Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Waarom werken in België niet meer volstaat om vooruit te komen

Studeren, werken, klimmen, opbouwen. Je kinderen verder zien geraken dan jezelf, omdat zij vanuit een betere positie kunnen vertrekken. Dat kompas heeft generaties richting gegeven. Het rechtvaardigde moeilijke keuzes en vormde het stilzwijgende pact waarop een groot deel van onze samenleving rust.

“De rivier maakt omwegen omdat niemand haar de weg wijst”, luidt een Gabonees gezegde. Werken zonder duidelijke richting zorgt voor beweging, maar niet noodzakelijk voor vooruitgang. Precies daar voltrekt zich een stille verschuiving die onze economie nog nauwelijks heeft benoemd.

Kapitaal groeit, arbeid houdt stand

Het nettovermogen van Belgische gezinnen is sinds 2018 met negentien procent gestegen, blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. Tegelijk wordt de ruimte om via lonen vooruitgang te boeken steeds kleiner. Zo ontstaan binnen hetzelfde land twee economische werkelijkheden die elkaar nauwelijks raken. Aan de ene kant staat kapitaal, dat achter de schermen verder in waarde groeit. Aan de andere kant staat arbeid, waarmee miljoenen mensen iedere ochtend proberen hun positie te behouden.

Want de spelregels zijn veranderd, zonder dat iemand dat officieel heeft aangekondigd. Werken blijft onmisbaar, maar de economische functie ervan is verschoven. Waar arbeid vroeger uitzicht bood op vooruitgang, zorgt ze vandaag steeds vaker vooral voor stabiliteit. Werk houdt je in de wedstrijd, maar garandeert niet langer dat je ook plaatsen opschuift. Ondertussen kent het Belgische vastgoed sinds de jaren 1970 een vrijwel onafgebroken waardestijging, aldus de Nationale Bank. Zonder uurrooster, zonder overuren en zonder arbeidsovereenkomst.

Toch levert werk oneindig veel meer op dan onze economische indicatoren kunnen meten. Het structureert onze tijd, vormt onze identiteit en geeft toegang tot professionele en sociale netwerken. Het leert ons bovendien codes die binnen organisaties circuleren en moeilijk elders kunnen worden verworven. De waarde van werk gaat daarom veel verder dan het loon op onze rekening. Ze zit ook in erkenning, betekenis, verbondenheid en het gevoel dat we ergens nodig zijn. Wanneer werk geen vooruitgang meer biedt, verliezen we daarom meer dan alleen financiële perspectieven. We verliezen een verhaal waarin inspanning vanzelf naar een betere toekomst leidt.

Bezit is de nieuwe breuklijn

Vrouwen voelen die verschuiving bijzonder scherp. Hun economische emancipatie werd grotendeels gebouwd op werk en de overtuiging dat economische zelfstandigheid vooruitgang zou brengen. Toch bouwen Belgische vrouwen volgens PensionStat gemiddeld vijftig procent minder aanvullend pensioenkapitaal op dan mannen. Hun loopbanen zijn vaker onderbroken en vaker deeltijds. Daardoor wordt arbeid minder gemakkelijk omgezet in vermogen dat later verder kan groeien. In een economie waarin bezit steeds bepalender wordt, dreigt die kloof zich gedurende een volledig leven verder uit te diepen.

Het principe is bekend uit het bedrijfsleven. Voor je prestatie-indicatoren vastlegt, moet je eerst bepalen welke strategie je wilt volgen. Een KPI zonder strategie is uiteindelijk weinig meer dan een cijfer zonder richting. De werkzaamheidsgraad vertelt ons hoeveel mensen toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Maar die indicator vertelt niet noodzakelijk wat die toegang mensen uiteindelijk oplevert. Zorgt werken nog voor vooruitgang? Leidt het tot sociale mobiliteit? Een stijgende werkzaamheidsgraad kan perfect samengaan met een stagnerende sociale mobiliteit.

De klok van gisteren

Wie deze verschuiving heeft begrepen, probeert naast inkomen ook vermogen op te bouwen. Anderen blijven werken, sparen en hun verplichtingen nakomen, maar begrijpen steeds minder waarom echte vooruitgang uitblijft. Dat maakt arbeid niet minder waardevol. Het betekent wel dat werken alleen niet langer dezelfde economische belofte kan waarmaken als voor vorige generaties.

Wie vandaag zijn toekomst plant volgens de economische spelregels van gisteren, dreigt morgen achterop te raken. Precies daar ligt onze grootste achterstand. Niet noodzakelijk in hoeveel we werken, maar in de manier waarop we nog altijd naar werk kijken.

Latest article