In een open brief aan de Brusselse minister-president Boris Dilliès pleit journalist en erfgoedchroniqueur Paul Grosjean ervoor dat het Stocletpaleis, meesterwerk dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat, opnieuw zijn rol van uithangbord van de hoofdstad opneemt. Zijn idee: van dit herenhuis aan de Tervurenlaan een instrument van uitstraling maken voor het Gewest, in de aanloop naar de tweehonderdste verjaardag van België.
Open brief
Beste Boris,
Om zich daarvan te overtuigen, volstaat het het beroemde gulden boek, ontworpen door Hoffmann, door te bladeren. Daarin prijken de handtekeningen van Jean Cocteau, Paul Claudel, Sacha Guitry, Anatole France, Igor Stravinsky, Robert Mallet-Stevens, Gustave van de Woestyne, Émile Verhaeren… Uiteindelijk overleed Adolphe Stoclet op 3 november 1949 in zijn woning, en Suzanne volgde hem op 16 november 1949, enkele dagen later…
De barones zet het werk van de echtgenoten Stoclet voort
Het was in 1952, na deze twee overlijdens, dat de jongste zoon, Jacques Stoclet, samen met zijn echtgenote Anna Geerts en hun vier dochters zijn intrek nam in het paleis. Jacques overleed negen jaar later, in 1961. Anny op haar beurt overleed in 2002. Alles samen woonde ze 50 jaar, tussen 1952 en 2002, in het Stocletpaleis. Men mag dan ook stellen dat zij de geschiedenis van dit UNESCO-meesterwerk evenzeer heeft getekend als Adolphe en Suzanne.
Net als haar schoonouders ontving ze in haar huis geregeld kunstenaars, vaak van Vlaamse origine: Jef van Tuerenhout, Octave Landuyt, Roger Wittevrongel… Net als haar schoonouders organiseerde ze talrijke concerten in het familiepaleis, met name met de laureaten van de Koningin Elisabethwedstrijd of in het kader van het Festival Ars Musica, dat in 1989 werd opgericht door Paul Dujardin en Bernard Foccroulle. Sinds het overlijden van barones Stoclet in 2002 wordt het paleis niet meer bewoond, behalve dan door de conciërges…
Met het oog op het tweehonderdjarig bestaan
Vandaag is het Stocletpaleis zijn prestigieuze verleden niet meer waardig. In feite ontbeert het een echt project, bij gebrek aan consensus onder de nakomelingen van Adolphe en Suzanne Stoclet. Daarom, Mijnheer de Minister-President, moedig ik u aan te proberen de rechthebbenden te overtuigen. Het idee zou zijn dat zij hun schat ter beschikking stellen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met als verplichting voor het Gewest er een schitterend instrument van public relations van te maken ten dienste van het Gewest.
Het zou erom gaan de « topontmoetingen » in het Stocletpaleis nieuw leven in te blazen, zoals in de « goede oude tijd » van Adolphe en Suzanne of van barones Stoclet. Laten we opmerken dat de contacten op het hoogste niveau in dit UNESCO-herenhuis nog steeds bestaan, zij het informeel. Zo verneem ik dat, telkens wanneer een laureaat van de Pritzkerprijs, beschouwd als de Nobelprijs voor architectuur, in Brussel is, hem systematisch wordt voorgesteld het meesterwerk van Josef Hoffmann te ontdekken. Zo hebben Christian de Portzamparc en Jean Nouvel de residentie van Adolphe en Suzanne Stoclet kunnen bezoeken. Naar verluidt organiseert ook de Oostenrijkse ambassade soms ontmoetingen in het pareltje van Sint-Pieters-Woluwe.
Kortom, het project zou naadloos aansluiten bij de geest van de plek. En laten we een beetje gek zijn: waarom deze communicatieoperatie niet inbedden in het perspectief van het tweehonderdjarig bestaan van België? De lancering van de campagne zou dan kunnen plaatsvinden in de tempel van de Tervurenlaan, in aanwezigheid van de Koning en de Koningin, die, voor zover ik weet, dit paleis nog nooit hebben betreden. Wat vindt u ervan, Mijnheer de Minister-President? Zou de vraag niet moeten worden overwogen?
Met oprechte en respectvolle groeten.
Paul Grosjean
Historisch chroniqueur
