Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Ardo wil Oostenrijkse fabriek sluiten ondanks winst

De West-Vlaamse diepvriesgroentegroep Ardo, waarin de familie Haspeslagh een meerderheidsbelang heeft, wil in 2027 zijn enige Oostenrijkse fabriek sluiten. Die beslissing dreigt ongeveer 190 werknemers, 50 uitzendkrachten en honderden landbouwers uit de regio Marchfeld te treffen. Opvallend is dat de Oostenrijkse dochteronderneming in haar laatst gepubliceerde boekjaar nog winst boekte.

Op 24 september kondigde Ardo aan dat het de productie- en verpakkingsfabriek van Ardo Austria Frost in Groß-Enzersdorf wil sluiten. De vestiging ligt in het district Gänserndorf, in Neder-Oostenrijk, ten oosten van Wenen. Volgens de huidige planning loopt de groenteproductie nog tot december 2026, waarna de groep de activiteiten geleidelijk afbouwt. Vanaf augustus 2027 zou de Oostenrijkse dochteronderneming uitsluitend instaan voor de verkoop van producten uit andere Europese fabrieken van Ardo. De commerciële en verkoopondersteunende teams blijven wel actief in Oostenrijk, vanuit een kantoor in de regio Wenen. De exacte locatie daarvan ligt nog niet vast.

Voorlopig gaat het om een voornemen dat voortvloeit uit een strategische herziening van het Europese productienetwerk. Het sociaal overleg en de gesprekken met andere betrokken partijen lopen nog. Toch lijkt een overname van de industriële activiteiten door een andere onderneming weinig waarschijnlijk. Ardo heeft namelijk aangekondigd dat het de machines naar andere Europese vestigingen wil verhuizen.

Ongeveer 240 arbeidsplaatsen getroffen

De Oostenrijkse media spreken over ongeveer 240 getroffen arbeidsplaatsen. Dat cijfer omvat 190 rechtstreekse werknemers en 50 uitzend- of seizoenarbeiders. Het gaat dus niet om 240 vaste contracten. Vestigingsdirecteur Christian Karwen heeft beloofd om samen met de ondernemingsraad een sociaal plan voor de rechtstreekse werknemers uit te werken. Vakbond PRO-GE vraagt daarnaast om een arbeidsstichting, een Oostenrijks systeem dat getroffen werknemers ondersteunt via begeleiding, opleidingen en hulp bij het vinden van een nieuwe baan.

Voor de uitzendkrachten heeft Ardo voorlopig geen specifieke maatregelen aangekondigd. Een veiligheidsdocument uit 2024 vermeldde bovendien ongeveer 209 werknemers op de site. Het verschil met de huidige cijfers kan samenhangen met wijzigingen in het personeelsbestand en het seizoensgebonden karakter van de productie. Voorlopig ontbreekt echter een officiële verklaring voor dat verschil.

Een West-Vlaamse familiegroep met internationale ambities

Ardo heeft zijn hoofdzetel in Ardooie, in West-Vlaanderen, en specialiseert zich in diepvriesgroenten, kruiden en fruit. Daarnaast produceert de groep bepaalde voedingsproducten op basis van pasta, rijst, peulvruchten en aardappelen. Volgens de eigen bedrijfsgegevens beschikt Ardo over zestien productie-, verpakkings- en distributiesites in zeven landen. De onderneming telt ongeveer 3.300 werknemers en verwerkt jaarlijks zo’n 819.000 ton producten.

De huidige groep ontstond in 2014 uit de fusie van Ardo en Dujardin Foods. Edouard Haspeslagh richtte Ardo op, terwijl zijn broer Richard aan de basis stond van Dujardin Foods. Beide familietakken hadden hun activiteiten in diepvriesgroenten jarenlang afzonderlijk uitgebouwd voordat ze hun krachten bundelden.

In maart 2024 verwelkomde de groep een externe investeerder. Het family office The Nest van Els Thermote verwierf volgens De Tijd en verschillende vakmedia een minderheidsbelang van 20%. De familie Haspeslagh behield de overige 80% en daarmee de controle over de onderneming. Sinds 1 september 2024 staat Sabine Sagaert als externe CEO aan het hoofd van de operationele activiteiten. Hoewel de familie dus de meerderheidsaandeelhouder blijft, valt de sluitingsbeslissing onder de verantwoordelijkheid van het bestuur en het professionele management.

Een fabriek met een lange geschiedenis

Ardo nam Austria Frost in 2008 over om zijn positie in de Donaulanden te versterken. Sindsdien vormt Groß-Enzersdorf de enige industriële vestiging van de groep in Oostenrijk. De geschiedenis van de fabriek gaat echter veel verder terug. In de jaren zestig ontstond de site als een vestiging van voedingsconcern Unilever, waarna verschillende eigenaarswissels en herstructureringen volgden.

Die lange geschiedenis speelt vandaag een belangrijke rol in de sluitingsplannen. Volgens Ardo voldoet de verouderde infrastructuur niet langer aan de eisen van een moderne en concurrerende productieomgeving. Hoewel de groep de afgelopen jaren naar eigen zeggen miljoenen euro’s investeerde in nieuwe productielijnen, zou een grondige modernisering aanzienlijk meer middelen vergen.

Meer dan 100 miljoen euro aan noodzakelijke investeringen

Ardo haalt verschillende argumenten aan om de geplande sluiting te verantwoorden. De groep verwijst naar de ouderdom van de fabriek, de hoge investeringskosten en een kostenstructuur die onvoldoende kan concurreren met vestigingen in Centraal- en Oost-Europa. Daarnaast beschouwt Ardo de Oostenrijkse afzetmarkt als te klein om een grootschalige modernisering terug te verdienen.

Ook de geografische ligging speelt volgens het bedrijf een rol. Door de afstand tot de belangrijkste West-Europese afzetmarkten zou de fabriek vooral nog geschikt zijn om Oostenrijkse klanten te bevoorraden. Een verdere uitbouw van de site past volgens de groep daarom niet langer binnen zijn industriële strategie.

De Oostenrijkse openbare omroep ORF en verschillende lokale media ramen de noodzakelijke investeringen op meer dan 100 miljoen euro. Ardo vermeldde dat bedrag echter niet in zijn oorspronkelijke persbericht. Ook een gedetailleerde verdeling van de kosten ontbreekt. Het blijft daardoor onduidelijk hoeveel geld precies nodig zou zijn voor gebouwen, industriële koeling, energievoorzieningen en andere technische aanpassingen.

Hoewel de leeftijd van de fabriek vragen oproept over de staat van de infrastructuur, ontbreekt voorlopig een onafhankelijke technische audit. Daardoor valt moeilijk te beoordelen in welke mate de bestaande installaties daadwerkelijk aan vervanging toe zijn.

Winstgevende dochteronderneming staat voor sluiting

De financiële resultaten van Ardo Austria Frost tonen een genuanceerder beeld dan dat van een verlieslatende fabriek. Volgens Oostenrijkse media realiseerde de dochteronderneming in het boekjaar 2024-2025 een omzet van 80,49 miljoen euro en een nettowinst van 1,86 miljoen euro. Tegelijk vermeldde de jaarrekening een overgedragen verlies van 23,38 miljoen euro.

Die cijfers tonen aan dat de fabriek in haar laatst gerapporteerde boekjaar opnieuw winst maakte, maar ook verliezen uit het verleden meesleepte. De geraamde moderniseringskosten van meer dan 100 miljoen euro bedragen bovendien ruim vijftig keer de jaarlijkse nettowinst. Daarbij komen nog de financieringskosten en de onzekerheid over toekomstige inkomsten.

De sluitingsplannen draaien daardoor vooral om de verdeling van investeringsmiddelen binnen de groep. Ardo kiest ervoor geen grote bedragen meer te investeren in een fabriek die momenteel nog winst genereert, omdat het verwachte toekomstige rendement volgens het bedrijf onvoldoende opweegt tegen de noodzakelijke uitgaven.

Ook in Ardooie staan de marges onder druk

De financiële resultaten van de volledige groep helpen de beslissing te verklaren, al bewijzen ze niet dat een sluiting onvermijdelijk is. Ardo sloot 2025 af met een omzet van 1,36 miljard euro, een daling van 3,5% tegenover het voorgaande jaar. Het bedrijfsresultaat zakte met 31% tot 33,3 miljoen euro, terwijl de nettowinst terugviel van 7,4 miljoen naar amper 1,6 miljoen euro.

Ook in België voert de onderneming besparingsmaatregelen door. In Ardooie verdwijnen tien arbeidsplaatsen nadat Ardo besliste om een productielijn die sinds februari stilligt niet opnieuw op te starten. In juni 2026 schrapte de groep op dezelfde locatie al 27 banen. Daarmee loopt het totale aantal geschrapte arbeidsplaatsen in West-Vlaanderen dit jaar op tot 37.

Samen met de ongeveer 240 getroffen werknemers en uitzendkrachten in Oostenrijk illustreren die maatregelen hoe Ardo zijn Europese productieactiviteiten probeert te optimaliseren. De groep verwijst daarbij naar de sterke concurrentie binnen de voedingsindustrie en de noodzaak om de kosten onder controle te houden.

Sommige Belgische bronnen wijzen daarnaast op toenemende concurrentie uit Oost-Europa, Egypte en India, evenals op de gevolgen van de klimaatverandering. Hoewel die factoren de sector onder druk zetten, vermeldt Ardo ze niet allemaal expliciet als reden voor de Oostenrijkse sluiting.

Voorlopig heeft de groep evenmin bekendgemaakt welke Europese fabrieken de Oostenrijkse productievolumes zullen overnemen en hoeveel jaarlijkse besparingen de herstructurering moet opleveren.

Honderden landbouwers dreigen hun afnemer te verliezen

De sluiting treft niet alleen het fabriekspersoneel, maar ook de landbouwsector in het Marchfeld. De producentenorganisatie Tiefkühlgemüse, ook bekend als ETG, vertegenwoordigt ongeveer 500 landbouwbedrijven, voornamelijk uit die regio. Niet alle aangesloten landbouwers leveren jaarlijks aan Ardo, maar in 2025 verwerkte de groep de productie van ongeveer 270 telers.

Samen leverden die landbouwers ongeveer 40.000 ton groenten, goed voor een waarde van 18,5 miljoen euro. De teelten besloegen bijna 3.300 hectare en omvatten onder meer groene erwten, edamame, bonen, spinazie, wortelen, kolen, pompoenen en aromatische kruiden.

Vooral producenten van bladgroenten dreigen in de problemen te komen. Die gewassen moeten kort na de oogst de diepvriesinstallaties bereiken om hun kwaliteit te behouden. Volgens de Landbouwkamer van Neder-Oostenrijk beschikt de regio niet over een gelijkwaardige verwerkingsinstallatie die de activiteiten van Ardo op korte termijn kan overnemen.

Bovendien investeerden veel landbouwers in gespecialiseerde machines en logistieke systemen die ze moeilijk voor andere teelten kunnen gebruiken. Daardoor dreigen niet alleen toekomstige inkomsten weg te vallen, maar verliezen ook eerdere investeringen mogelijk een deel van hun economische waarde.

Ook de toekomst van edamame staat onder druk

Een bijzonder voorbeeld is de edamameteelt in het Marchfeld. Na verschillende jaren van gezamenlijke proeven ontwikkelden landbouwers en Ardo deze teelt verder in de regio. Inmiddels beslaat edamame er ongeveer 900 hectare. Door de aangekondigde sluiting komt ook de toekomst van die gespecialiseerde productie onder druk te staan.

De regio kreeg eerder al een economische klap door het verdwijnen van de Agrana-suikerfabriek in Leopoldsdorf. Daarmee verloor het Marchfeld een andere belangrijke industriële afnemer van landbouwgrondstoffen. Het mogelijke vertrek van Ardo zou de afhankelijkheid van externe verwerkingsbedrijven verder vergroten.

Opvallend is dat Ardo tegelijk sterk inzet op regeneratieve landbouw. Via zijn programma MIMOSA+ werkt de groep samen met ongeveer 3.500 telers om landbouwpraktijken duurzamer en weerbaarder te maken. Het bedrijf erkent bovendien dat droogte, hevige regenval en schommelende oogstopbrengsten de Europese landbouw steeds meer onder druk zetten.

Voor de Oostenrijkse telers ontstaat daardoor een moeilijke situatie. Ze investeerden jarenlang in gespecialiseerde technieken en machines, vaak vanuit de verwachting dat hun samenwerking met Ardo zou blijven bestaan. De Landbouwkamer vraagt daarom duidelijkheid over de toekomst van de fabriek en de installaties.

Voorlopig heeft Ardo niet bekendgemaakt welke ondersteuning het zijn Oostenrijkse leveranciers wil bieden. Ook over mogelijke afspraken voor de oogsten van 2027 en de daaropvolgende jaren bestaat nog onzekerheid.

Oostenrijkse klanten krijgen producten uit andere landen

De fabriek in Groß-Enzersdorf produceert volgens verschillende Oostenrijkse media diepvriesproducten voor Iglo en voor de huismerken van supermarktketens Billa, Hofer en Spar. Ardo benadrukt dat de geplande sluiting de bevoorrading van de Oostenrijkse markt niet in gevaar mag brengen. De groep wil de producten voortaan vanuit zijn andere Europese vestigingen leveren.

Toch blijven verschillende vragen onbeantwoord. Ardo heeft nog niet bekendgemaakt welke fabrieken de productie zullen overnemen, hoeveel volume het zal verplaatsen en welke gevolgen dat heeft voor de logistieke kosten. Ook de toekomstige herkomst van de groenten die onder de betrokken merken in Oostenrijk op de markt komen, blijft voorlopig onduidelijk.

Vakbond PRO-GE vreest dat Oostenrijk door de sluiting zijn grootste industriële producent van diepvriesgroenten verliest en daardoor sterker afhankelijk wordt van buitenlandse aanvoer. Ook de regionale overheid van Neder-Oostenrijk, de Arbeiterkammer en vakbondskoepel ÖGB vragen om alle mogelijkheden te onderzoeken om de productie te behouden.

Het Verband der Markenartikelindustrie, de Oostenrijkse belangenorganisatie van merkproducenten, ziet de aangekondigde sluiting als een waarschuwing voor de gevolgen van een te sterke focus op lage aankoopprijzen. Die interpretatie weerspiegelt echter het standpunt van de organisatie en valt niet rechtstreeks uit de financiële cijfers van Ardo af te leiden.

De toekomst van de fabriek blijft onzeker

Ardo zegt bereid te zijn om met werknemersvertegenwoordigers, overheden en andere betrokken partijen in gesprek te blijven. Het bedrijf heeft daarvoor verschillende overlegmomenten aangekondigd, maar op 30 september lag er nog geen concreet alternatief voor de sluiting op tafel.

Ook de financiële gevolgen van het sociaal plan blijven voorlopig onbekend. Daarnaast bestaat er nog geen duidelijkheid over de toekomst van het fabrieksterrein, de gebouwen en de machines die Ardo naar andere Europese vestigingen wil overbrengen.

De geplande sluiting toont hoe een internationale voedingsgroep zijn industriële netwerk probeert aan te passen aan toenemende concurrentie en hoge investeringskosten. Tegelijk maakt het dossier duidelijk hoe groot de gevolgen van zo’n beslissing kunnen zijn voor een volledige regio.

Hoewel Ardo Austria Frost in zijn laatst gepubliceerde boekjaar nog winst boekte, kiest de groep ervoor om geen nieuwe grote investeringen in de fabriek te doen. Voor de werknemers en landbouwers in het Marchfeld blijft vooral één vraag centraal staan: welke economische toekomst wacht hen wanneer de diepvriesproductie in Groß-Enzersdorf definitief verdwijnt?

Martin Boonen
Martin Boonen
Martin Boonen is een gediplomeerd journalist van het Institut de Journalisme de Bruxelles (2012). Hij heeft samengewerkt met tal van redacties, in uiteenlopende functies gaande van journalist en rubriekshoofd tot eindredacteur en hoofdredacteur – zowel voor digitale media als de geschreven pers. Met een uitgesproken expertise in startups en sociaal geëngageerd ondernemerschap, werd hij in 2025 benoemd tot hoofdredacteur van de Belgische website van Forbes. Sinds 2011 is hij aangesloten bij de Organisation de la Presse Périodique (OMPP).

Latest article