Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Kunst op de campus

In een nieuwe reeks onderzoekt Forbes hoe bedrijven en instellingen hun kunstcollecties inzetten. De Universiteit Antwerpen beheert zo’n 1.100 kunstwerken, verspreid over drie campussen. Ze hangen of staan niet opgeborgen in een museum of depot, maar maken deel uit van het dagelijkse leven van studenten en medewerkers. 

Studenten en medewerkers van de Universiteit Antwerpen lopen dagelijks voorbij kunst van Fred Bervoets, Sam Dillemans, Jan Fabre, Pierre Alechinsky, Vic Gentils, Yvan Theys, Sofie Muller, Aglaia Konrad of Liliane V. Niet in een aparte tentoonstellingsruimte, maar in gangen, aan plafonds of verscholen in het groen van de Stadscampus en de buitencampussen Middelheim, Groenenborger en Drie Eiken. Meer dan duizend schilderijen, sculpturen en andere kunstuitingen maken van de universiteit een plek waar kunst vanzelfsprekend aanwezig is.   

Annick Schramme. © Universiteit Antwerpen

Van engagement naar beleid

De kiem van de collectie werd gegelegd in de jaren zeventig, bij de voorlopers UIA, RUCA en UFSIA. “Initiatieven ontstonden telkens vanuit het persoonlijke engagement van rectoren en professoren met een hart voor cultuur en hedendaagse kunst”, zegt hoogleraar Annick Schramme, die verantwoordelijk is voor de master Cultuurmanagement. “Kunst was er niet alleen om gebouwen te verfraaien, maar vooral om hedendaagse kunst toegankelijk te maken voor een breed publiek.

De verzameling groeide aanvankelijk ad hoc, vaak via schenkingen en zonder strak omlijnd verzamelbeleid. Na de fusie van de drie instellingen in 2003 kwam er een meer gestructureerde aanpak, al bleef er ruimte voor toevallige ontmoetingen en persoonlijke netwerken. De verschillende commissies werden samengebracht onder de noemer Kunst op de Campus, met samengevoegde budgetten en een gedeelde visie. 

Opvallend is dat alle instellingen van bij het begin focusten op naoorloogse en hedendaagse kunst, wat leidde tot inhoudelijke samenhang”, zegt Sander Bortier, secretaris Kunsten bij het Departement Cultuur. Zeven jaar geleden vergeleek hij in zijn masterscriptie Cultuurmanagement de kunstcollecties van de Universiteit Antwerpen, VUB, UGent en KU Leuven.

Hugo Claus en Pierre Alechinsky “Zoek de Zeven” – Campus Middelheim© Universiteit Antwerpen

Belgische kunstenaars centraal

Hoewel een formeel collectieplan lange tijd ontbrak, vertoont de verzameling duidelijk rode draden. Tachtig tot negentig procent van de werken is van Belgische kunstenaars, vooral uit Antwerpen en Vlaanderen, met af en toe een uitstap naar Wallonië, onder meer met Leopold Plompteux en Pierre Alechinsky. “Zoals voormalig rector Alain Verschoren het formuleerde: waarom verder zoeken als het talent zich aandient aan de eigen voordeur?”, zegt Bortier. 

Waarom verder zoeken als het talent zich aandient aan de eigen voordeur?

De collectie omvat een breed spectrum aan stromingen: van Cobra en G58 Hessenhuis tot de Nieuwe Vlaamse School, constructivisme, lyrisch abstract expressionisme, existentieel expressionisme en de schilderskring rond De Zwarte Panter. “Door internationale stromingen te verbinden met kunstenaars die een band met België hebben, krijgt de collectie ook een globale dimensie”, legt hij uit.  

Wat de collectie onderscheidt, is dat de kunst niet verdwijnt in een depot, maar volledig geïntegreerd is in het campusleven. “We volgen niet de Angelsaksische traditie waarbij een universitair museum de eerste reflex is. Onze kunst leeft in gangen, op pleinen en in tuinen”, zegt Schramme.

De collectie functioneert deels ook als branding en als verlengstuk van wat de universiteit wil zijn: een plek voor kritisch denken, debat en reflectie. Tegelijk is de kunst verweven met het Antwerpse culturele ecosysteem, via samenwerkingen met galeries, het Middelheimmuseum en lokale kunstenaars. “Zo ontstaat een ecosysteem waarin universiteit, musea en het bredere kunstveld elkaar ontmoeten”, zegt Bortier. 

Campus Middelheim- plafondtekening van Christine Deboosere en Martin Baeyens. © Universiteit Antwerpen

Collectief beheer

Het beheer van de collectie is een collectieve inspanning. De commissie van emeriti, professoren, administratieve en technische medewerkers, aangevuld met externe experts, valt onder het bestuurscollege. Ze adviseert over aankopen en beheert een jaarlijks budget van 52.000 euro. Dat wordt niet alleen besteed aan nieuwe werken, maar ook aan reguliere werking zoals inlijstingen, restauraties, verzekeringen en praktische zaken zoals naambordjes. 

Alle betrokkenen doen dat onbezoldigd, bovenop hun academische taken. “Het gebeurt uit overtuiging en uit liefde voor de collectie”, zegt Bortier. “Tegelijk is er professionele ondersteuning van communicatiemedewerkers, onderhoudspersoneel en andere diensten die instaan voor de praktische omkadering.” De dienst Bijzondere Collecties van de Universiteit Antwerpen, onder leiding van conservator dr. Maartje De Wilde, beheert het kunstdepot en het kunstpatrimonium (Kunst op de Campus). Die dienst staat in voor de registratie, conservering en ontsluiting van de verspreide collectie, in samenwerking met de Universiteitsbibliotheek, cultuurdienst Rubi en de expertencommissie.

Ook vandaag koopt de Universiteit Antwerpen actief kunst aan. Ernest Van Buynder, erevoorzitter van Kunst op de Campus, voormalige secretaris van de Universiteit Antwerpen en voormalig voorzitter van het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen
(M HKA), speelt daarin een sleutelrol. “Hij bezoekt kunstenaars in hun atelier en legt voorstellen voor aan de commissie”, legt Schramme uit. “Hij beslist niet zelf, maar fungeert als een cruciale spil.”

Nieuwe werken worden geselecteerd op basis van hun dialoog met wetenschap en samenleving, hun verbinding met Antwerpen en hun rol binnen architecturale en academische ruimtes. Ze moeten binnen het budget passen, een duidelijke bestemming hebben en weinig onderhoud vergen. Videokunst wordt beperkt aangekocht, omdat er geen personeel is om dit dagelijks te beheren. De universiteit wil achterstanden wegwerken in fotografie en nieuwe media, inzetten op meer diversiteit in kunstenaars en werkvormen en kunstenaars ondersteunen die verbonden zijn aan de universiteit. De voorbije jaren werden ook stappen gezet richting meer inclusie, zodat studenten zich herkennen in de kunstenaars die actief zijn in Antwerpen en roots hebben buiten Europa. 

Schenkingen en tijdelijke projecten vullen het beleid aan. Een opvallend voorbeeld is Museum to Scale van Ronny Van de Velde, waarbij honderd kunstenaars, onder wie Panamarenko, Alechinsky en Anne-Mie Van Kerckhoven, een miniatuurmuseum op schaal
1:7 realiseerden. “Dat project is verspreid over twee campusgebouwen”, vertelt Schramme. 

De Waterdrager van Philip Aguirre y Otegui, het lievelingswerk van Annick Schramme. © Universiteit Antwerpen

Toegankelijkheid

De kunstwerken zijn toegankelijk voor personeelsleden, studenten en bezoekers. Rondleidingen zijn mogelijk op afspraak. “Het gaat om een semi-publieke ruimte, vergelijkbaar met een gemeentehuis of luchthaven, zegt Bortier. 

Onderzoek van onder meer Bourdieu toont aan dat deelname aan kunst helpt om culturele bagage op te bouwen

De impact van kunst op studenten werd nog niet empirisch onderzocht. “Onderzoek van onder meer Bourdieu toont aan dat deelname aan kunst helpt om culturele bagage op te bouwen”, legt Bortier uit. “Tijdens mijn stage bij ING Art Management in Amsterdam zag ik hoe bedrijfscollecties een rol spelen in de culturele positionering van organisaties. Een doordachte kunstomgeving beïnvloedt hoe een werkruimte wordt beleefd. 

Voor veel studenten is de campus bovendien een eerste kennismaking met hedendaagse kunst. “Kunstwerken worden ankerpunten die blijven nazinderen bij studenten en alumni. Ze stimuleren welzijn, creativiteit en reflectie”, zegt Schramme.

Ondanks de waarde van de collectie gaan studenten er opvallend respectvol mee om. Vandalisme of diefstal komt nauwelijks voor. Dat neemt niet weg dat beveiliging noodzakelijk is. “Er is een algemene inventarisatie, zoals voor andere waardevolle universitaire objecten”, zegt Bortier. “De universiteit bepaalt geen marktwaarde, behalve voor verzekeringsdoeleinden. Het zijn geen investeringsobjecten. Universiteit Antwerpen koopt werk aan van levende kunstenaars, vaak aan het begin van hun carrière. Wanneer zo’n werk later wordt uitgeleend voor een tentoonstelling, is de waarde vaak gestegen en dat weerspiegelt zich in de verzekeringsdocumenten. Daar spelen waardebepalingen wel een rol.

Over haar lievelingswerk hoeft Annick Schramme niet lang na te denken. Ze kiest De Waterdrager van de Antwerpse kunstenaar Philip Aguirre y Otegui uit, opgesteld op de eerste verdieping van de Stadscampus. “Het werk intrigeert en roept vragen op.” Sander Bortier sluit zich daarbij aan. “Het is ook een van mijn favoriete werken. De Waterdrager oogt licht, maar is gemaakt van brons. Aguirre y Otegui snijdt maatschappijkritische thema’s aan, zoals migratie of watersnood, en doet dat tegelijk esthetisch en inhoudelijk sterk.

Bedrijven bouwen al eeuwenlang kunstcollecties uit, als statussymbool, strategische investering of om de werkomgeving te verrijken. Een van de vroegste voorbeelden dateert uit 1472, toen de Monte dei Paschi-bank in Siena een kunstcollectie aanlegde. Wat begon als decoratie groeide uit tot een teken van macht en prestige. Vandaag verschuift de rol van kunst in organisaties steeds meer naar inspiratie, welzijn en het versterken van de band met de gemeenschap. 

Latest article