Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

De Boëls: een dynastie in de schaduw

Het is een van de rijkste dynastieën van België. Tegelijk ook een van de meest discrete. En een van de meest vindingrijke als het om ondernemerschap, allianties en vermogensbeheer gaat. Toch was het prestige, dat de familie vandaag al meer dan een eeuw geniet, aanvankelijk allesbehalve voorspelbaar.

De meeste stamboomonderzoeken brengen de oorsprong van de familie Boël terug tot de tweede helft van de XVIIde eeuw in de streek rond Doornik. Pierre-André Boël, of Boelle, wordt er vermeld als “baljuw van Roucourt”, een klein dorp dat vandaag deel uitmaakt van Péruwelz, op een twintigtal minuten van Doornik. “Een baljuw is de lokale of regionale gerechtelijke vertegenwoordiger van de vorst”, legt familiehistoricus Jean-François Houtart uit. “Het is dus iemand die kan lezen en schrijven en die het vertrouwen geniet van de heer of de graaf. Baljuw zijn betekent dan ook dat je een notabele bent, wat vaak leidt tot de functie van ontvanger van de financiën en uiteindelijk, stap voor stap, tot de adel.”

© RV

De auteur van het boek Anciennes familles de Belgique, dat in 2008 werd uitgegeven door het Belgisch Genealogisch en Heraldisch Bureau, preciseert dat Pierre-André ook luitenant, landbouwer en vethandelaar was. “Velen oefenden dat beroep uit dat erin bestond vet te produceren, hetzij voor voeding – voor mensen of vee – hetzij voor verlichting. In de wetenschap dat zijn vader, Gilles, schepen was in het nabije Braffe, kunnen we daaruit afleiden dat hij eigenaar was van de gronden die hij bewerkte. De levensomstandigheden van de familie waren dus vrij comfortabel.

Gedurende twee eeuwen blijft dat ook zo. De familie blijft verankerd in West-Henegouwen en actief in de landbouw, “wat toen 90 procent van de economische activiteit uitmaakte”, onderstreept Jean-François Houtart. Hij stelt bovendien dat Charles-François in de XVIIIe eeuw ook pachter en belastinginner was in Roucourt. “Hij baatte dus een grote hoeve uit, die bijna altijd deel uitmaakte van een abdij, en hij inde de belastingen. Deze mensen waren dus niet arm, maar ook niet welvarend genoeg om ontvangen te worden in de salons van Brussel of zelfs van Bergen. Het bleef de kleine of middelgrote provinciale burgerij.”

Eind XIXe eeuw: de fundamenten

De opmars naar de hoogste regionen begint in 1865. Gustave, achterachterkleinzoon van Pierre-André, begint als boekhouder bij de Forges, Fonderies et Laminoirs (smederijen, gieterijen en walserijen) van Ernest Boucquéau in La Louvière. Na een tijdje wordt hij er directeur. Wanneer het bedrijf failliet dreigt te gaan, weet hij het te redden. Ernest Boucquéau, eigenaar van het bedrijf en vrijgezel, maakt van Gustave zijn universele erfgenaam. Gustave komt aan het hoofd van het bedrijf te staan, moderniseert het en bouwt het om tot staalbedrijf. Op het hoogtepunt werken er zo’n 1 800 arbeiders en bedienden die Gustave laat delen in de winst. Hij zorgt daarmee voor een Belgische primeur. Hij wordt aandeelhouder in onder meer de Fabrique de fer de Charleroi (Fafer, ijzer- en staalbedrijf), de Glaces de Moustier-sur-Sambre (het latere Glaverbel), en in verschillende mijnen en steenkoolbedrijven, tot zelfs in Nederland.

Daarnaast wordt hij senator en liberaal burgemeester van het uiterst socialistische La Louvière, bijgenaamd “de Stad van de Wolven”. In 1880 laat hij er in een park van 30 hectare, vlak bij de fabriek, zijn residentie bouwen – het Château Boël. Dertig jaar vóór zijn dood in 1912 koopt hij ook het domein Chenoy in Court-Saint-Étienne in de provincie Waals-Brabant: 950 hectare aan land en bos, op een plateau van meer dan 150 meter hoogte, met daarop een hoevekasteel uit 1200, dat ooit deel uitmaakte van de abdij van Villers. Dit prachtige domein behoorde tot dan toe aan de familie Mosselman, Belgische voorouders van koningin Paola. Sindsdien is het de residentie van het familiehoofd van de Boëls.

De kinderen van Gustave zetten intussen hun eerste stappen in de aristocratie. Pol-Clovis trouwt met Marthe de Kerchove de Denterghem, dochter van graaf Oswald, tevens advocaat en prominent persoon van de Liberale Partij (volksvertegenwoordiger, senator en gouverneur van Henegouwen). Ernestine, bijgenaamd Eva, huwt met graaf Félix Goblet d’Alviella, “afkomstig uit een rijke familie die een vooraanstaande rol in de vrijmetselarij speelde”, aldus Jean-François Houtart. Een van hun drie andere broers, Georges, laat in 1907 het kasteel van Falaën bouwen in de provincie Namen: een woonoppervlakte van 600 m2 op een domein van vier hectare.

Begin XXe eeuw: de lancering

De vier trappen van de raket zijn intussen gemonteerd: een industriële groep, politieke macht, huwelijken met vooraanstaande families (katholiek en liberaal, Vlaams- en Franstalig, actief in uiteenlopende sectoren) én grote eigendommen. De Eerste Wereldoorlog betekent een tijdelijke stilstand – de Duitsers ontmantelen de fabriek in La Louvière – maar de machine is onverbiddelijk gelanceerd:

• in 1914 worden de twee door Gustave geplande hoogovens in gebruik genomen en wordt het bedrijf een van de best presterende van het land;

• in 1922 trouwt René, zoon van Pol-Clovis, met Yvonne Solvay, kleindochter van Ernest Solvay, stichter van de chemiereus;

• in 1924 trouwt zijn broer Max met Anne-Marie Guinotte, dochter van de industrieel Léon Guinotte, die het fortuin van zijn vriend Raoul Warocqué heeft geërfd; – « 34 miljoen Belgische frank in portefeuille, 5 miljoen aan vastgoed en 500 000 aan meubels. Voor die tijd enorme bedragen », zegt journalist en historicus Éric Meuwissen in Les Grandes fortunes du Brabant, in 1994 bij Quorum gepubliceerd;

• in 1927 worden de eigendommen van de familie Boël in Waals-Brabant, rond Court-Saint-Étienne, op meer dan 2 500 hectare grond geschat;

• in 1928 worden de Forges, Fonderies et Laminoirs van Ernest Boucquéau omgedoopt tot Usines Gustave Boël (UGB);

• in 1930 krijgt Pol-Clovis de titel van baron, overdraagbaar van generatie tot generatie op de oudste zoon. Zijn dochter Marie-Anne – ook wel “Maya” genaamd – huwt met Charles-Emmanuel Janssen, baron en toekomstig voorzitter van de Union Chimique Belge. Hij is de kleinzoon van Ernest Solvay – nog maar eens – en zoon van Emmanuel Janssen, belangrijkste oprichter van de Générale de Banque.

• eind jaren 1940 stellen de UGB bijna 3.200 mensen te werk en behoren ze tot de kroonjuwelen van de Belgische economie.

De drie zonen van Pol-Clovis verdelen ondertussen de familiale verantwoordelijkheden:

Lucien leidt de fabriek in La Louvière, René beheert de financiën en Max het vastgoedpatrimonium.

Na de oorlog: diversificatie

Na de Tweede Wereldoorlog zet de uitbreiding van deze pijlers zich verder, onder meer via “huwelijken met talrijke vooraanstaande families”, somt Jean-François Houtart op: de Jonghe d’Ardoye (burggraven), Davignon (burggraven), d’Oultremont (graven), de Selys Longchamps (graven en baronnen), Emsems (bazen van Eternit, uiterst rijke mensen), Thys (afstammelingen van Albert “Monsieur Congo belge” onder Leopold II), d’Arschot Schoonhoven (graven), Vaxelaire … Ook de oprichting van de Union Financière Boël in 1957 speelt een belangrijke rol: een familiale holding voor langetermijninvesteringen. In 1964 neemt die, samen met de Société Générale de Belgique, de machtige holding Sofina over, waarvan Yves, een van de zonen van René, eerst afgevaardigd bestuurder is en vervolgens voorzitter van de Raad van Bestuur tot 2011.

Het is duidelijk: de Boëls behoren voortaan definitief tot de top van de Belgische industriële, economische, financiële en aristocratische elite. Dit wordt ook bevestigd wanneer René in 1971 de titel van graaf krijgt, overdraagbaar op de oudste zoon.

Tegelijk begint de neergang van de staalactiviteiten. Begin 1974 controleert de groep nog de UGB, Fafer en de Forges de Clabecq, maar die beginnen aan een langzame aftakeling. In 1997 worden deze verkocht aan buitenlandse groepen: de Nederlandse Hoogovens, het Franse Usinor en het Zwitsers-Italiaanse Duferco. Intussen heeft de familie zich ontdaan van de mijnen en de steenkoolbedrijven en is de hoofdzetel naar Brussel verhuisd. Via Sofina (waarvan Yves, zoon van René, afgevaardigd bestuurder is van 1961 tot 1986 en voorzitter van de Raad van Bestuur van 1988 tot 2011) zijn de investeringen verschoven naar winstgevendere sectoren: Solvay, UCB, Belgacom, Danone, Colruyt, Dexia, Fortis, D’Ieteren, Delhaize, Total, Suez, Amazon, Zalando …

In 1977 brengt de familie haar vermogen onder in een naamloze vennootschap, Domanoy SA. In 2000 wordt het familievermogen – enkel al in aandelen – geraamd op 692 miljoen euro. In 2005 stijgt dat tot 1,3 miljard euro (de 13e rijkste familie van België). Sinds 2015 wordt het bedrag van 3 miljard euro regelmatig genoemd. In 2007 wordt de Boël-groep geherstructureerd: drie vennootschappen (Union Financière Boël, Société de Participations Industrielles en Mobilière et Immobilière du Centre), waarvan de aandelen uitsluitend in handen van de familie zijn, fungeren als overkoepelende structuur en controleren de holdings Sofina en Henex.

XXIe eeuw: de zaak Delphine

De familie blijft uiterst discreet over haar vermogen, activiteiten en privéleven. Enkel via mandaten of initiatieven van enkele leden blijven de Boëls zichtbaar in het publieke leven. Pol, zoon van René, is vicepresident van het Verbond van Belgische Ondernemingen, bestuurder van de Union Wallonne des Entreprises in de jaren 1970 en 1980 en liberaal senator van 1985 tot 1995. Zijn broer Harold, het huidige familiehoofd, is sinds 2008 CEO van Sofina. Nicolas, zoon van Pol, is van 2012 tot 2023 voorzitter van de Raad van Bestuur van Solvay. Philippe, zoon van Max en landbouwingenieur, koopt in 1996 het Château d’Arche in de Gironde, een wijndomein van 75 hectare, sinds 1855 geclasseerd als deuxième grand cru van de bordeauxwijnen.

Het is uiteraard “de zaak Delphine” die vanaf 2013, meer dan ooit tevoren, de schijnwerpers richt op de zo gesloten familie.

Het is vooral “de zaak Delphine” die vanaf 2013, meer dan ooit tevoren, de schijnwerpers richt op de zo gesloten familie. Delphine, in 1968 geboren als dochter van Jacques Boël en barones Sybille de Selys Longchamps, betwist haar officiële afstamming en wil laten vaststellen dat koning Albert II haar biologische vader is. Ze trekt daarvoor naar de rechtbank. In 2020 krijgt zij gelijk en wordt zij Delphine Van Saksen-Coburg. Jacques, die in 1978 scheidde en later hertrouwde met Diane de Woot de Trixhe de Jannée, een afstammelinge van Filips van Habsburg, bijgenaamd Filips de Schone, overlijdt twee jaar later. In de publieke opinie blijft hij waarschijnlijk vooral bekend als “de wettelijke vader van Delphine gedurende meer dan vijftig jaar”, eerder dan als voormalig bestuurder van onder meer Glaces de Charleroi, Ciments d’Obourg en Union Financière Boël.

In 2024 komt de naam Boël opnieuw in het nieuws wanneer de stad La Louvière het Château Boël voor 5,6 miljoen euro koopt. De stad noemt het kasteel “een symbool van het economische succes van het industriële verleden van de stad, maar ook van het harde werk van duizenden arbeiders die hebben bijgedragen aan de rijkdom van La Louvière”. Het gebouw wordt momenteel gerenoveerd en zal vanaf volgend jaar toegankelijk zijn voor het publiek. Anderhalve eeuw na zijn opbouw.

Anderhalve eeuw, dus, na de start van de onstuitbare opmars van de Boël-dynastie.

Andere figuren uit de familie

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is Marthe, echtgenote van Pol-Clovis (zoon van Gustave) en geboren de Kerckhove de Denterghem, actief in het verzet. Ze wordt gearresteerd, tot twee jaar gevangenis veroordeeld en gedeporteerd naar het fort van Siegburg in Duitsland. Na de oorlog wordt ze een belangrijke voortrekker van het feminisme en voorzitter van zowel de Nationale als de Internationale Vrouwenraad. In 2009 geeft de Belgische post een postzegel met haar beeltenis uit.

René, een van haar zonen, is tijdens de Tweede Wereldoorlog in ballingschap in Londen adviseur van de Belgische regering. Tijdens het conflict is Louis, een achterachterachterachterkleinzoon van Charles-François, een van de baljuws van Roucourt, actief in het verzet. Als lid van het netwerk Mouvement National Royaliste, waarvan zijn vader – generaal Louis Boël, sinds 1928 burgemeester van Roucourt en door de nazibezetter uit zijn ambt gezet – de plaatsvervangend commandant is, wordt hij op 30 april 1943 door de Gestapo gearresteerd. Hij sterft op 21 februari 1945 in het kamp Dora-Mittelbau.

Yvonne, de eerste vrouw van René, sterft in 1930 aan de gevolgen van kanker. Een jaar later richt haar man het Fonds Yvonne Boël op, dat wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte financiert en wetenschappelijke teams van verschillende universiteiten ondersteunt.

Christine, de tweede echtgenote van Michel Boël (“Mickey” genaamd, zoon van René) en vorige zomer overleden, was de dochter van Maurice Schumann, meerdere keren minister in Frankrijk, onder Pompidou, en tijdens de Tweede Wereldoorlog de beroemde stem van Radio Londres.

De dochter van Michel en Christine, Alexandra, bijgenaamd Framboise, advocate, is getrouwd met prins Rahim Hachem Samii, een zakenadvocaat in Brussel en afstammeling van Hajj Samii Rashti. Deze heroverde in 1740 en 1741, van de Russen, de noordwestelijke gebieden van Iran, waaronder de stad Rasht, hoofdstad van de provincie Guilan waar de familieleden worden herkend als “khans” (prinsen).

Tot slot is er nog Clothilde, de echtgenote van Harold, geboren Peñaranda de Franchimont. Zij is een van de vijf hofdames van koningin Mathilde.

Latest article