Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Nicolas Kipper (Corinthia Brussels): “We werken aan een officieel Palace-label in België”

Voor hij zich in de Belgische hoofdstad vestigde, opende en leidde Nicolas Kipper, algemeen directeur van het Corinthia Grand Hotel Astoria Brussels, luxehotels in achttien landen. Aan het hoofd van een van de weinige Brusselse hotels die aanspraak kunnen maken op de status van palace, werkt hij aan een project dat hem nauw aan het hart ligt: die status officieel laten erkennen in België, naar Frans model. Voor Forbes vertelt hij over die ambitie, de gasten op wie hij mikt, zijn twee restaurants, waaronder La Paix, dat op 15 september zijn intrek neemt in het hotel, en de hindernissen waarmee de luxehotellerie in Brussel te maken krijgt.

Nicolas Kipper bouwde zijn hele carrière uit in de luxehotellerie. Hij werkte twaalf jaar voor Hyatt, in elf hotels verspreid over tien landen, van de Verenigde Staten tot het Midden-Oosten. Daarna volgden zestien jaar bij de luxedivisie van Marriott, waarvan elf in Moskou, waar hij het Ritz-Carlton opende. Vervolgens deed hij hetzelfde in Boedapest, werkte hij in Londen en blies hij het hotel in Istanbul nieuw leven in. Nadien leidde hij voor de Accor-groep het Fairmont en het Raffles in Istanbul. België is zijn achttiende land en naar eigen zeggen heeft hij nooit iets anders dan luxe gedaan. Het Corinthia Grand Hotel Astoria Brussels opende in december 2024. In september 2025, toen het project volledig voltooid was, nam hij er de leiding over.

Forbes.be – Hoe bent u aan het hoofd van het Corinthia in Brussel terechtgekomen?
Nicolas Kipper – Ik kende de Corinthia-groep via mijn werk. De toenmalige CEO, Simon Casson, nam contact met mij op. We kenden elkaar al jaren. Hij had voordien voor Four Seasons gewerkt en we hadden meermaals geprobeerd samen te werken, maar om uiteenlopende redenen was dat er nooit van gekomen. Deze keer lukte het wel. Als hotelier krijg je maar zelden de kans om een palace te openen en te lanceren in een Europese hoofdstad die er nog geen heeft. Het is een buitengewone kans en voor mij was het ook het juiste moment om Accor te verlaten. Alles was in twee of drie maanden rond.

– Hoe gaat het met de luxehotellerie in België, en in het bijzonder in Brussel?
Wereldwijd doet het ultraluxesegment het zeer goed. Zeer vermogende mensen reizen steeds meer en zoeken nieuwe bestemmingen, producten en ervaringen. Ook in de retail doen LVMH en de andere spelers het uitstekend. België wordt daarentegen niet echt met luxe geassocieerd. Een palace openen in Brussel, in een markt die daar niet op gericht is, vormt een echte uitdaging.

– Hoe verklaart u dat?
Dat heeft deels met de persoonlijkheid van de Belgen te maken. Ze pronken niet graag: ze treden niet te veel op de voorgrond, blijven wat underground en proberen geen deining te veroorzaken. Bovendien wonen vlak naast hen de erg mondige Fransen. Het is een beetje zoals de Canadezen tegenover de Amerikanen. Luxe is in dit land dan ook weinig opzichtig, dat is cultureel bepaald, en het luxetoerisme volgt niet noodzakelijk. Toch hebben België en Brussel in het bijzonder enorm veel te bieden. De manier waarop het land wordt gepromoot, zet al het moois onvoldoende in de verf. Kijk naar Nederland: ik zeg niet dat het meer te bieden heeft, maar het land heeft enorm veel reclame gemaakt. Het resultaat is dat Amsterdam vol toeristen zit en dat luxetoeristen daarheen gaan in plaats van naar hier. Dat geldt ook voor kunst en cultuur. Opera en theater leven veel sterker in Amsterdam. De Munt is een indrukwekkende opera, maar heeft internationaal niet dezelfde uitstraling. Een luxepubliek naar Brussel halen, blijft dus een grote uitdaging. Dat is jammer en we denken heel bescheiden dat we kunnen helpen om dit segment verder te ontwikkelen.

– Hoe ziet het cliënteel van het Corinthia er vandaag uit?
We staan nog maar aan het begin. Het hotel opende in december 2024, maar het volledige project werd pas afgerond in september 2025, toen ik de leiding overnam. Het is dus moeilijk om al een vaste trend te zien. Voor de opening is sterk ingezet op de Noord-Amerikaanse markt, vooral op de Verenigde Staten. Dat is de grootste markt ter wereld en dat zal nog lang zo blijven. We hebben ook de ruimere buurlandenmarkt ontwikkeld: Engeland, Noord-Frankrijk, West-Duitsland, Luxemburg, Nederland en België. Veel mensen vragen zich vandaag af waarom ze naar de andere kant van de wereld zouden vliegen als er dichter bij huis mooie dingen te ontdekken zijn. Het Midden-Oosten is een interessante markt: mensen van daar kiezen vaak voor ultraluxe. We hebben de gevolgen van de oorlog in Iran gevoeld, maar de Golfstaten blijven aanwezig. Andere markten zijn in opkomst, zoals Afrika en vooral Congo, door de historische banden tussen onze twee landen. We ontvangen de volledige regering en dat levert een groot deel van onze omzet op. Naarmate luchtvaartmaatschappijen hun aanbod in Brussel uitbreiden, zien we ook vaker gasten uit Zuid-Amerika komen, uit Brazilië en Mexico. Op termijn verwacht ik dat ongeveer een kwart van onze gasten uit Noord-Amerika zal komen, ruim een kwart tot een derde uit de buurlanden en de rest vooral uit het Midden-Oosten en Afrika.

– Brussel is de hoofdstad van de Europese diplomatie. Verblijft dat institutionele publiek in een hotel als het uwe?
Vertegenwoordigers van EU-landen komen zelden naar palaces. In de media zou hun worden verweten dat ze overheidsgeld uitgeven, terwijl ze uiteindelijk wellicht ongeveer evenveel zouden betalen als in een viersterrenhotel. Voor hun imago ligt dat moeilijk. De aanwezigheid van de Europese instellingen brengt ons daarentegen veel delegaties van buiten Europa op, en die kiezen juist erg graag voor dit type hotel. Daar plukken wij volop de vruchten van.

– U hebt hotels geopend in zeer uiteenlopende landen. Is dat moeilijker in Brussel?
Anders, zou ik zeggen. Er is altijd wel iets: in Istanbul zijn er geopolitieke problemen, elders speelt weer iets anders. Gasten zul je altijd actief moeten aantrekken, die uitdaging blijft bestaan. Wat de bouwwerken betreft, heeft het project veel langer geduurd dan nodig. In West-Europa hebben de betrokken partijen te weinig personeel of tijd. Maar het grootste nadeel zijn de loonkosten. In West-Europa, en zeker in België, wegen die zwaar op de horeca, waar de werkuren moeilijk zijn en je leeft op momenten waarop de rest van de wereld vrij is. Voor deze banen is geen hoog opleidingsniveau vereist, maar mensen moeten wel correct worden betaald. Dat is dagelijks onze grootste zorg.

© DR

– “Palace” is een Franse officiële benaming. U werkt eraan om die ook in België in te voeren. Wat houdt dat in?
Het is inderdaad een Franse officiële benaming en we werken samen met de overheid en de betrokken partijen aan de invoering ervan in België. Omdat dit niet van ons maar van de autoriteiten afhangt, komt daar onvermijdelijk wat lobbywerk bij kijken. Maar iedereen begrijpt snel dat dit in ieders belang is. Als je een hotel van het type palace hebt, kun je die status maar beter officieel laten erkennen. Het is niet de bedoeling dat slechts één hotel ervan profiteert, integendeel: we willen dat meerdere hotels ervoor in aanmerking kunnen komen. Niet noodzakelijk in Brussel zelf, waar geen ander hotel aan de voorwaarden voldoet, maar in de omgeving zijn er wel. Het idee is wel om het eerste palace buiten Frankrijk te worden.

– Voor het Corinthia had Brussel geen echt palace. Hoe verklaart u dat?
Dat is heel eenvoudig. Alle grote hotelketens hebben marktonderzoek gedaan en de markt is niet groot genoeg om zo’n hotel rendabel te maken.

– Waarom bent u eraan begonnen als de ketens de markt te klein vinden?
Omdat we een mooie kans hebben om dit product te ontwikkelen en denken dat we vrij snel winst kunnen maken. Nooit snel genoeg natuurlijk, maar op middellange termijn wel. De grote ketens bekijken het anders: tussen Madrid, Barcelona en Brussel zijn de cijfers elders gunstiger, en niemand is verplicht ergens een hotel te openen. Wij willen uiteraard zakendoen en geld verdienen, maar we willen ook ons steentje bijdragen en Brussel helpen verfraaien voor de toekomst. Dat was echt het idee van de chairman van Corinthia. Daarom zijn Hunne Majesteiten hier al komen dineren. De helft van onze gasten kwam sowieso al naar Brussel en denkt nu: “We betalen een kleine toeslag en gaan naar het Corinthia.” De andere helft bestaat nog niet: die moeten we naar Brussel halen.

– Is er daarbij een rol weggelegd voor de politiek?
Als iedereen aan hetzelfde zeel trekt, kan dat de zaken alleen maar vergemakkelijken. Ik zie goede initiatieven van het Brussels Gewest. Maar politiek blijft politiek: politici zijn er niet om één specifiek hotel een dienst te bewijzen. Investeren in toerisme is voor een bestemming wel altijd gunstig geweest. Wat vooral ontbreekt, is promotie. Heel wat evenementen worden onvoldoende onder de aandacht gebracht, niet alleen door de overheid, maar ook door de organisaties zelf: BRAFA, de Formule 1, de Stephex Masters, de indrukwekkende Zoute Rally en het Kanal-project dat de deuren opent. Zelfs ik, die hier woon, moet ze gaandeweg ontdekken. Ook de Heizel wordt momenteel vernieuwd. Toen het project aan mij werd voorgesteld, verontschuldigde men zich bijna voor de bouw van twee of drie hotels voor de 50.000 verwachte bezoekers. Dat stoort mij niet: ik ben geïnteresseerd in 1% van dat publiek. Over drie of vier jaar zullen we daar de vruchten van plukken.

– U hebt twee restaurants geopend, terwijl Belgen niet de reflex hebben om in een hotel te gaan dineren. Waarom?
In West-Europa gaan mensen over het algemeen inderdaad niet zo graag in hotels dineren. Maar onze brasserie, Le Petit Bon Bon, onder leiding van Christophe Hardiquest, trekt zowel voor de lunch als voor het diner 85% lokale gasten. Het is een echt succes en hotelgasten vormen er een duidelijke minderheid. La Paix, dat we op 15 september samen met David Martin openen, is een andere uitdaging: het is de eerste keer dat een tweesterrenrestaurant zijn intrek neemt in een hotel. Meestal gebeurt het omgekeerde en verlaten restaurants hotels.

– La Paix verhuist dus naar het Corinthia?
Inderdaad, we halen La Paix naar hier. David Martin stond al aan het hoofd van het Palais Royal en vestigt zich vanaf 15 september definitief binnen onze muren. Hoewel we nog niet geopend zijn, blijkt uit de reservaties nu al dat het zal aanslaan. Er is enorm veel vraag naar banketten voor 20, 30 of 100 personen, waarbij gasten door een sterrenchef willen worden bediend. Onafhankelijke sterrenrestaurants kunnen dat niet aanbieden: zij moeten elders een zaal huren, terwijl wij alles ter plaatse hebben.

– Is dat geen risico in een land waar mensen aarzelen om in een hotel te dineren?
Er is altijd en overal een risico. Maar gastronomische restaurants hebben hier hun plaats: Belgen gaan graag uit en eten graag goed, wat niet overal het geval is, bijvoorbeeld in Frankrijk. Ook de mentaliteit is veranderd. De tijd dat mensen drie of vier uur aan tafel zaten, is voorbij. Ze hebben daar geen tijd meer voor, zeker niet tijdens de lunch. David en ik beseften dat we niet alleen menu’s moesten aanbieden, zoals een klassiek gastronomisch restaurant. We kiezen voor beide: een of twee vaste menu’s en een volwaardige à-la-cartekaart. Vandaag staan mensen veel meer open voor die aanpak.

– Hoe staat het met de bezettingsgraad?
De Brusselse vijfsterrenhotels halen een bezettingsgraad van ongeveer 55 tot 60%. Voor ons eerste volledige jaar verwacht ik dat we tussen 45 en 48% zullen uitkomen. Daar zijn we vrij tevreden mee, omdat we het gemiddelde naderen. Bovendien ligt onze gemiddelde kamerprijs twee keer zo hoog als die van onze directe concurrent, het Amigo. We hebben ook het juiste aanbod: onze vijf signature suites zijn de grootste van de Benelux en de grootste meet 320 m². Zelfs in Amsterdam zijn er geen suites van dat formaat. Wanneer je zulke suites verkoopt, helpt dat meteen.

– Wat zijn uw doelstellingen voor de komende maanden?
We bouwen ook de spa verder uit. Die is fenomenaal en de memberships lopen goed. Daarnaast is er de bar Under the Stairs, waarvoor Hannah Van Ongevalle de cocktails creëert. Het blijft altijd moeilijk om concrete cijfers te voorspellen, maar volgend jaar zouden we de gemiddelde bezettingsgraad van de Brusselse vijfsterrenhotels duidelijk moeten benaderen, terwijl we ons prijsverschil behouden. We zullen vooral inzetten op de restaurants en in het bijzonder op de banketten, die we veel sterker willen ontwikkelen. Daarnaast willen we aanwezig zijn op alle belangrijke evenementen in Brussel, in samenwerking met de evenementen die ik al noemde.

– Als u één prioriteit moet noemen, welke is dat dan?
Het Palace-label. We hebben nog veel andere projecten, maar dit is bijzonder. We zullen onze prijzen niet noodzakelijk verhogen, want in de praktijk bieden we nu al de dienstverlening van een palace. Maar het label kan veel buzz creëren, voor het hotel én voor de stad en het land. Dat is enorm belangrijk. We werken er intensief aan. Het doel is het eerste palace buiten Frankrijk te worden.

Martin Boonen
Martin Boonen
Martin Boonen is een gediplomeerd journalist van het Institut de Journalisme de Bruxelles (2012). Hij heeft samengewerkt met tal van redacties, in uiteenlopende functies gaande van journalist en rubriekshoofd tot eindredacteur en hoofdredacteur – zowel voor digitale media als de geschreven pers. Met een uitgesproken expertise in startups en sociaal geëngageerd ondernemerschap, werd hij in 2025 benoemd tot hoofdredacteur van de Belgische website van Forbes. Sinds 2011 is hij aangesloten bij de Organisation de la Presse Périodique (OMPP).

Latest article