De 28-jarige Brusselse Éléonore Simonet werd op haar 27e de jongste minister in de federale regering, bevoegd voor Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s. Kort daarvoor was ze verkozen als parlementslid in het Brussels Parlement. Politiek heeft dan ook altijd een belangrijke rol gespeeld in het leven van deze advocate aan de balie van Brussel, gespecialiseerd in vennootschapsrecht. Iets meer dan anderhalf jaar na haar aantreden blikt ze voor Forbes terug op haar eerste stappen als minister.
— Forbes.be: Wat heeft u ertoe aangezet om al zo jong in de politiek te stappen?
— Éléonore Simonet: Ik kwam al heel vroeg in aanraking met de politiek, omdat mijn grootvader (Henri Simonet) en mijn vader (Jacques Simonet) politiek actief waren, elk voor een andere partij: de Parti socialiste voor mijn grootvader en de liberalen voor mijn vader. Dat hield echter snel op, want ik heb mijn grootvader nooit gekend en mijn vader overleed toen ik 9 jaar was. Er was dus wel die politieke familie, maar zonder dat ik alle mechanismen of het dagelijkse politieke leven zag. Op je 9e ben je niet bepaald geïnteresseerd in kranten als La Libre en Le Soir, dan lees je eerder Le Journal de Picsou.
— Nam uw vader de politiek mee naar huis? Merkte u dat hij over politiek praatte en dat dit u mogelijk heeft beïnvloed?
— Een beetje, maar thuis probeerde hij zijn politieke pak echt uit te trekken, zoals een verpleegkundige haar ziekenhuiskleren uittrekt voordat ze tijd maakt voor haar gezin. We spraken weinig over politiek en meer over recht, want aan beide kanten bestaat onze familie uit juristen, advocaten en notarissen. Politiek is een passie die je nooit helemaal loslaat. Mijn vader probeerde ons ervoor te behoeden en was vaak afwezig, waardoor hij niet veel thuis was. Mijn moeder stond dan weer erg ver van de politiek en sprak met ons over andere dingen. Bovendien draait het niet alleen om familie. Ik heb mezelf in de loop van mijn leven vooral zelf gevormd. Ik wilde rechten studeren en zodra ik oud genoeg was om lid te worden van de MR, heb ik dat gedaan en ben ik als basismilitant aan de slag gegaan. Ik nam deel aan congressen en evenementen en engageerde me bij de Jeunes MR in Sint-Lambrechts-Woluwe. Aan de universiteit maakte ik ook kennis met verschillende politieke kringen, voordat ik vaststelde dat de MR de waarden van vrijheid en ondernemerschap uitdroeg waarin ik mezelf herken. Mijn droom was om advocate te worden en ik schreef me aan de balie van Brussel in als advocate gespecialiseerd in vennootschapsrecht. Daarnaast bleef ik politiek actief, tot ik David Leisterh ontmoette, de Brusselse lijsttrekker in 2024. Er ontstond een vriendschap en ik wilde de actieve politiek instappen door in juni 2024 campagne te voeren voor mijn eerste gewestverkiezingen.
— U was dus kandidaat, maar op welke plaats?
— Ik stond voorlaatste op de lijst, op plaats 71 van 72. Dat was een moeilijke positie, omdat ik onmogelijk voordeel kon halen uit de overdracht van lijststemmen. Maar ik hou van een uitdaging. Ik voerde campagne op straat en bleef tegelijk als advocate werken. Ik zette me in voor de veiligheid in Brussel en voor een aantrekkelijker ondernemingsklimaat, om de 2.000 tot 3.000 bedrijven die het Gewest elk jaar verlaten, hier te houden. Dankzij het vertrouwen van de Brusselaars werd ik verkozen. Daarna kwam ik op bij de gemeenteraadsverkiezingen in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar ik gemeenteraadslid in de oppositie werd.
— In februari 2025 veranderde alles plots…
— Ja, mijn partijvoorzitter (Georges-Louis Bouchez, nvdr.) belde me om middernacht met de vraag om de volgende ochtend om 9 uur de eed af te leggen als minister. Op dat moment veranderde mijn leven volledig. Ik had het absoluut niet verwacht. Ik was parlementslid in het Brussels Parlement en in het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, terwijl ik ook als advocate werkte. Toen hij me om middernacht belde terwijl ik op het punt stond te gaan tanken, was dat een totale verrassing en een enorme eer.
— Had u bedenktijd nodig voordat u toezegde?
— Zulke kansen weiger je niet, dus heb ik aanvaard.
— Heeft die leeftijdsbarrière, voor zover die bestaat, meegespeeld in uw overweging?
— Ik was 27 jaar toen ik aantrad. Ik ben de jongste minister in de geschiedenis van de federale regering, na Charles Michel, die op zijn 24e Waals gewestminister werd. Minister worden zet je leven op elke leeftijd grondig op zijn kop, want er bestaat geen school die je daarop voorbereidt. Het belangrijkste is dat je sterke overtuigingen, motivatie en vastberadenheid hebt. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen en ben er trots op deel uit te maken van een partij die jongeren kansen geeft. Een goed functionerende democratie moet mannen en vrouwen van alle leeftijden, achtergronden en overtuigingen vertegenwoordigen. Voor mij is jong zijn een kracht. We moeten jongeren in de kijker zetten die succesvol zijn in de sport, het verenigingsleven, het ondernemerschap of de cultuursector. Een van mijn belangrijkste doelstellingen tijdens deze legislatuur is vrouwelijke ondernemers zichtbaarder te maken, zodat er rolmodellen ontstaan en andere vrouwen worden aangemoedigd om dezelfde stap te zetten. Dat is ook het positieve aan Forbes: jongeren onder de 30 die succesvol zijn in de kijker zetten.
— Hoe kijkt u naar het bestaan van deze prijs en naar het feit dat men aan u heeft gedacht?
— Het was een eer en een mooie erkenning. Wanneer mensen er met me over praten, beginnen hun ogen te glinsteren, want Forbes is een grote naam. Het raakte me erg dat men aan mij had gedacht en dat ik deel mocht uitmaken van deze lichting, naast ondernemers als Axelle Moortgat en persoonlijkheden als Angèle en Jérémy Doku. Het is een mooie manier om de talenten die ons land doen schitteren onder de aandacht te brengen.
— Hoe blikt u na anderhalf jaar als minister terug op die periode en hoe hebt u die beleefd?
— Dat anderhalf jaar heeft me veerkracht bijgebracht en geleerd om nooit op te geven wanneer ik obstakels tegenkom. Politiek vergt tijd en het wetgevende traject is zwaar, met maandenlange discussies. Geen enkele beslissing wordt zomaar genomen. Elke beslissing moet grondig worden overwogen nu de overheidsuitgaven de pan uit rijzen. Ik heb ook ontdekt dat ik nog liever op het terrein kom en ondernemers van kmo’s ontmoet, die 99% van onze economie vertegenwoordigen.
— Heeft het feit dat u jong en een vrouw bent invloed op uw contacten met de bevolking? Verwijt men u soms dat u te jong bent om beslissingen voor hen te nemen?
— Dat is een vraag die men misschien niet aan een man zou stellen, maar ik beantwoord ze toch. Mijn grootste critici op sociale media richten zich altijd op het feit dat ik een jonge vrouw ben, in plaats van op de inhoud van de dossiers. Ik krijg vooral kritiek op zaken die ik niet kan veranderen. Maar mensen houden me niet op straat tegen om me uit te schelden. Sociale media maken voortdurende kritiek daarentegen wel mogelijk. Ik aanvaard democratische kritiek, maar veroordeel persoonlijke aanvallen en oproepen tot geweld. Als jonge vrouw heb ik meteen besloten om bijzonder hard te werken, zodat ik mijn dossiers in de ministerraad volledig beheerste. Uit mijn ervaring blijkt dat de meeste burgers de kritieke begrotingssituatie begrijpen, met €35 miljoen per dag aan rente op de staatsschuld, en ook de noodzaak inzien van hervormingen van de pensioenen, de werkloosheid en de arbeidsmarkt.
— Heeft iemand u binnen de ministerraad ooit uw jonge leeftijd verweten?
— Gelukkig niet. Wanneer een dossier in de ministerraad wordt afgewezen, gebeurt dat uitsluitend omdat het slecht is voorbereid, los van gender of leeftijd. We werken er op voet van gelijkheid, ondanks de protocollaire hiërarchie met de vice-eersteministers.
— Ziet u zichzelf tot 2029 minister blijven? In principe is er geen reden waarom de regering zou vallen, al weet je het in de politiek natuurlijk nooit…
— We moeten €10 miljard vinden.
— Als de regering erin slaagt haar ambtstermijn tot 2029 uit te doen, wat ziet u zichzelf dan doen nadat uw ministeriële verantwoordelijkheden aflopen?
— Eén dag in de politiek is in het gewone leven een eeuwigheid. Ik wil niet dat de regering vóór 2029 valt. Ik ben nog altijd ingeschreven aan de balie van Brussel en aangesloten als zelfstandige om mijn onafhankelijkheid te behouden. De advocatuur is mijn oorspronkelijke beroep en ik wil van niemand afhankelijk zijn. In 2029 zal ik kandidaat zijn bij de volgende verkiezingen om onze liberale boodschap uit te dragen waar ik het nuttigst kan zijn. Ik denk niet in termen van een carrièreplan. Wanneer mijn functie als minister afloopt, keer ik met veel passie terug naar de advocatuur. Ik zou het vreselijk vinden om nu al te weten waar ik over 20 jaar zal staan! Dat is zoals de dag van je dood kennen: dat wil je niet weten. Viva la vida! Ik voel me erg onafhankelijk, maak geen carrièreplan en leef van dag tot dag.
