Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Waarom Méribel een Belgische enclave in de Franse Alpen is geworden

Vlak naast Courchevel ligt Méribel, in het hart van het uitgestrekte skigebied Les Trois Vallées. Toch weet het dorp zich opvallend goed afzijdig te houden van de drukte en glamour van zijn beroemde buur. Méribel blijft groeien, zonder daarbij zijn DNA als familievriendelijke skibestemming uit het oog te verliezen.

Sommige verhalen beginnen bij het einde. Onze reportage, waarin we op zoek gaan naar Belgen die een omweg waard zijn en die zowel in de winter als in de zomer het hart van Méribel doen kloppen, is er zo een. Waarom, ontdek je hieronder.

Met zware benen verlaten we ons verblijf aan de piste, midden in het complex Les Étoiles du Belvédère en ideaal gelegen tussen de lokale hotelparels Antarès en Le Coucou. Stiekem hopen we op de valreep nog een bekende Belgische figuur tegen het lijf te lopen. Het zou de kers op de taart zijn van een driedaags avontuur. En dan, precies wanneer de zware, perfect geoliede houten deur achter ons dichtvalt en ons verblijf als een slotakkoord bezegelt, verschijnt er een koppel op de drempel… Het bewijs dat de Savoyaardse feeën wel degelijk bestaan, als je er maar hard genoeg in gelooft.

Het ruime terras met zicht vanuit het appartement Velghe-Van Thillo, in het hartje van de uiterst Belgische privé residentie van Etoiles du Belvédère. © RV

Belgisch arendsnest

Na een kort beleefdheidsgesprek vertellen Roger Vanden Stock en zijn vrouw, jawel, die van paars-wit, dat ze de winter samen met hun familie doorbrengen in het ruime duplexappartement net boven ons tijdelijke verblijf. Ons appartement is dan weer eigendom van het bekende koppel Patricia Van Thillo en Christophe Tanghe van Sajumi. In hetzelfde gebouw ontdekken we nog meer namen op de brievenbussen die bij Belgische lezers een belletje doen rinkelen, waaronder die van de familie Van der Valk. De cirkel is rond. Maar terug naar ons verhaal. Want naast de discrete eigenaars die hier met hun familie komen genieten van de pistes, de zon en het adembenemende uitzicht op de bergtoppen, zijn er ook Belgen die zichtbaarder aanwezig zijn en Méribel het hele jaar door mee vormgeven.

Een van hen is Gérard Feytmans, eigenaar en uitbater van hotel-restaurant Le Savoy, een vaste waarde in het hart van Les Allues, langs de uitgestrekte Rue des Jeux Olympiques. Vlak voor de avondrush zakken we weg in een comfortabele fauteuil bij de open haard. Feytmans vertelt ons dat hij voorlopig nog ambitie mist bij de lokale autoriteiten om het dorp en zijn prachtige omgeving ook tijdens de zomermaanden echt tot leven te brengen.

“We lopen op dat vlak behoorlijk achter op andere Savoyaardse skistations als het gaat om een gevarieerd aanbod voor toeristen. Hoewel ik een van de weinigen ben die het hele jaar door openblijft, verdien ik voorlopig vooral mijn brood tijdens het winterseizoen”, zegt hij zonder omwegen. Daar ligt meteen een belangrijk ontwikkelingspotentieel en een duidelijke boodschap aan het lokale bestuur, enkele maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen eind maart. Aan troeven ontbreekt het Méribel nochtans niet. Een toekomstige burgemeester kan voortbouwen op een 18-holesgolfbaan, een nabijgelegen altiport en een uitgebreid netwerk van bewegwijzerde wandelroutes met adembenemende uitzichten.

Comfortabele skiliften

Tijdens het winterseizoen hebben de lokale publieke en private spelers de voorbije twee jaar dan weer alles uit de kast gehaald, met investeringen van miljoenen euro’s. Voor Arnaud de Bellefroid, onze Belgische skileraar die gecertificeerd is door de ESF (École du Ski Français), kent het domein van Les Trois Vallées nauwelijks nog geheimen. Het skigebied profileert zich met zijn 600 kilometer aan pistes als het grootste ter wereld.

Eenmaal op de latten laat De Bellefroid ons kennismaken met de nieuwste infrastructuur, van moderne gondels tot skiliften, maar ook met de vele vastgoedprojecten die momenteel uit de grond schieten. Dat alles gebeurt volgens hem “zonder de eigenheid van de bestaande bebouwing aan te tasten”.

“EERLIJK GEZEGD IS HET EEN KLEINE SMELTKROES DIE HAAR ZIEL HEEFT WETEN TE BEWAREN”

De Bellefroid vader en zoon aan de voet van de pistes voor de nieuwe Odoo reclame: een winnend Belgisch trio in het hartje van Méribel. © RV

Zoals Obelix die in de toverketel viel, belandde Arnaud de Bellefroid meer dan dertig jaar geleden in Méribel, om er vervolgens nooit meer weg te willen. Vandaag voelt hij zich er als een vis in het water, of beter gezegd in de sneeuw, en is hij er bijna even bekend als Alex Vizorek in Parijs. “Eerlijk gezegd is het een kleine smeltkroes die haar ziel heeft weten te bewaren. Ook al stromen de toeristen tijdens het winterseizoen massaal toe, het blijft een gemoedelijk familiepubliek dat een zekere discretie koestert. Heel anders dan in sommige andere skistations, waarvan ik de namen niet zal noemen”, zegt hij.

Als ondernemer in hart en nieren heeft Arnaud de voorbije drie decennia van alles ondernomen. Zo runde hij een vastgoedkantoor en ontwikkelde hij een woonproject waar hij vandaag zelf woont. “Maar vooral mijn zoon heeft dat spoor verder gevolgd. En de appel valt niet ver van de boom: zowel hij als mijn dochter zijn gediplomeerde skileraren, na een intensieve opleiding van vijf tot zeven jaar”, vertelt de trotse vader, van top tot teen gekleed in rood en wit (zie foto).

Al op jonge leeftijd droomde Arnaud ervan zich in de Alpen te vestigen, aanvankelijk met Val Thorens in gedachten. Zijn jonge echtgenote was bereid hem te volgen in zijn alpiene avontuur, maar stelde één voorwaarde. Het gezin moest zich vestigen op een rustige plek op mensenmaat, waar het hele jaar door leven is en waar de seizoensgebonden toestroom van toeristen binnen de perken blijft. Uiteindelijk kwam Méribel uit de hoge hoed. Het gezin streek er neer en ook de jongste van hun drie kinderen werd er geboren.

Van vader op zoon

Die zoon, vandaag in de dertig, heeft België nauwelijks gekend, maar verloochent zijn roots allerminst. “Ik ben hier geboren uit twee rasechte Belgische ouders. Mijn familie langs vaderskant woonde in het Château d’Oudoumont, dat vandaag opnieuw in zijn oude glorie is hersteld door Bertrand de Liedekerke. Mijn familie langs moederskant, de de Villegas de Clercamp, woonde lange tijd in het Château de la Tournette, dat inmiddels is omgevormd tot een golfdomein.

Zelf heb ik dat deel van onze familiegeschiedenis nauwelijks gekend. Juan de Villegas de Clercamp, mijn grootvader langs moederskant, was een bekende ondernemer in de papierindustrie. Helaas overleed hij toen ik nog te jong was om echt van zijn ervaring te kunnen leren. Toch gaf hij me twee adviezen die ik nooit ben vergeten: trouw met een vrouw die tien jaar jonger is en neem nooit de Franse nationaliteit aan. Dat tweede advies zal ik in ieder geval opvolgen”, vertelt Raynald de Bellefroid.

De jonge ondernemer geeft toe dat hij ook veel te danken heeft aan Bernard Sevez, een succesvolle Franse zakenman die hem al op jonge leeftijd onder zijn vleugels nam. Hij beschouwde Raynald als een soort adoptiezoon en wierp hem zonder veel omwegen in het zakenleven. “Op mijn achttiende was ik voortdurend onderweg. Ik reed van de ene klant naar de andere en overtrof al snel de omzet van mijn voorganger. Niet veel later noemden ze me de ‘witte wolf’ van Les Trois Vallées…”, herinnert hij zich.

Nieuwsgierig, ondernemend en altijd bereid zich volledig in een nieuw avontuur te storten, zolang het hem maar boeit, wordt Raynald de Bellefroid ook de jongste gediplomeerde bergpiloot, met ervaring in zowel helikopters als vliegtuigen op ski’s. Na een extreme tocht door het hoge noorden van Canada, waar hij de dood in de ogen kijkt, keert hij enigszins aangeslagen terug naar huis, op zoek naar een dak boven zijn hoofd en wat hernieuwde rust. In het dorp, waar iedereen elkaar kent en buiten het seizoen slechts enkele honderden mensen wonen, biedt een kennis hem een vervallen chalet aan om te renoveren.

Terwijl Courchevel, de “bling-bling”-buur, er prat op gaat maar liefst zeventien vijfsterrenhotels te tellen, heeft het meer familiale Méribel er slechts twee. Wel bereidt het de komst van een derde voor, dat zal worden ondergebracht in het luxueuze wooncomplex Allodis, een project gedragen door de Taittinger-familie. © RV

Een nieuwe stap

“Ik ben nooit een goede leerling geweest. Mijn vader stelde me dan ook vrij snel voor een duidelijke keuze: als ik met mijn studies wilde stoppen, moest ik voortaan mijn eigen plan trekken. Toen ik het chalet waar ik vandaag woon wilde renoveren, ben ik de uitdaging aangegaan. Ik heb alles van A tot Z zelf gedaan. Voor mij betekende dat het begin van een nieuw hoofdstuk…”

Vandaag heeft Belmont Collections, het vastgoedbedrijf dat Raynald de Bellefroid vijf jaar geleden oprichtte, een stevige positie in de lokale markt veroverd. Het telt vier voltijdse medewerkers en heeft inmiddels een jaarlijkse loonmassa van zo’n 350.000 euro. Toch groeit het bedrijf vooral via lokale mond-tot-mondreclame en worden heel wat transacties buiten de klassieke vastgoedmarkt gerealiseerd. Belmont Collections richt zich resoluut op het hogere segment, met een bijzonder discreet cliënteel dat zijn vastgoedtransacties liever niet via een traditioneel vastgoedkantoor laat verlopen.

Raynald de Bellefroid voor de vitrine van zijn vastgoedkantoor, in het hartje van de wijk Allues, route de l’Altiport. © RV

Discretie als visitekaartje

Voor zijn zorgvuldig geselecteerde klanten werkt Raynald de Bellefroid volledig op maat en vertrouwt hij sterk op zijn gevoel. Hij ontwerpt, renoveert of ontwikkelt de bergwoning waar zijn klanten van dromen. Om zijn exclusieve niche te beschermen, gaat de jonge Belgische ondernemer uiterst discreet om met informatie. Zo verstuurt hij geen aanbiedingen per e-mail, omdat die volgens hem al snel bij de verkeerde personen kunnen terechtkomen. Ook zijn website, waaraan drie jaar werd gewerkt en die vlak voor de winter van 2025 werd gelanceerd, volgt diezelfde filosofie. De aangeboden panden worden er zonder adres en met nauwelijks foto’s getoond.

“De gemiddelde waarde van de transacties die wij begeleiden, ligt rond de 10 miljoen euro. Mijn klanten zijn voornamelijk Fransen die buiten Frankrijk wonen en andere Europeanen die in alle discretie een uitzonderlijk pand willen kopen of verkopen. Ik realiseer drie tot vier verkopen per jaar en die kleine, exclusieve markt volstaat ruimschoots voor mij. Een uitzonderlijk pand vinden om te verkopen lukt nog wel voor heel wat makelaars. Maar voor dit soort vastgoed de ideale koper vinden én overtuigen, vraagt een expertise die je alleen in de praktijk opbouwt. Zo heb ik onlangs nog een appartement van bijna 5 miljoen euro verkocht aan een Belgisch gezin, hier vlakbij in Le Belvédère. Ik heb trouwens ook verschillende Franse klanten die in België wonen”, vertelt hij openhartig.

Hij besluit: “Vandaag oefen ik een beroep uit waarin ik elke dag andere mensen ontmoet en telkens met iets anders bezig ben. Bovendien heb ik de luxe om zelf te kunnen kiezen met wie ik wel of niet werk. Wat kan een mens nog meer verlangen?”

Latest article