Textielontwerpster Marylène Madou startte op haar 23e met het geld van een Engelsman, werkt vandaag samen met tophotels en musea, en bouwt aan een archief van meer dan 4.000 handgetekende prints. Dat archief vormt niet alleen de basis voor collecties en samenwerkingen maar ook zelf het product: overdraagbaar kapitaal, ontworpen om te groeien en te licentiëren. Madou denkt in decennia, niet in seizoenen.
Bij het binnenstappen van Huys Marylène Madou merk je meteen dat dit geen gewone showroom is. In het historische Poorthuys aan de ingang van het Openluchtmuseum Bokrijk hangen muurschilderingen met bloemen en dieren, staan antieke meubels bekleed met levendige prints, en liggen dozen en mappen vol tekeningen. Tegen de muur leunt een onafgewerkt kunstwerk waarop een flamingo staat afgebeeld. “Soms komen klanten binnen en vragen ze om een zijden sjaal met die tekening”, zegt Marylène Madou. “Ik vind het belangrijk om die connectie te hebben. Ze zien dat iets wordt gemaakt. Dat heb je niet bij veel merken.”

Madou studeerde textielontwerp aan de LUCA School of Arts in Gent, volgde een uitwisselingsprogramma aan de University for the Creative Arts (afstudeerrichting Fashion Prints) en liep stage bij Engelse modehuizen. Ongeveer een jaar na haar afstuderen startte ze haar eigen label, gefinancierd door de verkoop van tekeningen aan een Engelsman. Negen jaar later groeide dit uit tot iets wat moeilijk in één categorie te vatten valt: modelabel, interieurbedrijf, archief en licentiegever.
De artistieke wortels beginnen bij haar grootmoeder. “Ze ging als tiener naar de naaischool en ik kreeg de eerste technieken van haar mee.” Eens per maand haalt Madou de modeboeken uit de jaren zeventig boven die haar grootmoeder bewaarde. “Die kleuren en stijl maken me zo blij.” Haar werk weerspiegelt die nostalgie in warme paletten, organische vormen en een handgemaakte toets die haar prints onmiskenbaar maken.
In de beginjaren tekende Madou op stof en maakte daar modeaccessoires van. De eerste jaren richtte ze zich op particulieren op zoek naar een zijden sjaal, kussen of kledingstuk. Haar winkel in Genk bleek al snel te klein en grotere projecten dienden zich aan. Een samenwerking met Café Costume, waarbij ze de zijde voor kostuumvoeringen ontwierp, vormde het kantelpunt.
Opdrachten van musea, hotels en interieurarchitecten deden haar label verder groeien. Vandaag is ze bestseller in het Corinthia Hotel in Brussel, waar gasten ter plekke maatwerk kunnen bestellen. Ze ontwierp ook achttien meter behang op maat voor het kasteel van Alden Biesen, werkt samen met een vijftigtal retailpartners in België en Nederland, en een antiquair bekleedt antieke meubels met haar stoffen.
Toen ze een open brief schreef over haar zoektocht naar een plek in de natuur, dicht bij haar inspiratiebron, reageerde Bokrijk. Het Poorthuys fungeert tegelijk als atelier, showroom, archief en winkel, met een concessie van tien jaar.
Een collectie van meer dan 4.000 prints, gemaakt met Chinese inkt, kleurpotlood, gouache, aquarel en stift, vormt het hart van Huys Marylène Madou. Slechts tien procent van haar werk is digitaal. “Elk ontwerp begint met de hand. Na het schilderen of tekenen scan ik het werk in en bewerk ik het digitaal om een print samen te stellen.”
Ze tekent gemiddeld twee dagen per week. De overige tijd gaat naar productieopvolging met een vijfentwintigtal fabrikanten en contact met winkels en distributeurs. “Ik kijk er altijd naar uit om die computer uit te zetten en te tekenen.” Ze ziet een duidelijke evolutie in haar werk: haar geduld voor detailwerk is gegroeid. Waar ze vroeger snel vooruit wilde, kan ze nu urenlang aan één vogel werken. Tegelijk tekent ze graag snel en vrij op grote panelen. “Die twee registers bestaan naast elkaar. Het ene geeft precisie, het andere geeft vrijheid.”
“Ik heb ideeën over twintig, dertig, misschien zelfs veertig jaar.”
Het textielarchief is niet alleen bijzonder vanwege de omvang, maar door de manier waarop het functioneert. Veeleer dan een opslagplaats, gaat het om een actief systeem. Zo duiken tekeningen van jaren geleden weer op wanneer klanten door de mappen bladeren. “Voor hen hoeft het niet per se iets nieuws te zijn.” Het idee om het archief als het eigenlijke product te beschouwen, groeide geleidelijk. “In het begin lagen die tekeningen overal en nergens. Tekenen was voor mij meer een middel om een product te maken. Pas via samenwerkingen met mensen met kennis van kunst begon ik in te zien wat ik in handen had.”
Madou denkt in erfgoed. Ze haalt William Morris aan, de negentiende-eeuwse Britse kunstenaar van wie het archief twee eeuwen later nog altijd actief gelicentieerd wordt. Ze werkt met een advocaat en een specialist in licentiebeheer. De criteria voor samenwerking zijn duidelijk: ze vraagt waar partners hun producten maken, of het massaproductie betreft, en of ze begrijpen welke energie er in het handwerk is gegaan.
Stoffen voor de luxelijn komen uit Engeland of Oost-Europa. Voor toegankelijkere accessoires werkt ze met een Aziatische fabriek, maar ook daar laat ze niets aan het toeval over: ze kent de eigenaars persoonlijk en krijgt regelmatig video’s. “Ik wil niet meemaken dat het gemaakt wordt in een fabriek die niet oké is. Dat zou een ramp zijn.”
“Mijn bedrijf is van mij.”
Internationale groei staat op haar planning, zij het op haar eigen tempo. “Ik heb ideeën over twintig, dertig, misschien zelfs veertig jaar.” Die langetermijnvisie kleurt ook hoe ze nadenkt over de toekomst van haar archief. Ze onderzoekt of het in een aparte vennootschap moet worden ondergebracht. “We moeten er gewoon voor zorgen dat het archief veiliggesteld is. Dat het niet verdwijnt.”
Madou bouwde haar label op zonder externe investeerders. “Cashflow is iets waar ik elke dag op moet zitten.” Zo’n vijf jaar geleden ging ze toch op zoek naar kapitaal. Ze sprak met investeerders, maar die focusten alleen op haar zijden sjaals en wilden het aanbod vereenvoudigen. “Ze begrepen niet dat alles, van behangpapier tot muurschildering tot vintage servieskast, terugvoert naar het archief.” Ze zei uiteindelijk, met pijn in het hart, nee, maar kijkt daar vandaag anders op terug. “Nu is het een bewuste keuze. Mijn bedrijf is van mij. De samenwerkingen met topnamen zijn er ook gekomen, gewoon wat trager.”
De grootste ondernemerslessen die ze de voorbije jaren



