in me op te nemen. Het bijzondere is dat ik mezelf in bijna elke sport tot het uiterste drijf, behalve bij vrijduiken. Ik doe het niet om mentaal sterker te worden, maar voor mijn mentale welzijn. Ik zou er competitief mee kunnen omgaan, maar dat wil ik bewust niet. Mijn diepste duik was 23 meter. Voor een ervaren vrijduiker stelt dat misschien niet veel voor, maar als beginner ben ik daar tevreden mee.”
Russells relatie met het water is daarmee sterk veranderd. “Toen ik opgroeide, wist ik niet eens dat varen met een jacht een mogelijkheid was. Inmiddels weet ik dat ik altijd gelukkig ben op het water.”
Zijn 19 meter lange Pershing 6X lijkt dan ook goed te passen bij de levensstijl van een Formule 1-coureur. Russell zoekt er de rust en afzondering die hij tijdens het raceseizoen nauwelijks vindt. Tegelijk biedt het jacht de prestaties en snelheid die passen bij iemand die op het circuit gewend is aan niets minder dan het uiterste.
Dit artikel is geschreven door Bill Springer en vertaald door Forbes.be.
