Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief

Abonnement Magazine

Wanneer AI een crisis rond menselijk bewijs veroorzaakt

Selfies, die lang ongepast werden gevonden op een professioneel netwerk, duiken steeds vaker op LinkedIn op. De makers zien ze als een manier om zich te onderscheiden in een feed vol door artificiële intelligentie gegenereerde teksten. Achter die trend schuilt een bredere vraag voor bedrijven, recruiters en media: hoe bewijs je dat er een echte persoon achter content zit wanneer machines tegen lage kosten de indruk van deskundigheid wekken?

In december 2025 gooide Tara Crymble, een Canadese contentcreator en verantwoordelijke voor influencermarketing bij het bureau Creatorbuzz, haar aanpak op LinkedIn om. In plaats van verzorgde, onpersoonlijke posts begon ze vaker haar gezicht te tonen, haar stem te laten horen en te delen wat ze bijleerde, soms in het gezelschap van haar hond. Volgens haar eigen cijfers, waarover Business Insider berichtte, groeide haar publiek van ongeveer 1.000 naar 6.000 volgers en waren haar posts goed voor meer dan 250.000 impressies. Ze schrijft uitnodigingen, media-aandacht en haar huidige baan toe aan die zichtbaarheid.

 

“In het AI-tijdperk is het heel gemakkelijk om te vervallen in een overdreven gladde, gefilterde, zakelijke of zelfs robotachtige toon”, legt ze uit. Door je gezicht te tonen, zou volgens haar vooral het belangrijkste sneller tot stand komen: “Die vertrouwenslaag wordt sneller opgebouwd.”

Toch blijft voorzichtigheid geboden: het gaat om een individuele getuigenis op basis van zelfgerapporteerde gegevens, en het onderzoek van Business Insider steunt op de verhalen van drie professionals, zonder statistische analyse van LinkedIn-posts. Tara Crymble legt een verband tussen haar groei en haar gewijzigde strategie, maar niets bewijst dat de selfies op zichzelf haar publiek hebben verzesvoudigd.

Met het nodige voorbehoud legt de anekdote mogelijk wel een diepere ontwikkeling bloot. Jarenlang werd professionele waarde uitgedrukt via een beheerste presentatie: een goedgeschreven tekst, een onberispelijk cv, een studiofoto. AI (re)produceert die signalen, of eigenlijk die indrukken, vandaag tegen zeer lage kosten. Zodra zo’n vorm overal voorkomt, onderscheidt hij de maker niet langer.

LinkedIn verklaart AI-slop de oorlog

Het platform heeft zelf een standpunt ingenomen. LinkedIn omschrijft AI-slop als content die vermoedelijk met AI is gegenereerd, waaraan weinig werk is besteed en die er verzorgd uitziet, maar geen standpunt, eigen perspectief of inhoud bevat. Het netwerk bestraft AI als zodanig niet officieel: het gebruik ervan blijft toegestaan om de taal of helderheid van een tekst te verbeteren. Het vizier is gericht op generieke, repetitieve of geautomatiseerde posts die in de eerste plaats bedoeld zijn om aandacht te trekken.

De in 2026 gepubliceerde cijfers tonen de omvang van het fenomeen. Meer dan een miljoen leden gebruikten de optie “Seems Like AI Slop” tijdens de eerste twee weken na de uitrol. LinkedIn zegt dat het het aantal weergaven van content met dat label met 40% heeft verminderd en dat het systeem bij de eerste tests in 94% van de gevallen generieke content correct herkende. Het platform zegt ook dagelijks honderdduizenden pogingen tot geautomatiseerde reacties te blokkeren, terwijl meer dan 115 miljoen leden minstens één verificatie aan hun profiel hebben toegevoegd. “De uiteindelijke waarde komt van de mens achter de tool”, vat het netwerk samen.

Het gezicht als meetbare troef in B2B-reclame

LinkedIn Creative Labs analyseerde meer dan 13.000 B2B-videoadvertenties om de kenmerken te achterhalen die samenhangen met de beste prestaties. De betrokkenheid stijgt met 78% wanneer video’s een emotie tonen die als authentiek wordt ervaren, en met 40% wanneer de content een beroep doet op herkenbare experts. Korte video’s waarin echte mensen zich rechtstreeks tot het publiek richten, halen een 103% langere aandachtstijd dan generieke advertenties. “Video’s rond echte mensen en echte emoties presteerden beter dan video’s die geënsceneerd leken”, luidt de conclusie van de analyse.

Deze resultaten wijzen op een voordeel voor content met een menselijk gezicht, niet specifiek voor selfies. Ze hebben betrekking op betaalde campagnes, en noch de criteria voor “authenticiteit” noch het volledige statistische protocol zijn publiek toegelicht. Ze passen in een bredere evolutie van het format: Reuters meldde in augustus 2025 dat het aantal op LinkedIn geüploade video’s in een jaar tijd met meer dan 20% was gestegen en het publiek ervan met 36%, zonder dat AI als enige oorzaak kan worden aangewezen.

Een voorkeur voor mensen, maar nog geen meerprijs

De studie Human in the Machine van consultancybedrijf Baringa, die in januari 2025 werd uitgevoerd bij 5.004 mensen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Duitsland en Nederland, werpt licht op die vraag. Van de respondenten noemt 81% minstens één reden om een menselijke creatie meer te waarderen, in de eerste plaats de authenticiteit ervan (46%), de originaliteit (42%) of de band met de persoonlijke ervaring van de maker (41%). Bij een concrete keuze zou 64% de voorkeur geven aan het werk van een fotograaf boven een goedkoper, door AI gegenereerd beeld dat als even mooi wordt beschouwd, tegenover 22% voor de geautomatiseerde optie.

Dezelfde enquête nuanceert dat enthousiasme. Twee derde van de respondenten (66%) zou niet meer betalen voor content alleen omdat die door mensen is gemaakt, en 44% van wie menselijke creativiteit erg waardeert, zou een AI-creatie van vergelijkbare kwaliteit aanvaarden als die goedkoper was. De meerwaarde van menselijk werk uit zich vandaag dus eerder in vertrouwen en aandacht dan in de bereidheid om ervoor te betalen. Die varieert naargelang de prijs, de sector en het risiconiveau.

Het vertrouwen in synthetische content neemt bovendien af. Volgens Capgemini zegt 58% van de consumenten vertrouwen te hebben in door AI gegenereerde teksten, tegenover 72% twee jaar eerder.

De transparantieparadox

Moet je dan vermelden dat je AI gebruikt? Martin Reimann en Oliver Schilke onderzochten die vraag in 2025 in het tijdschrift Organizational Behavior and Human Decision Processes. Uit 13 experimenten met meer dan 5.000 deelnemers blijkt dat het bekendmaken van AI-gebruik het vertrouwen in de maker van het werk doet dalen. Die daling bedraagt 16% bij studenten van een docent die AI gebruikt om punten toe te kennen, 18% bij investeerders die een advertentie zien waarin het gebruik ervan wordt vermeld en 20% bij klanten van een grafisch ontwerper. “Wanneer iemand aangaf AI te gebruiken, daalde het vertrouwen duidelijk”, stelt Oliver Schilke vast. De tool wordt gezien als een binnenweg, en de afkeuring neemt toe wanneer een derde partij het gebruik onthult.

Dat effect is allerminst universeel. Een studie die in 2025 in iScience werd gepubliceerd en 1.637 deelnemers telde, stelt slechts een beperkt effect vast van AI-ondersteuning bij het schrijven, zelfs wanneer die werd vermeld. Volgens drie experimenten die in 2024 werden gepubliceerd, boet een merk ook minder aan waargenomen authenticiteit in wanneer AI mensen ondersteunt in plaats van hen te vervangen. Het publiek lijkt vooral het verlies aan inspanning of verantwoordelijkheid af te straffen dat de tool lijkt te veroorzaken.

De verwachtingen blijven tegenstrijdig. Volgens Baringa wil 77% van de ondervraagden weten of content met AI is gemaakt. Een onderzoek van RWS in 14 markten toont aan dat meer dan 80% van de consumenten een duidelijke vermelding eist. Een publiek dat transparantie verlangt, kan dus wie transparant is tegelijk afstraffen.

In België groeit het gebruik sneller dan het vertrouwen

De Universiteit van Melbourne en KPMG voerden in 2025 een studie uit met een representatieve steekproef van Belgen. Daaruit komt een verdeeld land naar voren. Slechts 35% van de Belgen zegt bereid te zijn AI te vertrouwen, terwijl 56% het gebruik ervan aanvaardt. Bijna zeven op de tien (69%) weten niet langer of onlinecontent betrouwbaar is. Daarnaast vindt 72% regelgeving noodzakelijk, maar acht slechts 34% de huidige waarborgen voldoende.

Voor zijn onderzoek uit 2025 bevroeg PwC Belgium 1.000 werknemers over AI op het werk. Van hen gebruikt 34% regelmatig AI, tegenover 13% een jaar eerder. Maar slechts 26% zegt beslissingen van AI-agents te vertrouwen zonder grondige controle, en slechts 11% beschikt over duidelijke regels voor het gebruik ervan. “De kloof tussen ervaren AI-gebruikers en mensen die AI niet gebruiken, blijft groeien”, stelt Xavier Verhaeghe, Technology and Innovation Lead bij PwC Belgium.

Voor recruiters volstaat een onberispelijk cv niet langer om vast te stellen dat een kandidaat zijn vak beheerst. Sollicitatiegesprekken, praktijktests en referenties zouden zwaarder kunnen doorwegen. Het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum wijst in dezelfde richting. Het is gebaseerd op de antwoorden van meer dan 1.000 werkgevers. Volgens hen zal 39% van de kernvaardigheden tegen 2030 veranderen, maar analytisch denken, veerkracht, creativiteit en leiderschap blijven centraal staan in hun verwachtingen.

Martin Boonen
Martin Boonen
Martin Boonen is een gediplomeerd journalist van het Institut de Journalisme de Bruxelles (2012). Hij heeft samengewerkt met tal van redacties, in uiteenlopende functies gaande van journalist en rubriekshoofd tot eindredacteur en hoofdredacteur – zowel voor digitale media als de geschreven pers. Met een uitgesproken expertise in startups en sociaal geëngageerd ondernemerschap, werd hij in 2025 benoemd tot hoofdredacteur van de Belgische website van Forbes. Sinds 2011 is hij aangesloten bij de Organisation de la Presse Périodique (OMPP).

Latest article