Een overstroomde stad levert contracten op, terwijl een gezond stroomgebied dat overstromingen helpt voorkomen nauwelijks inkomsten oplevert voor wie het onderhoudt. Ziekte rendeert, gezondheid niet. Herstel levert zichtbare economische activiteit op, maar preventie vindt moeilijk een koper. Die tegenstelling legt een fundamenteel probleem van ons huidige economische systeem bloot.
Door Michel A. de Kemmeter en het collectief RegenEra – Club of Brussels: Luc Paré, prof. Christian Ghymers, prof. Philippe Dambly, Bernard Snoy, Olivier Lefebvre, Henrike Gootjes en Louis De Jaeger.
Die tegenstelling vormt het uitgangspunt van Wise Paper 12, een publicatie van het collectief Club of Brussels / RegenEra. De auteurs onderzoeken hoe we activiteiten kunnen vergoeden die mensen, bedrijven en ecosystemen gezond en veerkrachtig houden, nog voordat problemen aanzienlijke economische schade veroorzaken. Hoewel preventie op lange termijn vaak minder kost dan herstel, vinden dergelijke initiatieven moeilijk investeerders.
Om dat probleem te verduidelijken, vergelijken de auteurs de economie met een boom. Producten, verkoop en winst vormen de vruchten, terwijl gezondheid, onderwijs, vruchtbare bodems, water en maatschappelijk vertrouwen de wortels zijn. De oogst levert inkomsten op, maar het onderhoud van de wortels geldt doorgaans als een kostenpost waarop organisaties proberen te besparen. Op lange termijn dreigt die onevenwichtigheid echter de volledige oogst aan te tasten. Zonder gezonde wortels kan een boom immers niet blijven groeien.
Wanneer risico’s elkaar versterken
Voor bedrijfsleiders vormt dit geen abstract economisch vraagstuk, maar een concrete operationele uitdaging. Een watertekort kan de productie stilleggen, terwijl een stroompanne betalingen en koelsystemen kan lamleggen. Overstromingen beïnvloeden verzekeringen, kredietverlening en vastgoedwaarden. Ook menselijke factoren spelen een belangrijke rol. Werknemers die langdurig onder druk staan, verliezen aan productiviteit en kunnen minder goed op onverwachte verstoringen reageren. Wat aanvankelijk een afzonderlijk probleem lijkt, kan daardoor verschillende onderdelen van de economie treffen.
Wise Paper 12 omschrijft dit verschijnsel als ‘systemische convergentie’. Daarmee verwijzen de auteurs naar situaties waarin problemen binnen één systeem zich verspreiden naar andere systemen, soms sneller dan instellingen kunnen reageren. Wie risico’s uitsluitend afzonderlijk beoordeelt, onderschat hoe verschillende verstoringen elkaar versterken en uiteindelijk een kettingreactie veroorzaken. Volgens de auteurs vraagt die toenemende verwevenheid om een andere manier van denken over economische waarde en investeringen.
Ook de vragen die investeerders zich stellen, zouden daarom moeten veranderen. Naast het traditionele financiële rendement moeten ze rekening houden met de capaciteiten die een investering herstelt en de verliezen die ze tijdens een crisis kan voorkomen. Een waterrijk gebied, een lokaal energiesysteem of een programma voor werkhervatting kan bijvoorbeeld verschillende partijen voordelen opleveren. Toch ontvangt de organisatie die het project financiert vaak slechts een fractie van die totale waarde. Daardoor vinden maatschappelijk nuttige initiatieven moeilijk financiering, zelfs wanneer hun gezamenlijke voordelen ruimschoots opwegen tegen de kosten.
Hoe nuttig werk economische waarde krijgt
Om dat probleem aan te pakken, stelt Wise Paper 12 een nieuwe economische ruimte voor die nuttig werk, meetbare resultaten, waardebepaling en vergoedingen met elkaar verbindt. Centraal staat het principe van Proof of Useful Work(PoUW), ofwel het bewijs van nuttig werk. Het uitgangspunt is dat economische waarde niet uitsluitend voortkomt uit de activiteiten die organisaties uitvoeren, maar vooral uit de resultaten die ze daarmee bereiken. Op die manier kunnen ook preventieve en regeneratieve initiatieven een duidelijkere plaats binnen het economische systeem krijgen.
Het voorgestelde model begint met een nulmeting en een duidelijke omschrijving van de gewenste resultaten. Vervolgens voeren de betrokken partijen het project uit en vergelijken ze de effecten met wat waarschijnlijk zonder de interventie zou zijn gebeurd. Onafhankelijke controleurs beoordelen samen met de belanghebbenden welke resultaten voldoende bewijs hebben. Zo willen de auteurs vermijden dat organisaties projecten uitsluitend beoordelen op hun inspanningen, zonder rekening te houden met hun daadwerkelijke impact.
Het onderscheid tussen activiteiten en resultaten speelt daarbij een essentiële rol. Bomen planten is bijvoorbeeld een activiteit, maar een bos dat blijft groeien, water beter vasthoudt, de biodiversiteit bevordert en erosie vermindert, levert concrete resultaten op. Hetzelfde geldt voor onderwijs en opleiding. Een opleiding aanbieden vormt een activiteit, terwijl nieuwe vaardigheden verwerven en duurzaam aan het werk blijven resultaten zijn. Volgens de auteurs moeten vooral die aantoonbare verbeteringen de basis vormen voor economische waardering en eventuele vergoedingen.
Hoe meet je de werkelijke impact?
De voorgestelde berekening brengt verschillende vormen van waarde samen, waaronder vermeden verliezen, bijkomende inkomsten, herstelde activa, lagere maatschappelijke kosten, fiscale effecten en ecosysteemdiensten. Daarvan trekken de betrokken partijen de uitvoerings- en onderhoudskosten over de volledige looptijd van het project af. Ze rekenen toekomstige voordelen bovendien om naar hun huidige waarde. Wanneer de baten groter zijn dan de kosten, kan dat een argument vormen om het project uit te voeren. Valt de balans negatief uit, dan moeten de initiatiefnemers hun plannen herbekijken.
Toch volstaat een positieve berekening niet om de werkelijke impact van een project te bepalen. De betrokken partijen moeten ook rekening houden met onzekerheden, zoals de vraag of hetzelfde resultaat zonder de interventie zou zijn bereikt. Daarnaast moeten ze nagaan welk deel van de verbetering daadwerkelijk voortkomt uit het project, hoe betrouwbaar de beschikbare gegevens zijn en hoelang de voordelen behouden blijven.
Ook dubbele tellingen moeten ze vermijden. Wanneer belastinginkomsten bijvoorbeeld al deel uitmaken van een bredere inkomensmaatstaf, mogen de onderzoekers ze niet zomaar opnieuw meetellen. Als nieuwe resultaten de oorspronkelijke aannames tegenspreken, moeten de betrokken partijen bovendien hun berekeningen en uitgangspunten aanpassen. Op die manier willen de auteurs een systeem ontwikkelen dat niet alleen maatschappelijke waarde zichtbaar maakt, maar die waarde ook zo betrouwbaar mogelijk meet.
Van begunstigde naar financier
Het herstel van een waterrijk gebied illustreert hoe het voorgestelde systeem in de praktijk zou kunnen functioneren. Landbouwers profiteren van een betrouwbaardere watervoorziening, terwijl omwonenden minder risico lopen op overstromingen. Gemeenten kunnen besparen op toekomstige herstelkosten en verzekeraars krijgen mogelijk minder schadeclaims. Hoewel al deze partijen voordeel halen uit dezelfde investering, wil geen van hen noodzakelijk de volledige kostprijs alleen dragen. Door de financiering over verschillende begunstigden te verdelen, kunnen projecten toch van de grond komen.
Volgens de auteurs ligt daar een belangrijke economische kans. Door alle begunstigden in kaart te brengen, meetbare resultaten vast te leggen en afspraken te maken over financiële bijdragen, kan een nieuwe markt voor preventieve en regeneratieve activiteiten ontstaan. Het gaat daarbij niet alleen om het uitvoeren van nuttige werkzaamheden, maar ook om het organiseren van de samenwerking tussen partijen die er voordeel uit halen. Ondernemers kunnen bijvoorbeeld diensten ontwikkelen rond het meten van resultaten, het controleren van effecten en het beheren van financiële afspraken.
Zogenaamde ‘regeneratiecredits’ kunnen een belangrijke rol spelen binnen dat systeem. Ze registreren aantoonbare resultaten, waarna een marktplaats dienstverleners in contact brengt met gemeenten, ondernemingen, verzekeraars en andere potentiële kopers. Contracten bepalen vervolgens welke resultaten de kopers aankopen, welke rechten ze daarmee verwerven en welke vergoeding ze betalen. Op die manier willen de auteurs maatschappelijke voordelen vertalen naar concrete economische transacties.
Maatschappelijke waarde is niet hetzelfde als geld
De auteurs benadrukken dat drie begrippen niet met elkaar mogen worden verward. Maatschappelijke waarde is niet hetzelfde als een marktprijs, een credit vormt niet automatisch een betaalmiddel en het berekenen van vermeden kosten betekent niet dat er meteen financiële middelen beschikbaar zijn. Precies daar bevindt zich volgens hen een van de grootste uitdagingen. Het volstaat niet om aan te tonen dat preventie waardevol is. Er moet ook een systeem bestaan waarin organisaties die waarde daadwerkelijk kunnen omzetten in financiering.
Wise Paper 12 pleit daarom niet voor één vast financieringssysteem, maar voor een flexibel model dat op bestaande instrumenten voortbouwt. De mogelijkheden variëren van rechtstreekse, gerichte subsidies tot specifieke betaalmiddelen en credits naar het voorbeeld van koolstof- en biodiversiteitscredits. Volgens de auteurs hoeft niemand daarvoor een volledig nieuw economisch systeem uit te vinden. Het gaat er vooral om bestaande mechanismen zo te combineren dat activiteiten die bijdragen aan herstel en regeneratie ook financieel aantrekkelijk worden.
Achter dat voorstel schuilt een bredere ambitie. De auteurs willen een economische ruimte creëren waarin niet alleen productie en consumptie inkomsten opleveren, maar ook het behoud en herstel van de fundamenten waarop onze welvaart steunt. Door bijkomende instrumenten te ontwikkelen om waarde uit te wisselen, ontstaan nieuwe mogelijkheden voor activiteiten die vandaag moeilijk financiering vinden. Op maatschappelijk vlak kan die aanpak volgens hen bijdragen aan meer welvaart, gezondheid en welzijn.
Van theorie naar praktijk
De auteurs hopen daarnaast een positief toekomstperspectief te bieden aan jongeren en aan de vele mensen die zich inzetten voor ecologisch en maatschappelijk herstel, maar daarvoor onvoldoende middelen of erkenning krijgen. Volgens hen kan een economie die regeneratie beloont, nieuwe mogelijkheden creëren voor mensen die vandaag moeilijk hun plaats vinden binnen de bestaande economische structuren.
De volgende stap is om het model in de praktijk te testen. Dat kan op het niveau van een stad, gemeente, regio of zelfs een volledig land, waarbij de initiatiefnemers telkens specifieke maatschappelijke uitdagingen kiezen. Door projecten op te starten, hun resultaten te meten en succesvolle initiatieven verder uit te bouwen, kunnen ze onderzoeken welke financieringsvormen daadwerkelijk werken.
Wise Paper 12 verwijst daarvoor naar verschillende bestaande praktijkvoorbeelden die volgens de auteurs nu al aantonen hoe regeneratieve activiteiten kunnen bijdragen aan economische en maatschappelijke veerkracht. Die initiatieven kunnen inspiratie bieden voor toekomstige proefprojecten. Tegelijk moeten concrete toepassingen duidelijk maken welke resultaten organisaties betrouwbaar kunnen meten en welke partijen bereid zijn daarvoor te betalen. Alleen zo kan het voorgestelde model uitgroeien tot een economisch systeem dat ook buiten de theorie standhoudt.
Nieuwe economische kansen voor ondernemers
Het document identificeert 120 potentiële activiteiten binnen uiteenlopende sectoren, waaronder zorg, waterbeheer, voeding, huisvesting, energie, circulaire economie en maatschappelijke veerkracht. Voor ondernemers ontstaan daardoor mogelijkheden om nieuwe diensten en bedrijfsmodellen te ontwikkelen rond behoeften die vandaag al zichtbaar zijn. Het gaat niet uitsluitend om technologische innovaties, maar ook om activiteiten die bestaande systemen versterken, kwetsbaarheden verminderen en toekomstige schade helpen voorkomen.
Voor investeerders en overheden ligt de uitdaging vooral in het tijdig financieren van essentiële voorzieningen. Wanneer die ontbreken of onvoldoende functioneren, kunnen de economische en maatschappelijke gevolgen immers aanzienlijk duurder uitvallen dan de oorspronkelijke investering. Een onderneming die preventief oplossingen ontwikkelt, kan daardoor niet alleen toekomstige schade beperken, maar ook nieuwe inkomstenbronnen creëren. Volgens de auteurs kan het voorkomen van ontwrichting op termijn zelfs een belangrijk onderdeel worden van nieuwe economische activiteiten.
Een succesvol model zou bovendien meer mensen de mogelijkheid bieden om hun inkomen te verdienen met werkzaamheden die de fundamenten van onze welvaart versterken. Activiteiten die vandaag vaak onvoldoende economische erkenning krijgen, zouden daardoor een volwaardige plaats op de markt kunnen verwerven. Ook minder tastbare waarden, zoals waardigheid, vertrouwen en het gevoel ergens bij te horen, krijgen volgens de auteurs opnieuw meer aandacht binnen het economische denken.
Kan preventie even rendabel worden als herstel?
Uiteindelijk raakt Wise Paper 12 aan een vraagstuk waarmee economen al tientallen jaren worstelen: de zogenaamde negatieve externaliteiten. Dat zijn kosten die economische activiteiten veroorzaken, maar die niet rechtstreeks terechtkomen bij de partijen die ervoor verantwoordelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan milieuschade, gezondheidsproblemen of de maatschappelijke gevolgen van vervuiling. Die kosten komen vaak terecht bij de samenleving, terwijl de economische voordelen naar andere partijen vloeien.
Door preventie en herstel een duidelijkere economische waarde te geven, willen de auteurs een antwoord formuleren op een deel van dat probleem. Hun voorstel vertrekt vanuit de overtuiging dat een economie niet alleen moet belonen wat vandaag inkomsten oplevert, maar ook wat toekomstige verliezen voorkomt. De uitdaging bestaat erin om die maatschappelijke waarde betrouwbaar te meten en vervolgens om te zetten in een financieel model dat ondernemers, investeerders en overheden kunnen toepassen.
