De Belg staat bekend om zijn baksteen in de maag en zijn voorzichtige houding tegenover verandering. Ook op financieel vlak hield hij jarenlang vast aan vertrouwde gewoontes. Spaargeld bleef veilig op de bankrekening staan, terwijl beleggen voor velen een stap te ver leek. Maar die mentaliteit verandert. Volgens een recente studie van ING België investeren Belgen steeds vaker in beleggingsfondsen. Waar komt die opvallende ommekeer vandaan?
De staatsbon op één jaar, die drie jaar geleden maar liefst 22 miljard euro ophaalde, vormde een belangrijk keerpunt. Na de coronacrisis en bij het uitbreken van de oorlog in Oekraïne stonden de rentes op Belgische spaarrekeningen bijzonder laag. Veel Belgen gingen daarom op zoek naar alternatieven die hun spaargeld meer konden laten opbrengen. In plaats van hun geld op een rekening te laten staan en aan koopkracht te verliezen, kozen ze ervoor hun vermogen actiever te beheren.
Die evolutie zet zich vandaag voort. Toch blijft vastgoed een belangrijke plaats innemen in het vermogen van Belgische huishoudens. De afgelopen 25 jaar besteedden Belgen gemiddeld 70% van hun nieuwe spaargeld aan vastgoed, tegenover slechts 30% aan financiële activa. Hun financiële spaarquote bedraagt vandaag amper 4%, tegenover 6% in de eurozone. Die indicator geeft aan welk deel van het beschikbare inkomen huishoudens, na aftrek van vastgoedinvesteringen, gebruiken om financiële activa te verwerven of schulden af te bouwen.
Belgische huishoudens behoren tot de rijkste van Europa
De lagere financiële spaarquote betekent niet dat Belgische huishoudens weinig vermogen bezitten. Integendeel, dankzij hun jarenlang hoge spaarquote bouwden ze een aanzienlijke financiële buffer op. Het gemiddelde netto financiële vermogen bedraagt vandaag 257.000 euro per huishouden. Daarmee behoort België tot de Europese koplopers, aangezien het gemiddelde in de eurozone op 166.000 euro ligt.
Toch toont een vergelijking met de Verenigde Staten een opmerkelijk verschil. Volgens de studie van ING bedroeg het gemiddelde netto financiële vermogen van een Amerikaans huishouden in 2025 ongeveer 899.000 dollar. Na omrekening komt dat neer op ruim drie keer het Belgische gemiddelde. Dat verschil hangt onder meer samen met de manier waarop huishoudens hun vermogen samenstellen en beheren.
Amerikaanse huishoudens beleggen namelijk een aanzienlijk groter deel van hun financiële vermogen op de kapitaalmarkten. Aandelen, beleggingsfondsen en obligaties vertegenwoordigen er bijna de helft van het totale financiële vermogen, tegenover ongeveer 30% in België. Daardoor profiteerden Amerikaanse gezinnen de afgelopen jaren sterker van de stijgende beurskoersen. Belgische huishoudens hielden daarentegen traditioneel een groter deel van hun vermogen aan op spaarrekeningen, die doorgaans minder rendement opleveren.
Beleggingsfondsen halen meer geld op dan spaarrekeningen
Sinds enkele jaren verandert het financiële gedrag van Belgische huishoudens echter aanzienlijk. Voor het eerst in tien jaar vloeit er sinds 2025 meer nieuw spaargeld naar beleggingsfondsen dan naar bankrekeningen. Daarmee doorbreken Belgen een langdurige gewoonte waarbij veiligheid en beschikbaarheid zwaarder doorwogen dan het potentiële rendement van beleggingen.
De cijfers uit de ING-studie illustreren die verschuiving. Gemiddeld investeren Belgische huishoudens per kwartaal 5,6 miljard euro in beleggingsfondsen, terwijl ze 3,5 miljard euro op deposito’s plaatsen. Beleggingsfondsen trekken daardoor ongeveer 60% meer nieuw geld aan dan bankrekeningen. Ook ETF’s, beursgenoteerde fondsen die doorgaans een index volgen, winnen steeds meer terrein.
“Dat is een duidelijke breuk met het voorgaande decennium. Bovendien groeien fondsen, waaronder ETF’s, in België sterker dan in de andere onderzochte landen van de eurozone. Als we ook beursgenoteerde aandelen en obligaties meetellen, trekken marktbeleggingen vandaag meer nieuw spaargeld aan dan deposito’s”, benadrukt Charlotte de Montpellier, senior economist bij ING Research en auteur van de studie.
De evolutie wijst op een bredere verandering in de manier waarop Belgen met hun spaargeld omgaan. Waar de spaarrekening lange tijd de vanzelfsprekende bestemming vormde voor financiële reserves, kiezen steeds meer huishoudens voor beleggingen die op lange termijn een hoger rendement kunnen opleveren. Daartegenover staat uiteraard een groter risico op waardeschommelingen en mogelijke verliezen.
Miljarden aan potentieel rendement
Die veranderende beleggingsgewoontes kunnen op lange termijn aanzienlijke gevolgen hebben voor het financiële vermogen van Belgische huishoudens. Volgens een historische simulatie van ING zouden Belgen vandaag over 83,3 miljard euro meer financieel vermogen beschikken als ze de afgelopen dertig jaar een kwart van hun nieuwe deposito’s hadden geïnvesteerd in de beleggingsfondsen die ze daadwerkelijk aanhielden.
Dat bedrag komt overeen met ongeveer 13% van het Belgische bruto binnenlands product. De simulatie toont daarmee hoe groot de invloed van beleggingskeuzes op de vermogensopbouw kan zijn. Wanneer huishoudens hun geld gedurende langere periodes investeren, kunnen rendementen zich opstapelen en op hun beurt nieuwe opbrengsten genereren.
Een tweede scenario uit de studie levert zelfs nog hogere bedragen op. Als Belgische huishoudens hetzelfde deel van hun spaargeld in beursgenoteerde aandelen hadden geïnvesteerd, zou hun gezamenlijke financiële vermogen volgens de berekeningen 121,9 miljard euro hoger liggen. Dat komt overeen met ongeveer 19% van het Belgische bbp.
Die cijfers illustreren het potentiële verschil tussen sparen en beleggen, maar bieden geen garantie voor toekomstige rendementen. Beurskoersen kunnen immers sterk schommelen en historische prestaties voorspellen niet noodzakelijk hoe markten zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Toch benadrukt de studie dat de samenstelling van het vermogen een belangrijke rol speelt bij de financiële groei van huishoudens.
Waarom veel Belgen nog altijd twijfelen om te beleggen
Ondanks de toenemende belangstelling blijft beleggen voor een aanzienlijk deel van de Belgische bevolking een moeilijke stap. Uit de ING-studie blijkt dat 43% van de Belgen al investeert, terwijl nog eens 24% mogelijk zou kunnen beginnen met beleggen. Vooral bij jongeren bestaat er een groot groeipotentieel. Binnen de leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar beschouwt de studie bijna 46% als potentiële beleggers.
Toch houden verschillende obstakels hen tegen. Veel Belgen vrezen financiële verliezen, beschikken naar eigen zeggen over onvoldoende kennis of vinden het moeilijk om geschikte beleggingsproducten te kiezen. Ook de fiscaliteit speelt een belangrijke rol. Onduidelijke regels en onzekerheid over toekomstige belastingmaatregelen kunnen mensen ontmoedigen om hun spaargeld te investeren.
Vooral die fiscale onzekerheid springt in het oog. Volgens de studie heeft 20% van de Belgen die mogelijk zouden beleggen al eens van een investering afgezien vanwege de fiscaliteit. Dat percentage ligt hoger dan het gemiddelde in de andere onderzochte landen. De cijfers tonen aan dat niet alleen financiële kennis en risicobereidheid het beleggingsgedrag beïnvloeden, maar ook het vertrouwen in een duidelijk en voorspelbaar fiscaal kader.
De Belgische spaarder lijkt daarmee op een kantelpunt te staan. Hoewel de spaarrekening voor velen een vertrouwde keuze blijft, winnen beleggingsfondsen steeds meer terrein. De vraag is niet langer alleen hoeveel Belgen sparen, maar vooral hoe ze hun vermogen in de toekomst willen laten groeien.
